Quantcast
Het internet is geen dokter

De makers van louche online vragenlijsten betalen een flinke zak geld om bovenaan jouw Google-resultaten te komen.

De hele week staat VICE in het teken van psychische gezondheid onder jongeren, en proberen we een licht te schijnen op een aantal van de belangrijkste kwesties die daarbij komen kijken.


Illustratie door Andy Baker

Als je bij Google "depressie test" intypt, kom je waarschijnlijk niet uit op de Beck Depression Inventory. Dit is een hele gedegen informatiebron samengesteld door zorgverleners van over de hele wereld, en sinds 1961 is de test een gouden standaard voor het meten van de ernst van een depressie. Nee, in plaats daarvan leidt jouw zoekopdracht waarschijnlijk tot een overvloed aan websites die je een willekeurig aantal, niet geverifieerde quizzen aanbieden en die dan eindelijk uitsluiten wat er echt mis is met je.

Volgens Dr. Robert Epstein, geestelijke gezondheidsexpert en voormalig editor-in-chief van Psychology Today, is dit een groot probleem. "Nooit eerder is er een grotere bron van foute informatie over geestelijke gezondheid geweest dan het internet," vertelt hij. "Er zijn werkelijk duizenden ongevalideerde tests die maar al te graag willen bepalen in welke staat jouw psyche verkeerd. Wat daar uiteindelijk uitrolt interesseert de makers van die tests niet zo veel." Epstein heeft geprobeerd om dit te verhelpen door zijn eigen internet-vriendelijke test te ontwikkelen. Epsteins Mental Health Inventory is een gratis test die bestaat uit 63 vragen en die je kunt invullen op de site DoYouNeedTherapy.com. De makers hebben goed geld betaald om bovenaan de Google-resultaten te verschijnen.

Epsteins test is een van de weinige klinische online tests – meer dan 3400 proefpersonen probeerden de eerste versie uit. In 2013 is de moeilijkheidsgraad van de leesbaarheid verlaagd en is de informatie uit de vijfde editie van de DSM toegepast. Dit wil zeggen dat de test voldoet aan de huidige maatstaven die gangbaar zijn in de geestelijke gezondheidszorg van de VS.

Epsteins test volgt normen die vaak niet worden nageleefd door testen op DepressedTest.com of andere vreemde quizzen die hoog in de Google-resultaten verschijnen. Omdat juist die dubieuze tests nog altijd bovenaan verschijnen, wordt er wel het meest op geklikt.

Uit een studie uit 2011 blijkt dat bijna zestig procent van de clicks uit de eerste drie Googleresultaten bestaat, terwijl bijna negentig procent van de clicks op de eerste pagina is. Probeer je eens te herinneren wanneer je naar de tweede pagina hebt doorgeklikt. Luiheid kun je het ook niet echt noemen, het zegt meer iets over ons vertrouwen in de goddelijke algoritmes.

"Als iets bovenaan staat geloven mensen dat het klopt," zegt Epstein. "Ze denken dat er een alwetende god is die elke website ter wereld heeft gecontroleerd, en je daarna de beste keuzes voorschotelt. Dat is niet zo. Wie betaalt komt bovenaan." Hiermee kan zelfs het verschil gemaakt worden in een nek-aan-nekrace in verkiezingstijd.

Nooit eerder is er een grotere bron van foute informatie over geestelijke gezondheid geweest dan het internet. – Dr. Robert Epstein

Dan heb je ook nog het Google-echo probleem. Denk aan het gebroken politieke landschap van Amerika, waar steakverslindende Red Stars op zoek kunnen gaan naar "Obama is muslim," terwijl complotliberatiërs van "Bush did 9/11" hun zoekopdracht maken, en kunnen ze beiden worden gevalideerd met pagina's die ze 'bewijsmateriaal' biedt. "Google geeft je wat je wil," zegt Epstein. "Ze doen steeds meer customized rankings en weten beter wie je bent. Het geeft je een goed gevoel."

Stel je voor dat iemand oprecht op zoek is naar een "depressietest". Deze mensen zijn niet in staat om de uitkomsten van een neptest te overwegen. "Sommigen zitten op het randje van zelfmoord," zegt Epstein. "Ze beschikken niet over de juiste vaardigheden, en hebben zeker niet altijd voldoende inzicht en uithoudingsvermogen om die resultaten te relativeren. Dit kan tot heel gevaarlijke situaties leiden wanneer deze mensen geen gedegen hulp krijgen." En als het even goed gaat, betekent dat niet dat ze meteen zelftests moeten gaan maken. "Deze mensen gaan waarschijnlijk in de verkeerde resultaten geloven, terwijl er eigenlijk nog van alles mis is."

Een ander groot probleem is dat deze websites vol staan met advertenties van dubieuze medicijnen, en aandacht voor deze tests zorgt ook voor een legitimiteit van de producten die erop geadverteerd worden. De pillen zouden ervoor zorgen dat gebruikers zich er beter van gaan voelen maar zijn niet goedgekeurd door de FDA (the Food and Drug Administration), laat staan getest. Sommige medicijnen worden onder een bekende naam verspreid, maar meestal zijn ze vals en gemaakt van gevaarlijke stoffen.

"Veel van deze alternatieven bestaan volledig uit slangenolie," zegt Epstein. "Net zoals in de penis-vergroting industrie."

De advertenties voor medicijnen met slagenolie worden vaak in hetzelfde design opgemaakt als de rest, dus ze zien er allemaal legitiem en getest uit. In de tijd van Geocities pikte je valse sites er makkelijk uit, maar het herkennen van zwendelaars is net een stukje lastiger geworden, zeker voor mensen die niet met internet zijn opgegroeid. Nu hebben nonsens-artikelen en wetenschappelijk onderbouwde artikelen dezelfde uitstraling en hebben ze dus dezelfde geloofwaardigheid in de ogen van de niet-sceptische consument.

Naast het probleem van neppe, online quizzen is er nog een andere kwestie die diagnoses in het algemeen beïnvloedt. "Over het algemeen zijn diagnoses subjectief en willekeurig," zegt Melodee Jarvis, manager van de " warm line" van de Mental Health Association in San Francisco. De warm line is een telefonische hulpdienst die altijd gebeld kan worden, het liefst voordat mensen een dieptepunt bereiken.

Achter geestelijke gezondheidszorg zit immers niet altijd dezelfde soort wetenschap als voor de algemene gezondheid. De oorzaak van een depressie is moeilijker te bepalen dan de oorzaak van je pijnlijke schouder. Geestelijke symptomen zijn al moeilijk te omschrijven, laat staan te diagnosticeren. Natuurlij worden problemen vaak onderverdeeld in bepaalde categorieën binnen de medische sector, maar deze categorieën zijn niet altijd even consequent. Als ze dat wel waren zou iets als de DSM-maatstaf niet nodig zijn – zoals veertig jaar geleden, toen homoseksualiteit nog omschreven werd als een psychische stoornis.

"Als je eenmaal gediagnosticeerd bent voelt het meestal alsof je eindelijk de controle over je stoornis hebt," zegt Jarvis. "Maar het identificeren van een stoornis zal op de lange termijn niet helpen."

Internetzoektochten zorgen ook voor een overdosis van over-diagnoses: als je ooit een gekke pijn in je zij hebt gevoeld en in het holst van de nacht op zoek gaat naar een diagnose, kom je er snel achter dat iets onschuldigs "waarschijnlijk kanker" is.

Jarvis gebruikt als voorbeeld mensen die stemmen horen. Als ze op zoek gaan op het internet struikelen ze meteen over de ergste diagnose: schizofrenie. En dus geloven ze meteen dat ze schizofreen zijn.

"Schizofrenie is chronisch, wat betekent dat ze er nooit vanaf komen. Dit zorgt ervoor dat veel mensen het gevoel hebben dat hun leven voorbij is," zegt Jarvis. "Maar het horen van stemmen kan allerlei soorten oorzaken hebben."

"Uit wanhoop keren steeds meer mensen zich tot het internet in de hoop om uit te vinden wat er mis is met hen."

Maar de relatie tussen het internet en de geestelijke gezondheid is niet geheel duivels. Jarvis vindt het bijvoorbeeld slim dat patiënten een snelle screening van symptomen doen voordat ze in therapie gaan. "Iedereen die zichzelf bewapend met informatie is een slimme consument," zegt ze. "Informatie is niet heilig."

Het is dus geen slecht idee om een sessie te beginnen met de resultaten die jouw research heeft opgeleverd. Het kan op z'n minst een dure introductiesessie een stuk verkorten en je beschermen tegen gevaarlijke misdiagnoses van een onbekwame arts.

Een ander pluspunt is de wereldwijde informatie over de bijwerkingen van medicijnen. "Er komt meer informatie vanuit verschillende hoeken," zegt Jarvis, "van consumenten die de medicatie goedkeuren, tot consumenten die het tegenovergestelde doen, tot mensen die voor beide pleiten. Dit is een groot verschil met psychiaters of huisartsen die geen volledig beeld geven van de bijwerkingen van medicatie." Het verschijnsel dat ze beschrijft draagt bij aan de toenemende angst dat Amerikaanse psychiaters te veel en te snel medicatie zouden voorschrijven bij psychische stoornissen.

Om patiënten betere inzichten te geven in hun behandeling, probeert de onlinewereld ook haar steentje bij te dragen. "De kracht zit 'm in de mogelijkheid om met anderen over je behandeling te praten, om mensen te ontmoeten die hetzelfde hebben meegemaakt en je inzicht kunnen geven in je eigen reis en herstel," zegt Jarvis.

Maar deze pluspunten zijn ondergeschikt aan de bizarre gewoonte van mensen om zichzelf te diagnosticeren via het web. Google zal oneindig proberen de consument te geven waar hij naar zoekt. Uit wanhoop keren steeds meer mensen zich tot het internet in de hoop om uit te vinden wat er mis is met hen. Iedere week, iedere dag en iedere seconde wordt er meer en meer content gecreëerd en in de wereldwijde troephoek gegooid.

"Hoe groot het probleem nu ook is," zegt Epstein, "morgen is het nog groter."


ls jij of iemand uit je omgeving worstelt met depressie, suïcidale gedachten, of andere psychische problemen, neem dan contact op met Stichting Korrelatie op 0900 1450, of kijk op korrelatie.nl.

Lees meer stukken over geestelijke gezondheid op onze themapagina.