Ik vroeg een rits oma’s of de melkboer vroeger echt zo’n perverseling was

Als we het aloude gezegde 'het kind is van de melkboer' mogen geloven, waren negentiende-eeuwse melkboeren niet vies van rommelen met huisvrouwen.
14 maart 2017, 12:33pm

Ik heb mijn vaders ree-ogen, zijn minuscule oren, dopjesneus en - enigszins tot mijn spijt - mollige kuiten. Er bestaat dan ook weinig twijfel over wie mijn moeders eicel heeft bevrucht. Maar er zijn een heel stel kinderen die minder goed op hun vader lijken dan ik, en als we een aloud gezegde mogen geloven is dat omdat "ze van de melkboer zijn." Met andere woorden: moederlief heeft met iemand anders dan haar echtgenoot liggen bedvogelen.

Door die uitdrukking is het beeld van de melkboer in mijn hoofd er eentje van een negentiende-eeuwse perverseling die zijn melk inzette om getrouwde vrouwen aan de haak te slaan. Ik vroeg me af hoeveel daar van waar is. In een poging het mysterie van de perverse melkboer te ontrafelen, vroeg ik drie oma's naar de band met hun melkboer, flirten in de keuken en of ze ooit daadwerkelijk iemand hebben gekend die in verwachting was van de melkman.

Een Vlaamse melkboer in 1880. Foto via

"Niet de melkboer maar wel de aardappelboer. Hij heeft het maar één keer geprobeerd. Ik heb direct gezegd 'als je dat nog een keer probeert, koop ik uw aardappelen niet meer.'"

Ik begon met mijn eigen omaatje, Denise Depourcq (83). "De melkboer kwam altijd rond hetzelfde tijdstip voor de middag. Ik liet de deur open voor hem zodat hij binnen kon lopen. Ik kocht altijd een bak melk en die droeg hij naar de kelder voor mij. Het was een super brave man die getrouwd was; zijn vrouw kwam elke dag mee met de kar. Als het koud was zorgde ik dat er een pan warme soep klaarstond voor hen. Ze waren allebei vriend aan huis."

Op de vraag of de melkboer ooit met haar heeft geflirt, antwoordt ze een duidelijke nee. "Niet de melkboer maar wel de aardappelboer. Ik toonde hem waar hij de aardappelen moest neerzetten en toen zat hij aan mijn bil. Hij trok een beetje aan mijn broek, maar niet extreem. Dat heeft hij maar één keer geprobeerd. Ik heb direct gezegd 'als je dat nog een keer probeert, koop ik uw aardappelen niet meer.'" Dat vertelde ze nooit aan haar man: "Zoiets kleins? Nee, ik heb het bijna niet gevoeld. Daarbij, het mannenvolk was toen anders dan nu, ze waren veel losser en we namen hen dat niet kwalijk. Ik heb nooit ruzie met hem gehad."

"Stel je voor: je bent getrouwd, je man is altijd aan het werk, je hebt vijf kinderen en je moet thuisblijven. Sommige vrouwen vonden dat niet leuk. Er zaten van die zotte tussen die de deur open deden in hun kamerjas en daar niet veel kleren onder aanhadden."

Mijn omaatje heeft nooit iemand gekend die zwanger was van de melkboer. "Er waren wel vrouwen waarvan werd gezegd dat ze een kind hadden met iemand die aan huis dingen kwam verkopen of geld kwam halen, de mensen van de ziekenbond of verzekering bijvoorbeeld, maar ik weet niet zeker of dat echt zo was. Ik heb wel altijd gehoord dat de aardappelboer bij veel andere vrouwen heeft geprobeerd, en dat het eigenlijk vooral de vrouwen waren die aanzet gaven. Stel je voor: je bent getrouwd, je man is altijd aan het werk, je hebt vijf kinderen en je moet thuisblijven. Je hele leven is gebonden aan je huis, sommige vrouwen vonden dat niet leuk. Er zaten van die zotte tussen die de deur open deden in hun kamerjas en daar niet veel kleren onder aanhadden. Ze sprongen bijna bovenop de mannen! Maar goed, dat is heb ik ook van horen zeggen. Mensen die eens met iemand anders gaan, dat is van alle tijden. Er lopen altijd sloebers rond!"

"Mijn moeder had ook wel aftrek, maar ze is er nooit voor gevallen. De melkboeren probeerden haar even aan te raken of zo, maar ze zei altijd nee en vertelde dat aan papa. Hij maakte er geen punt van."

Bij Hilda Van Der Vlis Soepboer (91) kwam de melkboer ongeveer vier keer per week langs. "Ik ben veertien keer verhuisd dus ik heb veel verschillende melkboeren gekend. Sommige waren echt leuk. Eentje - ik weet zijn naam niet meer - was heel spontaan en gaf wel eens een scheutje extra. Ik herinner me vooral die ouderwetse melkkar. Het kraantje van zijn vijfliterkan ging open en dan vulde hij een emmertje voor ons." Volgens haar was de melkboer best goed in het versieren van huisvrouwen: "Hij heeft nooit iets bij mij geprobeerd, maar ik weet van mijn moeder dat hij wel durfde. Mijn moeder had ook wel aftrek, maar ze is er nooit voor gevallen. De melkboeren probeerden haar even aan te raken of zo, maar ze zei altijd nee en vertelde dat aan papa. Hij maakte er geen punt van. Hij wist dat hun relatie goed zat, dus was niet jaloers en ook niet boos op de melkboer."

"De melkboeren waren niet van onze stand, zij waren winkeliers en onze mannen hadden een goeie kantoorbaan. Wij vrouwen waren niet zo achterlijk dat we ons zomaar lieten versieren door een andere man!"

Irene Sirag (95) gelooft niet dat de melkboer erop uit was huisvrouwen te verleiden. "Wij woonden in een hele leuke straat, vol vrouwen met kinderen. We maakten onderling wel eens grapjes over kinderen hebben van de melkboer, maar dat was altijd al als grapje bedoeld. Het kwam een beetje doordat de melkboer kind aan huis was. We hadden allemaal een huis met een tweede ingang, achterin, aan de keuken, waarlangs hij binnenkwam. Tijdens zijn bezoek deed hij vaak ook allerlei karweitjes. Was ik in verwachting en stond de was op een gasfornuis, dan tilde hij die zware bak eraf voor mij. Maar het bleef bij een grapje hoor: we waren allemaal trouw aan onze eigen man. De melkboeren waren niet van onze stand, zij waren winkeliers en onze mannen hadden een goeie kantoorbaan. Wij vrouwen waren niet zo achterlijk dat we ons zomaar lieten versieren door een andere man!"

Intussen is het beroep door de uitvinding van de koelkast, de opkomst van supermarkten en de strengere regels op het verkopen van 'losse melk' zo goed als uitgestorven. Hier en daar rijden in Nederlandse en Belgische dorpen nog bestelbusjes in de vorm van rijdende winkels rond en ook supermarkten leveren aan huis - maar dat is vooral voor ouderen en valt niet te vergelijken met de melkboer uit het vooroorlogse straatbeeld die op de bakfiets, met paard en wagen en later met een gemotoriseerde kar van deur tot deur ging om gezinnen te voorzien van karnemelk, melk en soms ook boter en eieren.

Ik begrijp van mijn oma dat melkboer zijn een beroep voor bikkels was: hij kwam door weer en wind, met zware melkbussen en wollen handschoenen zonder vingers om het geld te kunnen tellen. "Ook tijdens de oorlog, toen we nergens anders inkopen konden doen," vertelt ze me nog. Dat klinkt als een eerzaam beroep. De getuigenissen van deze grootmoeders bewijzen dat het dat ook was. Wel ben ik ergens opgelucht dat er een vorm van waarheid blijkt te liggen in de uitdrukking: we weten niet of de melkboer veel vrouwen bezwangerd heeft, maar wel dat hij, en met hem een hoop andere deur-tot-deurverkopers uit die tijd, het verleidingsspel niet schuwden.

In de uitdrukking zit dus een kern van waarheid. Het is geen fabeltje waarmee het harde werk van de melkboeren snoeihard door het spreekwoordelijk slijk is gehaald. Want als er van de uitdrukking helemaal niets waar was geweest, had ik toch een beetje medelijden met wijlen alle melkboeren gehad.