FYI.

This story is over 5 years old.

China investeert 1 miljard in Parijs-replica maar vergeet het stokbrood

Tianducheng is letterlijk het Parijs van China, inclusief een replica van de Eiffeltoren en namaak Monets. Maar aan de ‘Franse’ keuken klopt iets nog niet helemaal.
03 januari 2015, 7:00am
All photos courtesy of the author

In China is het een traditie om in een restaurant je eigen kamer te huren, zodat je wat privacy hebt onder het dineren. Dat lijkt niet nodig te zijn in Tianducheng, een stadje dat een paar uur buiten Shanghai ligt. Het enige restaurant dat daadwerkelijk klanten heeft is een Japanse teppanyaki-tent, genaamd Hokkaido. Het Franse restaurant ernaast is uitgestorven. Dit is vreemd, want Tianducheng is het Parijs van China.

Letterlijk. Een 108 meter hoge Eiffeltoren steekt uit boven de rijen gebouwen in Hausmann-stijl. Een wildgroei aan bronzen beelden van Griekse goden en godinnen domineren de Westers uitziende fonteinen. Een café genaamd Cristina adverteert met koffie en thee.

fake-paris-noelle-china-3

Het was allemaal redelijk overtuigend geweest, ware het niet dat alles leegstaat. Van alle appartementen wordt maar een klein gedeelte daadwerkelijk bewoond. De straten zijn uitgestorven. De fonteinen staan uit. En Cristina's koffie? Ook nep. Haar gevel staat er enkel ter decoratie. Deze wijk, die een miljard kostte om te bouwen, moest 10 duizend inwoners aantrekken. Minder dan 2 duizend kwamen.

Spookwijken zoals deze zijn verspreid door heel China. Ze zijn het gevolg van bouwgrage ontwikkelaars die de bloeiende economische groei van China anticiperen —en soms over-anticiperen. Terwijl ik er ronddwaal, hoor ik niet de claxons en drukte van een typisch Chinese stad. Het enige wat ik hoor zijn de vage klanken van Gangnam Style, afkomstig uit een winkel verderop.

Het is een vreemde ervaring, maar het eten hier spant de kroon.

In het kasteelachtige landhuis Tianducheng Resort ligt Provence Restaurant, het enige Franse restaurant in deze zogenaamd 'francofiele' metropool. Ik woonde zelf ooit in Frankrijk en hoewel ik hier ook ben om me te vergapen aan deze bizarre stad, ben ik hier vooral voor het eten.

fake-paris-noelle-china-2

Provence heeft een handvol typisch Franse attributen: de muren zijn voorzien van charmant roze-en-geel behang, er zijn brede, openslaande ramen en hier en daar hangt een schilderij van een Provençaals lavendelveld. Maar verder lijkt het meer op een Chinees restaurant: felle tl-buizen aan het plafond, ongezellige opgestelde tafels en serveersters gekleed in bijpassend stijve uniforms.

De bediening was geweldig. Hoewel we tijdens de lunchdrukte kwamen, waren we de enige mensen in het restaurant. Een serveerster bracht ons naar onze tafeltjes en vulde onze kopjes met thee. Daarna bleef ze om me heen hangen terwijl ik door het iPad-menu scrolde. Af en toe onderbrak ze me om iets aan te wijzen en te zeggen "Dit is erg lekker". Er stonden drie anderen over haar schouder mee te kijken.

Het menu was niet bepaald Frans te noemen. Het aanbod was eerder zoals je zou verwachten in een eersterangs Chinees restaurant: dungesneden koude eendentong, verschillende soorten vissoep, hot pots met rund- of varkensvlees, schotels met roergebakken noedels en luxe gerechten zoals zeekomkommer en haaievin.

Toch kreeg ik ook een paar Westerse opties te zien op mijn LED-scherm. Er waren Coquilles St. Jacques; geroosterde Sint-jakobsschelpen zoals mijn Franse hospita vroeger voor mij maakte. Ook was er foie gras, maar toen ik het bestelde kreeg ik te horen dat het op was. En dan was er nog Westers gebraden kip, zij het met de voetjes er nog aan.

De gebraden kip was fenomenaal, hoewel mijn oordeel waarschijnlijk is aangetast doordat ik maanden in China heb doorgebracht zonder Westers gebraad. Hoe dan ook, de kip was mals, sappig en nauwelijks gekruid zodat de smaak van het vlees tot zijn recht kon komen. Mais, champignons en dikke strikken zeewier dreven in de bijbehorende vettige soep.

fake-paris-noelle-china-4

De Sint-jakobsschelpen waren ook goed — het waren alleen geen Sint-jakobsschelpen. Het was eigenlijk een bergje dunne noedels gescrambled met ei en krabvlees. En het Chinese Chinese eten — het soort dat zich niet eens probeerde te vermommen als zijnde Frans — was pittig en vakkundig bereid. Een gerecht van dunne plakjes rundvlees in een pikante rode bouillion was daar het bewijs van.

Nadat ik klaar was met eten, wenkte ik de serveerster en vroeg ik "Heeft u ook brood?"

"Wat?" vroeg ze verward. Dit was, uiteraard, een test. Tegen deze tijd wist ik zeker dat dit neppe Frankrijk, en zelfs zijn restaurant, in helemaal niks op het echte Frankrijk leek. Maar haar onwetendheid was de doorslaggevende factor.

In Frankrijk hoef je nooit om brood te vragen: het ís er gewoon. Heerlijk dikke hompen stokbrood in een gezellig mandje. In dit nep-Franse restaurant rent de serveerser gejaagd naar de keuken om de kok te vragen een paar sneetjes brood te roosteren voor de Westerse gasten.

Je kan een restaurant in een buitenwijk van Hangzhou, China niet echt op de vingers tikken omdat ze niet het meest authentieke Franse eten hebben. Je mag echter een ontwikkelaar berispen op de investering van een miljard dollar in een imitatie-Parijs in een schijnbaar willekeurige, dunbevolkte Chinese buitenwijk.

En ik bedoel écht heel dunbevolkt. Ik begin me af te vragen of de serveersters naar me staren omdat ik een buitenlander ben, of omdat ik een mens ben. Als de huidige trends doorzetten zal Parijs niet de enige bizar lege buitenwijk van China blijven. Dat is in feite precies wat een ritje met de bullet train van Beijing naar Shanghai onthult: hijskranen bovenop de skeletten van gebouwen, zover als het oog reikt.

Misschien krijgen we volgend jaar een imitatie-Rome.