Advertentie
Sport

Mijn strijd om Saoedische vrouwen op het WK te krijgen

“Ik zag altijd meer paarden dan vrouwen in Saoedische sporttijdschriften.”

door Saja Kamal; zoals verteld aan Dave Aalbers
26 juni 2019, 11:16am

Foto via Saja Kamal.

Nog lang niet elke vrouwelijke voetballer krijgt een goed salaris, maar spelers als Lieke Martens en Shanice van de Sanden kunnen in ieder geval al een aardige boterham verdienen. Er zijn ook landen waarin het vrouwenvoetbal nog veel verder achterloopt, zoals Saoedi-Arabië. Daar hebben veel meisjes dezelfde droom, maar wordt het nationale vrouwenelftal nog niet eens officieel erkend.

De Saoedische Saja Kamal (29) begon met voetballen toen ze vier was en droomde ervan om profvoetballer te worden. Dat bleek zeker in haar tijd onmogelijk in haar land. Ze speelde wel op internationale toernooien namens Saoedi-Arabië, maar deze wedstrijden werden op papier niet meegeteld als interlands. Tegenwoordig strijdt Kamal voor vrouwenrechten in Saoedi-Arabië, en wil ze voorkomen dat jonge meisjes door dezelfde struggles heen moeten.

Via FaceTime vertelt ze over de doodsbedreigingen die ze in haar land kreeg, en hoe ze verkleed als jongen een stadion binnensneakte. Dit is het verhaal van Saja Kamal.


"Ik krijg dagelijks berichtjes van meiden die me vragen waar ze lid kunnen worden van een voetbalteam. Tegenwoordig zijn er ook wel clubs waarbij dat kan. Toen ik zelf jong was, was dat wel anders: als ik niet de steun van mijn vader had gekregen, had ik waarschijnlijk nooit op het veld gestaan. Ik heb erg veel geluk gehad.

Door het werk van mijn vader groeide ik anders op dan de meeste meisjes in Saoedi-Arabië. We woonden in een Amerikaanse compound, en binnen die muren waren er velden waarop iedereen kon voetballen. Mijn vader was altijd helemaal gek van voetbal en liet me op mijn vierde al meedoen. Ik was heel zenuwachtig, totdat de wedstrijd begon. Iedereen rende als kip zonder kop naar de bal. Vanaf dat moment vergat ik alles en was het veld mijn terrein. In de rust kregen we altijd heerlijke sappige sinaasappels en na afloop aten we met z’n allen pizza.

Dat klinkt allemaal vrij zorgeloos, maar het was compleet anders als ik ook maar een seconde van de compound af was. Als ik naar school ging, moest ik een lange abaya aan en mijn gezicht verbergen, en ik mocht ook niet meedoen met gym. In de compound mocht ik ondertussen op zwemles en pianoles, eigenlijk alles waarvan ik droomde. Ik raakte totaal in de war van dat contrast.

In de pauze wilde ik het liefst over sport praten, maar het ging vooral over stereotiepe vrouwenonderwerpen als make-up, shoppen en het huwelijk. We zaten altijd met een groepje meisjes op een grasveld naast de kantine, waar we onze lunch aten en onze gebeden deden, terwijl ik veel liever al mijn energie eruit wilde gooien. Vanaf de meisjeskant konden we het gedeelte van de jongens zien: er was een grote atletiekbaan en ze hadden er alle vrijheid om buiten te spelen. Daar wilde ik ook zijn. Ik zat met veel vragen in mijn hoofd: waarom moeten vrouwen hun gezicht verbergen? En waarom mag ik niet gewoon laten zien dat ik van voetbal hou?

Als jong meisje was het mijn grote droom om een keer mijn helden van het nationale elftal van Saoedi-Arabië te ontmoeten. Op een dag zouden mijn vader en broers naar een wedstrijd in het stadion gaan, met na afloop een meet-and-greet met de spelers. Ik mocht in eerste instantie niet mee, omdat vrouwen destijds nog niet in voetbalstadions mochten komen. Ik was daar ontzettend verdrietig over, en voor mijn vader voelde dit ook als onrecht. Hij zei: “Weet je wat? We gaan gewoon en ik zal je beschermen.”

Ik trok een lange jas aan en verstopte mijn haar onder een pet. Ik verkleedde me compleet als jongen om het stadion binnen te glippen. Ik was gespannen, maar voelde me wel veilig aan de hand van mijn vader. Het rebelse gevoel, het idee dat ik eigenlijk helemaal niet in het stadion mocht zijn, vond ik heerlijk. Ik zag daar voor het eerst mijn helden live in actie. Voor mijn veiligheid had mijn vader me wel een jongensnaam gegeven: Aziz. Dat is altijd een beetje blijven hangen. Mijn moeder ging me ook zo noemen als ik buiten voor het huis met jongens aan het voetballen was. “Je bent eigenlijk geen meisje,” zei ze dan.

Ondertussen was sport voor vrouwen nog steeds een groot taboe in Saoedi-Arabië. Vrouwen horen niet aan sport te doen, bleef ik altijd maar horen. Als sportief meisje werd je al gauw als lesbienne, man of atheïst gezien. In mijn jeugd was het me al opgevallen dat er in sporttijdschriften meer paarden dan vrouwen te zien waren. Ik wist toen al dat ik dubbel zo hard moest werken als ik hetzelfde als mijn broers wilde bereiken.

Mijn vader stuurde me later naar een middelbare school in Bahrein. Ik leefde in het oosten van Saoedi-Arabië, vlak bij de grens. Iedere dag was ik ongeveer anderhalf uur onderweg, maar dat was het waard. Het was een gemengde school, en ik kwam er daar achter dat het wel degelijk mogelijk was om als vrouw een professionele atleet te worden. Er was zelfs een nationaal vrouwenteam. Ik besefte hoe ver we achterliepen in Saoedi-Arabië, zelfs ten opzichte van een buurland. Uiteindelijk heb ik in Bahrein nog gevoetbald voor de voetbalschool van Arsenal, dat was een geweldige tijd. Inmiddels is die alleen helaas weer opgeheven.

Saoedi-Arabië heeft als een van de weinige landen op de wereld nog altijd geen officieel vrouwenelftal. Ik heb wel namens mijn land gespeeld op internationale toernooien, maar op papier tellen die niet mee. In 2006 deed ik bijvoorbeeld mee aan de Schwan’s USA Cup in Minnesota, een groot internationaal jeugdtoernooi. We hadden eigen shirtjes met onze namen achterop, maar moesten in de media verbergen waar we vandaan kwamen. Ik werd als aanvoerder geïnterviewd door het tv-programma Good Morning America, en kreeg van tevoren van mijn teamleider een lijst met woorden die ik niet mocht zeggen, zoals ‘Saoedi-Arabië’ en ‘moslim’. De eerste vraag die ik kreeg, was gelijk waar mijn team vandaan kwam. Ik stond alleen maar te stotteren. We moesten eigenlijk doen alsof we niet bestonden.

Het was voor mij onmogelijk om iets als voetballer te bereiken, dus ik besloot te gaan studeren. Na mijn middelbare school ging ik naar de Northeastern University in Boston. Ik speelde daar in het vrouwenteam, maar erg uitdagend was dat niet. Ik stond al gauw vaak bij het zaalvoetbal van de mannen te kijken, en op een dag hadden ze iemand nodig om mee te doen. Ik viel in, en ze zagen me rennen, vallen, tackelen en weer opstaan. Ze dachten: zo, dit meisje heeft skills. Ze hielden zich niet in en gingen de duels met me aan alsof ik een jongen was. Dat klinkt als iets kleins, maar voor mij was het heel mooi.

Toen ik was afgestudeerd en mijn studentenvisum afliep, heb ik er bewust voor gekozen om terug naar Saoedi-Arabië te gaan. Zo kan ik een verschil maken voor de vrouwen in ons land. Ik heb lange tijd als consultant gewerkt, waardoor ik veel in contact kom met mensen die voor verandering kunnen zorgen. Die veranderingen zijn er gelukkig ook: vrouwen mogen tegenwoordig autorijden en in stadions komen. Alles gaat nog erg langzaam, maar we maken stapjes in de goede richting.

Ik voetbal nu soms nog voor mijn plezier, en ik probeer vooral via social media en interviews op te komen voor vrouwenrechten. Ik vind het nog altijd niet makkelijk om dat op drukke openbare plekken te doen. Je weet maar nooit wat er gebeurt als mensen me herkennen. Ik ben vaak genoeg bang geweest en heb ook weleens doodsbedreigingen gehad. Ik werd op mijn werk bijvoorbeeld een keer gebeld door een vrouw die ik verder helemaal niet kende: “Je gaat vanaf nu je gezicht bedekken als je aan het werk bent!” zei ze. Ze wilde niet dat ik “zo in de buurt van haar man” zou komen. In dat soort gevallen bel ik meestal de politie. Ik heb ook al meerdere keren een advocaat ingeschakeld.

Om in Saoedi-Arabië te kunnen voetballen moet je minstens in de bovenste laag van de middenklasse zitten, een chauffeur hebben en vooral veel steun van je familie krijgen. Zelfs als er vrouwenelftallen zijn bij clubs, lopen ze daar niet zo mee te koop – op de instagrampagina’s worden ze gewoon verstopt. Iedereen is bang voor de reacties. Ik weet zeker dat er genoeg talentvolle meisjes zijn, maar voordat ze daadwerkelijk kunnen doorbreken is er nog veel werk te verrichten.

We kunnen hier ook niet op tv naar het WK in Frankrijk kijken. Zelf probeer ik het alsnog te zien via een wirwar aan adblockers, en als ik de spelers dan bezig zie, ben ik daar best jaloers op. Mijn volgende doel is om een nationaal vrouwenteam voor Saoedi-Arabië op te zetten, al zie ik dat niet snel gebeuren. Ik denk ook regelmatig aan wat ik had kunnen bereiken als ik in een ander land was opgegroeid. Veel vrouwen van mijn generatie zeggen ook weleens dat ze eigenlijk geld zouden moeten krijgen voor al die verloren jaren. Voor de grap, maar het zegt wel iets. Ik doe er in ieder geval alles voor om te voorkomen dat de nieuwe generatie vrouwen niet hetzelfde moet doorstaan als wij."