DSC_0449
Anna Kenza, foto's door Melisa Can
Identiteit

Waarom ik mijn Nederlandse achternaam in mijn Marokkaanse terugveranderde

"Acteurs met een Marokkaanse achtergrond zijn nu gewild in de filmwereld, waardoor ik waarschijnlijk meer kans heb op werk."
zoals verteld aan Melisa Can
14 mei 2019, 10:31am

"Een jaar geleden droeg ik voor twee grote Nederlandse castingdirectors een monoloog voor. Het ging hartstikke goed, en de castingdirectors waren enthousiast. Toch konden ze me niet helemaal plaatsen. Op het papiertje dat ze voor zich hadden stond Anna Maria Mulder – de naam die sinds mijn negende in mijn paspoort staat. De castingdirectors vroegen zich af hoe het kon dat ik een traditionele Nederlandse naam heb, maar er niet zo uitzie. Wat was mijn verhaal?

Ik ben geboren als Anna Maria Kenza Chbani. Toen ik negen was en nadat mijn Marokkaanse vader was overleden, heeft mijn Nederlandse moeder mijn naam veranderd. Het zou volgens haar daardoor duidelijker worden dat ik bij haar ‘hoor’, om het zo maar te noemen. Misschien dat het maatschappelijke klimaat er toen ook anders uitzag, en ze verwachtte dat het voor mij makkelijker zou zijn om Mulder te heten in plaats van Chbani. Nu staat er in mijn paspoort: Anna Maria Kenza Albertje Mulder. Albertje verwijst naar Albert, die mijn vader is sinds ik twee ben.

Toch heb ik een maand geleden de naam die ik voor werk gebruik terug naar het Marokkaans veranderd. Als eerste voornaam gebruik ik nog steeds Anna. Kenza – de naam van mijn Marokkaanse oma – heb ik daar nu aan toegevoegd, plus de achternaam van mijn biologische vader: Chbani. Voor mijn werk heet ik nu dus Anna Kenza Chbani.

De aanleiding voor deze naamsverandering was het gesprek met die castingdirectors over mijn Marokkaanse afkomst, nadat ik mijn monoloog had voorgedragen. Ze vroegen hoe het met mijn werk ging en of ik genoeg klussen kreeg. En toen antwoordde ik heel eerlijk dat het matig ging. Daar konden ze zich wel wat bij voorstellen: met mijn naam lig ik namelijk niet in het ‘bakje’ van mensen met een andere afkomst. Als een filmteam op zoek gaat naar een Marokkaans meisje van tussen de 20 en 26 jaar, val ik vaak tussen wal en schip. Mijn Nederlandse naam zorgt voor verwarring. Stel je voor dat je een lijst met allemaal Noord-Afrikaanse namen ziet, en daar dan Anna Maria Mulder bij ziet staan. De kans is groot dat mensen dat als een foutje zien. Als ik dat duidelijker zou maken, zou ik wél in het juiste bakje vallen en wellicht wat meer werk krijgen. Dus zeiden die castingdirectors: “Waarom verander je je naam niet?”

Mijn naamsverandering is in de eerste plaats dus een strategische keuze. Maar toch is het meer dan dat. Want het heeft lang geduurd voordat ik het ook echt heb veranderd. Dat heeft te maken met het feit dat het naast strategisch, ook een persoonlijke keuze is.

Ik ben opgegroeid in een wit, Nederlands gezin en ging naar een witte school. Mijn biologische Marokkaanse vader was absent. Ik heb hem nooit echt gekend omdat hij overleed toen ik negen was. Toch ben ik vaak genoeg geconfronteerd met mijn Marokkaanse wortels. Dat begon al toen ik heel jong was. Op de basisschool won ik eens een tafelvoetbaltoernooi, net na 9/11. Het kind waar ik van had gewonnen was gefrustreerd en boos, en riep toen dat ik mijn bek moest houden en dat mijn ouders bij al-Qaeda hoorden. Op de hockeyclub waar ik op zat, hoorde ik meermaals: “Je hoort hier niet, rot op naar je eigen land.” Op vakantie in Zuid-Frankrijk is er zelfs een keer vuilnis tegen me aan gezet, en werd ik “vuilnis Fatima” genoemd. Ook vroegen mensen me of ik geadopteerd was. Want als je snel naar mij kijkt, dan zie je niet per se gelijkenissen met mijn Nederlandse moeder en vader (ik noem hem mijn vader, omdat hij de persoon is die ik sinds mijn tweede als mijn vader ken).

Het was pijnlijk om die dingen te horen. Ik ging er steeds meer tegen vechten – fysiek en mentaal. Als ik zo’n opmerking naar mijn hoofd geslingerd kreeg, antwoordde ik met geweld en ging ik vechten met degene die zoiets zei. Ook heb ik me emotioneel jarenlang afgezet tegen het Marokkaanse in mij, juist door alle lelijke dingen die mensen tegen me zeiden. Ik wilde niet bij die vooroordelen horen. Het gevolg was dat ik mijn Marokkaanse wortels zo goed als ik kon probeerde te verbloemen. Als mensen vroegen waar ik vandaan kwam, zei ik als kind nog: half Marokkaans, half Nederlands. Maar omdat ik merkte dat dat Marokkaanse in mij zoveel aandacht kreeg en dat mensen hele persoonlijke vragen gingen stellen over mijn familie, de Marokkaanse cultuur of mijn geloof, ben ik mijn Marokkaanse wortels op een gegeven moment zoveel mogelijk gaan verpakken. Als puber antwoordde ik op vragen over mijn afkomst – die totale vreemden werkelijk elke dag aan mij stellen – dat ik Joods-Portugese, Franse, Schotse, Vlaamse en Marokkaanse wortels heb – waar mijn moeder via zo’n heritage-zoeker achter was gekomen. Mijn gedachte was: als ik het nou inpak, dan valt mijn Marokkaans-zijn niet zo op.

Dat heb ik jarenlang zo gedaan. Tot 2014. Ik keek naar het nieuws, en zag een item waarin Wilders vroeg of we meer of minder Marokkanen in Nederland wilden. Toen ik een menigte “minder, minder” hoorde scanderen, deed dat zoveel pijn. Dit gaat over mij, dacht ik. En dat was een nieuwe ervaring, want op dat moment voelde ik me ineens enorm aangesproken.

Ik begon me af te vragen wat mijn relatie met mijn Marokkaans-zijn is. Daar ben ik nog steeds mee bezig, en daarom heb ik zo lang getwijfeld of ik mijn naam wel wilde terugveranderen naar het Marokkaans. Het is namelijk meer dan een commerciële overweging. Het gaat ook om mijn identiteit.

Wat eveneens een rol speelde in mijn keuze, is dat de film- en theaterwereld naar mijn idee is veranderd als het gaat om de verhalen die worden verteld. Waar er vroeger nauwelijks plek was voor het verhaal van mensen met een niet-Nederlandse afkomst, en er vooral een negatief, stereotiep beeld over bijvoorbeeld Marokkaanse Nederlanders werd gecreëerd, heb ik het idee dat nieuwe makers juist aandacht aan willen besteden aan de diversiteit en de schoonheid van de Marokkaanse cultuur – wat ik veel leuker vind om te zien en te ervaren dan alleen maar het lelijke, eenzijdige geluid.

Natuurlijk is er ook nog wel een weg te gaan. We zitten op dit moment in een overgangsfase. De kans is nog wel aanwezig dat het Marokkaanse, Surinaamse, Turkse of Afghaanse personage in een cast de rol van ‘de crimineel’ zal vertolken. Ook ik heb eigenlijk altijd wel de rol van het niet-witte meisje, en krijg ik vaak de rollen die in verband staan met waar het personage etnisch vandaan komt. Maar de personages zijn nu zoveel gelaagder en complexer dan vroeger. Er wordt niet langer een eenzijdig, plat beeld geschetst, puur en alleen gebaseerd op de afkomst van een personage. De complexiteit wordt meegenomen. En dat is ook veel interessanter om te spelen als acteur dan wanneer je je alleen maar in een bepaald stereotiep bouwwerk mag bewegen.

Een maand geleden had ik een gesprek met mijn moeder. De winkel waar ik werkte was net failliet gegaan. Ook had ik die week geen andere klussen, dus zat ik ineens zonder werk. Toen ik hier met mijn moeder over sprak, hakte ik eigenlijk de knoop door. Ik dacht: fuck het, ik verander mijn naam. Ik heb er nu lang genoeg over nagedacht, en het er met genoeg mensen over gehad. En het voelt goed. Dus waarom niet? Toen heb ik er een mail uitgestuurd, naar de castingdirectors die het hadden voorgesteld. Zij reageerden heel enthousiast: Welkom, Anna Kenza.

De beslissing heb ik pas een maand geleden genomen, dus het is nog even afwachten hoe het is en of ik ook echt meer werk zal krijgen. Hoe dan ook: ik sta achter mijn keuze. Dat acteurs met een Marokkaanse of andere niet-Nederlandse achtergrond nu gewild zijn in de filmwereld, vind ik een mooie ontwikkeling. En ik hoop dat ik daar deel van kan uitmaken, en die verhalen zal kunnen vertolken.

Toen ik het aan mijn moeder vertelde, reageerde ze ontzettend lief. Zij heeft natuurlijk gezien hoe ik me jarenlang tegen mijn Marokkaanse wortels heb afgezet, en dat ik me er absoluut niet mee wilde identificeren. Daar heeft ze destijds ook begrip voor gehad, maar nu vindt ze het vooral mooi dat ik me er niet meer voor schaam, en het Marokkaans-zijn, samen het Nederlands-zijn, nu juist omarm.

Ik ben Anna Kenza. Ik heb een dubbele nationaliteit, en dat is oké. In mijn bloed zitten weilanden, en daar waait de Sahara-wind overheen."