De allereerste chips in Rwanda wordt gebakken door een Nederlander

Thijs Boer is de eigenaar van Winnaz Crisps, het eerste Rwandese chipsmerk.
15.6.16

Er wordt in Nederland veel chips gegeten. In onze supermarkten is er een heel pad aan het zoutje gewijd. Er is ronde chips, driehoekige chips, chips in de vorm van spiraaltjes, ringen, frietjes. Chips van maïs, van wortel, pastinaak, bietjes en natuurlijk van aardappel. In de oven gebakken chips, gepofte chips, gewoon gefrituurde chips, maar ook met de hand gefrituurde chips, en er zijn ongeveer duizend verschillende smaken. In Rwanda is dat anders: daar was drie jaar geleden nog helemaal geen chips te krijgen in de supermarkt.

Advertentie

Thijs Boer kwam daar tijdens zijn studie ontwikkelingseconomie achter. Als iemand uit een ondernemersfamilie (zijn vader was boer en zijn moeder had een eigen onderneming in de zorg) wilde Thijs altijd al een eigen bedrijf. Thijs zag in 2013 dat mensen in Rwanda geen chips kenden. Koekjes en nootjes gingen er wel als warme broodjes over de toonbank. "In Kenia eten mensen wel chips, dus moet dat in Rwanda ook kunnen," dacht Thijs.

"Ik wilde eigenlijk een champignonkwekerij in Zimbabwe opzetten," vertelt Thijs. "Dat ging op het laatste moment niet door omdat mijn zakenpartner het risico te groot vond. Toen kwam ik op het idee om een chipsfabriek in Rwanda te openen. Dat kostte een zesde van de investering die ik voor de champignonkwekerij nodig had, de grondstoffen waren in het land zelf te krijgen en ik had een goed gevoel bij mijn partner. Echt onderzoek met grote cijfers hebben we niet gedaan, het voelde gewoon goed."

Thijs begon in januari 2014 met het bedrijf Winnaz Crisps. Die naam komt volgens hem van de winnaarsmentaliteit die in Rwanda heerst, omdat het kleine landje na de burgeroorlog voortdurend probeert op te boksen tegen haar grotere buurlanden. In maart 2015 kwamen de machines voor de fabriek vanuit Nederland aan in de stad Ruhengeri, waar de fabriek staat. Een maand later rolde het eerste zakje chips van de band. De zakjes liggen sinds augustus 2015 voor vijfhonderd Rwandese franc (ongeveer zeventig eurocent) in de winkel. Winnaz was het eerste Rwandese bedrijf dat chips maakt, maar heeft er inmiddels al twee concurrenten bij.

IMG_4192B

Alle foto's door Philip Gentis.

Thijs koopt zijn aardappelen rechtstreeks bij Rwandese boeren, waardoor de boeren een betere prijs krijgen voor hun producten. Het bedrijf heeft momenteel 35 mensen in dienst, in productie- en salesfuncties. Thijs hoopt nog meer mensen aan te kunnen nemen, want hij wil de grootste chipsfabrikant van Oost-Afrika worden. Dat is goed nieuws, want de werkloosheid in Rwanda is erg hoog. Verder gebruikt hij voor zijn verpakkingen honderd procent biologisch afbreekbaar materiaal – dat is namelijk verplicht in Rwanda. Het maakt Winnaz, volgens Thijs, de enige chipsfabrikant in de wereld die dat doet.

Om de grootste chipsfabrikant van Oost-Afrika te worden moet de verkoop wel wat stijgen. Thijs vertelt dat zijn chips nu een beetje begint te verkopen, terwijl hij deze omzet in januari al had verwacht. Wat Thijs met zijn bedrijf eigenlijk in één jaar wilde bereiken gaat door de tegenvallende verkoop twee tot drie jaar duren.

Advertentie

"Toen ik Winnaz begon, waren er in Rwanda twee chipsmerken uit Kenia verkrijgbaar, maar het grootste deel van de bevolking had nog nooit chips gezien," zegt Thijs. "Het is nog echt een nichemarkt, dus maken we nog maar één smaak: naturel. In augustus komt daar de smaak salt & vinegar bij en eind 2016 gaan we piri piri maken – dat lijkt op de Nederlandse paprikachips."

Op dit moment eten maar weinig Rwandezen chips, omdat mensen het niet kunnen betalen. Thijs vertelt dat de prijs van de chips voor ongeveer 95 procent van de bevolking te hoog is. Niet gek, want het gemiddelde inkomen in Rwanda is één dollar per dag. "We richten ons niet op de mensen die op het plattenland wonen, want die kunnen de chips simpelweg niet betalen," legt hij uit. "Onze doelgroep bestaat uit mensen die in de stad wonen en daar een baan hebben. Mensen met een salaris van minimaal tien dollar per dag. Dat is een kleine groep, maar omdat er weinig tot geen concurrentie is, is het voor ons mogelijk een groot deel van die kleine groep te bereiken. Daarnaast zijn toeristen en expats een leuk extraatje."

IMG_4630A

Door het aardappelras – de lokale kinigi-aardappel – is de vorm en kleur van de chips momenteel nog niet consistent genoeg. Het is een lelijk aardappeltje vol met putten en bulten, waardoor er moeilijk mooie schijfjes van te snijden zijn. Thijs is druk bezig met het invoeren van een ander aardappelras, zodat de boeren in Rwanda een betere aardappel voor Thijs kunnen gaan verbouwen. "Vanuit de overheid zijn ze heel voorzichtig met het invoeren van een nieuw aardappelras, omdat het ziektes kan veroorzaken," legt Thijs uit. "Het hele proces kan drie jaar duren, dus doen we het nu nog even met de kinigi. Maar als we een grotere speler willen worden, hebben we andere piepers nodig."

De vorm en kleur zijn misschien nog niet optimaal, de smaak is dat volgens Thijs wel. "Ik was eigenlijk helemaal niet zo'n fan van chips. Ik at alleen heel af en toe naturelchips, of van die hand cooked salt & pepper. Dat is dezelfde manier als wij ze maken. Ambachtelijke chips, wat harder en knapperiger dan chips van bijvoorbeeld Lay's. Als de chips vers uit de pan komt is het echt heerlijk, alles klopt."

Ondanks dat de eerste lading chips die Thijs naar familie en vrienden in Nederland stuurde een mislukking was, vonden ze de chips de tweede keer gelukkig wel lekker. "De eerste keer stuurde ik een verkeerde batch, daar was alles wat mis kon gaan misgegaan: te dikke schijfjes, slappe chips, slecht gesloten verpakkingen," vertelt Thijs. "De tweede keer ging het gelukkig beter. Iedereen vond ze heerlijk. Ook al zijn onze aardappels heel lelijk, ze smaken super."