Food by VICE

Ik at ‘s werelds eerste veganistische biefstuk op Veggie Festival in Amsterdam

Het laatste stukje vlees wat ik ooit at was een entrecote. Tijd om te kijken hoe de vega-optie is.

door Maud Droste
19 juni 2018, 1:23pm

Alle foto's door de auteur

Het laatste stukje vlees dat ik at voordat ik vegetariër werd, was een entrecote. Ik was nooit een grote fan van biefstuk, maar het was onderdeel van het valentijnsmenu voor mijn toenmalige vriend. Ik wist toen nog niet dat dit mijn laatste stuk vlees ooit zou worden.

Nu, bijna anderhalf jaar later, krijg ik de kans om de allereerste plantaardige biefstuk ooit te proeven. Op de NDSM-werf in Amsterdam-Noord vindt namelijk de eerste editie van het Veggie Festival plaats. Een plek waar vegetariërs, veganisten en flexitariërs zich tegoed kunnen doen aan falafelballen, veggieburgers en extreem gezonde detox-sapjes. Maar misschien nog wel belangrijker: het festival heeft de primeur om als eerste plek ter wereld de plantaardige biefstuk te serveren.

Ik ben benieuwd in hoeverre mijn herinneringen aan biefstuk overeenkomen met deze plantaardige variant – en wat er verder allemaal voor veganistische fun te beleven is op het festival.

Als ik het festivalterrein op loop, kom ik erachter dat ik nét de workshop van Fitgirls.nl heb gemist. Balen. Het valt me op dat het behoorlijk rustig is, maar elk nadeel heeft zijn voordeel en ik ben blij dat de wachttijd bij de kraampjes maximaal vijf minuten is. Ik loop een rondje om te besluiten wat ik als eerste zal proberen en zie dat de rij bij de poffertjes wél lang is. Ik houd niet van die kleffe schijfjes, maar volg wel graag de kudde. Daarom sluit ik achteraan.

Ik bestel een bakje met rodebiet-frambozenpoffertjes en basilicum-muntpoffertjes. Als ik neerplof op één van de met tapijt beklede pallets, kom ik erachter dat het bakje lek is. Ik dip de poffertjes in het kleverige mengsel van honing en boter dat op mijn spijkerbroek ligt en proef. De rodebiet-frambozenpoffertjes zijn niet noemenswaardig, maar de basilicum-muntpoffertjes zijn goddelijk. De basilicum is niet heel sterk aanwezig, maar het zoete van het beslag in combinatie met de munt laat mijn tong tintelen van geluk. Niet als zo’n ranzig After Eight-chocolaatje wat je oma bij de koffie serveerde, maar eerder als een fris knetterijsje. Bijna besluit ik dat ik ze thuis eens moet proberen te maken in mijn nog nooit aangeraakte poffertjespan. Bijna.

Ik loop door naar het volgende kraampje en besluit daar de hummus, baba ganoush, bulgur en koolsalade te proberen. Vooral de baba ganoush is heerlijk zacht en romig, maar heeft toch een beetje pit door zijn rokerige smaak. Terwijl ik een warme pita met hummus in mijn mond prop, vertelt Esther, de vrouw achter de kraam, over een vrouw die terugkwam met de baba ganoush, omdat ze dacht dat de aubergine was aangebrand. Kennelijk was zij zich er niet van bewust dat de rokerige smaak juist de bedoeling is. Noob.

Na deze vullende maaltijd word ik ineens overvallen door intense uitdroging. Ik bestel een tropisch sapje voor bijna zeven euro en drink het binnen twee minuten op. Doordat ik weer eens pijnlijk geconfronteerd wordt met het gat in m’n hand, geef ik mezelf even een time-out. Buiten vraag ik mensen wat ze naar dit festival brengt. Het blijkt dat iedereen vandaag een fietstochtje aan het maken is en toevallig tegen het festival aanreed. Een paar Zwitserse jongens vertellen me dat Nederland zo duur is. Ik moet het ze nageven: als arme student is het hier best moeilijk vertoeven. De entree is een tientje en de gerechten zijn al snel zeven à acht pietermannen.

Tijd om de plantaardige biefstuk te proberen. Deze badboy is voor iedereen gratis, en na het gesprek over geld voel ik me daarom behoorlijk opgelucht. Als ik de stukjes vegavlees naast elkaar op de grill zie liggen, zien ze er inderdaad behoorlijk echt uit. Als ik erop druk, veren ze terug als een echte biefstuk. Ik proef een stukje, maar ben niet heel erg enthousiast. De textuur komt aardig dicht in de buurt, maar is het toch net niet. De smaak is niet heel verkeerd, maar het proeft alsof iemand een blok tofu heeft genomen en er vervolgens met een pipetje de smaak ‘entrecote’ aan toe heeft gevoegd.

Misschien ben ik wel te kritisch. Ik vind het soms al moeilijk om tofu überhaupt iets van smaak te geven. Deze biefstuk was waarschijnlijk één van de grootste uitdagingen in vleesvervangerland, maar ik ben nooit een fervente liefhebber geweest van vleesvervangers. Ze zijn vrijwel altijd een slap aftreksel met weinig smaak. Er zullen ongetwijfeld mensen zijn voor wie dit een geweldige uitvinding is, maar zijn dat vega's die ineens biefstuk missen? Of vleeseters met een zwak voor soja? Zijn dit retorische vragen? Ik dacht het niet.

De vegabiefstukken van Vivera

Ik begin vol te raken en daarvan te balen. De biefstuk viel tegen, maar nu ik hier toch ben, wil ik er wel het maximale uit halen. Ik twijfel of ik in mijn eentje de Vondeldisco kapot ga raven, of dat ik karaoke ga zingen in de knusse pipowagen van Duke of Tokyo. Maar omdat ik de enige ben die van mijn stemgeluid houdt en dansen met een volle maag nog nooit een goed idee is geweest, besluit ik dat er nog te veel dingen zijn die ik niet heb geproefd.

Mijn gretigheid neemt het van mijn ratio over en ik negeer dat er in mijn maag eigenlijk geen ruimte meer is. Dus eet ik opeenvolgend: een broodje vegashoarma (prima reepjes postbode-elastiek met shoarmamarinade), een hele kimchiburger (gitzwart, maar verrassend fris door de gefermenteerde Koreaanse kool), een zwartgeblakerde pompoen met geitenkaas (heerlijk, maar niet te eten zonder knoeien) en een bakje ijs met drie bolletjes: jasmijn-sinaasappel, mango-passievrucht en volgens de verkoper “iets wat lijkt op Marokkaanse thee.” Daarna besluit ik pas dat het genoeg is geweest voor vandaag.

Als ik ‘s avonds in bed lig en alles voel zakken, knaagt er iets aan me. Ik heb ondanks de heerlijke dag toch een onvoldaan gevoel. Als ik ‘s ochtends wakker word, vraagt een vriend me om ergens een hapje te eten. Een paar uur later wandel ik het terrein weer op voor deel 2 van Veggie Festival. Ik heb deze dag een missie: de andere helft van het festival naar binnen werken.

Verse tortilla’s in de maak bij Oma Nana’s Taqueria

Ik besluit om tactisch te plannen welke kraampjes ik allemaal nog moet proberen. Die planning sla ik vrijwel meteen in de wind, want ik begin weer met poffertjes. Mijn vriend is het met me eens: de basilicum-muntpoffertjes zijn geweldig. Vervolgens eet ik tortilla’s met portobello bij een kraampje waar ‘Oma Nana’, een jonge, blonde vrouw, in de weer is. De tortilla’s smaken geweldig en ruiken volgens haar naar de heerlijke geuren van Zuid-Amerika. Ik knik enthousiast, maar heb geen idee. Ik ben er nog nooit geweest.

Raven!!!

Naast eten kun je ook dansen in een disco. Gisteren was die wegens het geringe aantal bezoekers op sterven na dood, maar vandaag is het er ineens springlevend, omdat er een kind van een jaar of negen achter de draaitafel staat. Het is druk op de dansvloer en de mensen gaan los. Omdat iedereen een koptelefoon op heeft, weet ik niet of het kind daadwerkelijk goed draait of dat het ouders zijn die typische ouderdingen doen als enthousiast zijn over hun kinderen. Ik zet zelf een koptelefoon op en hoor afrobeats in mijn oren. Dit jochie heeft talent – en beweegt daarnaast alsof hij zo uit de clip van Boogie Wonderland komt.

Enfin, koppie erbij: er staan nog vier kraampjes op de planning. Ik ben nu vooral benieuwd naar het veganistische driegangenmenu van Yerba. In het midden van de ruimte staat een klein afgeschermd terrasje met tien tafeltjes. Het enige probleem is dat er niemand zit. Mijn vriend is niet enthousiast en probeert me het idee uit het hoofd te praten: “Wil je dat echt doen? We zijn dan net een stel muppets in een hok.”

Het moment vlak voor de ijscrisis van '18

Een minuut later zitten we aan een wit tafeltje exact in het midden, waardoor het extra opvalt dat we he-le-maal alleen zitten. Het eten is gelukkig erg goed. Het is verfijnd en volledig plantaardig, maar de gerechten zitten bomvol smaak. We delen courgettebeignets en maistortilla’s met bloemkool. Als dessert krijgen we een hoorntje met een bol asperge-ijs, bestrooit met honeycomb. De smaak is ~bijzonder~, maar ik weet niet of ik er heel enthousiast over ben. Ik krijg ook niet echt de kans om erachter te komen, want bij de eerste lik ligt de bol alweer op mijn broek. Veggie Festival 2, Ik 0.

Het begint nu echt leeg te lopen. We eten nog een veganistische pizza (helaas was de pizza bianca op, dus kreeg ik een pizzabodem met tomatensaus en rucola), pittige pomballen (honderd keer beter dan de nu al uitgemolken bieterbal) en twee veganistische gebakjes die zo machtig zijn dat ik het gevoel heb dat ik zojuist alle calorieën van de dag ervoor in twee minuten naar binnen heb gewerkt. Mijn missie om de kraampjes die ik op de eerste dag nog niet had bezocht, vandaag wel te bezoeken, is op één patatkraampje na volbracht. Ik ben meer dan tevreden.

Ik heb deze twee dagen een klein fortuin uitgegeven en als we naar buiten lopen, krijgen we de vraag of we nog een biefstukje mee willen. Ik bedank, en bedenk dat dit waarschijnlijk een van de weinige keren is dat ik gratis eten heb afgeslagen.

Volg MUNCHIES op Facebook, Instagram en Flipboard.

Tagged:
Amsterdam
Munchies
Food
Vegan
Festival
Vegetarier
biefstuk