Aref vluchtte uit Syrië en maakt nu honing in het centrum van Kopenhagen

FYI.

This story is over 5 years old.

Aref vluchtte uit Syrië en maakt nu honing in het centrum van Kopenhagen

Aref vluchtte voor de oorlog. Nu maakt hij honing bovenop het stadhuis van Kopenhagen.
21.4.16
Alle fotos af Nikolai Linares

Alle foto's door Nikolai Linares

Drie jaar geleden werkte Aref Haboo als imker in Syrië, waar hij in een klein dorpje vlakbij de Turkse grens voor zijn 45 korven zorgde. Nu – nadat hij vluchtte voor de oorlog en naar Denemarken reisde – maakt hij nog steeds honing en zorgt hij voor de bijen bovenop het dak van het stadhuis van Kopenhagen en in de bloeiende Tivolituinen.

Zijn reis van Syrië naar Denemarken duurde twee maanden. Hij trok door een woestijn, sliep in ijskoude verlaten pakhuizen en zat 35 uur achterin een vrachtwagen die door Italië reed. Het enige dat hij bij zich had was zijn paspoort en foto's van zijn bijen.

Advertentie

"Op een van de foto's omhels ik een bijenkorf," zegt de 42-jarige Aref. "Op een andere foto is mijn gezicht opgezwollen door alle bijensteken."

Main photo_bybi_Aref

Aref kreeg asiel in Denemarken en begon als stagiair bij Bybi, een sociale organisatie die met bijen de biodiversiteit van Kopenhagen bestudeert. Ook produceren en verkopen ze honing van hoge kwaliteit, met hulp van werkloze mensen. De oprichter van Bybi, Oliver Maxwell, haalt zijn inspiratie uit een samenleving waar iedereen zijn steentje bijdraagt, net als in een bijenkolonie.

"De bijen slapen momenteel," legt Aref in een fabriek van Bybi ergens in Kopenhagen uit. Hij heeft de bijen al een tijdje niet gezien. Als je de korf in de winter openmaakt, bestaat de kans dat de bijen doodgaan door de plotselinge kou. Ondanks dat Aref een ervaren imker is, heeft hij toch nog veel over bijen kunnen leren in Denemarken. De bijen waar hij mee werkte in Syrië zien er anders uit, gedragen zich anders en hebben een andere levenscyclus. "Deense bijen zijn erg mild, Syrische bijen zijn veel agressiever, vertelt hij. "Eén verkeerde beweging en je wordt gestoken. Een onvoorzichtige imker wordt meteen afgestraft."

070316_Bybi_166044

"Ik heb geen idee hoe vaak ik ben gestoken. Je went eraan, ook als tien bijen je tegelijk steken." Aref laat op zijn mobiele telefoon foto's van Syrische planten zien en legt uit hoe iedere plant bijdraagt aan de kleur en smaak van de honing. "Het mooiste aan het maken van honing is dat je niet kunt bepalen hoe het eindproduct zal smaken of eruit komt te zien. Dat bepalen de bijen."

Aref pakt een paar potten honing die zijn geproduceerd door Bybi. Alle honing komt uit dezelfde stad, maar toch heeft elke soort een aparte smaak en kleur. De bijen verzamelen nectar langs treinsporen, privétuinen, parken en balkons. Je kunt het verschil tussen wijken en of het zomer of winter is zelfs proeven.

Advertentie

De bijen bij Kongens Nytorv, een druk plein in het centrum, produceren een hele lichte en bloemige honing. In tegenstelling tot de bijen bij het Bella conferentiecentrum, die een veel zwaardere, donkerdere honing maken. Waarschijnlijk door de wilde bloemen uit de nabijgelegen parken.

Een bij heeft een instinctief bewustzijn van zijn rol in de wereld. Hij werkt tot de dood voor zijn gemeenschap, en communiceert met de rest door middel van een dans. Bijen kunnen twaalf kilometer vliegen in de zoektocht naar nectar, maar het zijn ook rationele wezens die niet verder vliegen dan nodig is. Gemiddeld vliegt een honingbij niet verder dan een kilometer op zoek naar nectar. "De bij speelt een cruciale rol in het bestuivingsproces," zegt Aref. "En ze produceren honing, wat als middel tegen enorm veel kwaaltjes gebruikt kan worden. Ook komen bijen voor in de Koran." Een leraar van Aref bracht hem in contact met de wereld van bijen. Hij deed niets liever dan het bestuderen van de kleur en smaak van honing, at het met olijven of verse yoghurt en gaf honing cadeau aan vrienden, familie en dorpsgenoten. Ondanks de positieve kwaliteiten van honing waarschuwde Aref wel iedereen: teveel kan slecht zijn voor je hart.

Supporting photo_Bybi_ Aref

Toen hij Syrië verliet was het een totaal veranderd land. Zijn dorp was compleet verlaten. Er was geen stromend water, elektriciteit of warmte. Het dorp verlaten was levensgevaarlijk omdat de Islamitische Staat er patrouilleerde. "Mensen staken hun meubels in de winter in brand om het warm te houden. Het was ondraaglijk, je voelde je geen mens," vertelt Aref over de dagen vlak voordat hij vertrok om in Europa een veilige plek voor zijn vrouw en kinderen te zoeken.

Aref vertrouwde zijn boerderij en bijen toe aan een vriend. Het is inmiddels een half jaar geleden dat hij hem voor het laatst sprak. Hij hoopt dat de boerderij nog steeds overeind staat en de bijen regelmatig terug naar de korf komen. Maar de kans is aanwezig dat het dorp hetzelfde lot onderging als andere dorpen die in handen vielen van IS.

De gedachte dat hij terug naar huis kan geeft Aref hoop, maar het wordt steeds moeilijker om die levend te houden terwijl de oorlog doorgaat. "Mijn familie en ik raken steeds meer gehecht aan Denemarken. Misschien dat mijn kinderen besluiten dat Denemarken de plek is waar ze echt thuishoren." Daarom volgt Aref Deense les. Hij verstaat al een hoop, maar spreekt nog maar enkele woorden.

Hij vindt de Deense honing lekker, maar mist de dikkere soort uit Syrië wel, daarom probeert hij wat potten te importeren. Zodra de winterse kou Denemarken heeft verlaten kan Aref zijn bijen weer in het zonlicht bewonderen. Het werk in de fabriek is leuk, maar hij ziet de bijen liever wanneer ze actief zijn. "Als mensen niet lekker in hun vel zitten, nemen ze een dagje vrij en gaan ze misschien naar het strand om zich beter te voelen," zegt Aref. "Ik voel me beter wanneer ik de bijen zie vliegen. Ze helpen me de oorlog en het land dat ik heb achtergelaten te vergeten." De honingproductie doet hem onthouden wie hij is, en als hij honing eet herinnert hij zich Syrië in betere tijden.

"Deense en Syrische honing smaken anders, maar als ik de honing hier eet ben ik toch even terug in Syrië, bij mijn eigen bijen."