Sport

Van Twente-talent tot voetballer in Bagdad: het verhaal van Shadrach Eghan

"Mijn familie ging voor me bidden dat alles goed zou komen in Irak."

door Shadrach Eghan; zoals verteld aan Dave Aalbers
19 augustus 2019, 2:10pm

Foto's via Pro Shots of via Shadrach Eghan.

Shadrach Eghan (24) speelde als talent van FC Twente met voetballers als Dusan Tadic, Hakim Ziyech en Quincy Promes. Die spelers voetballen inmiddels allemaal voor Ajax en verdienen een lekker salaris. Voor Eghan liep het allemaal net wat anders. Hij tekende in de zomer van 2017 bij Go Ahead Eagles, en zat vervolgens een half jaar zonder club.

Eghan wilde zo graag weer voetballen dat hij besloot om in te gaan op een aanbieding van Al-Zawraa, een club uit de Iraakse hoofdstad Bagdad. Dat klinkt niet als een geweldig plan, en dat bleek het later ook niet te zijn. Na een maand was de Ghanese middenvelder alweer klaar met Bagdad. Eghan zit nu weer clubloos thuis en zou het liefst zo snel mogelijk weer vlammen op het veld. Dit is zijn verhaal.


Ik kijk nog regelmatig naar beelden van mijn tijd bij FC Twente. Het was een van de beste periodes uit mijn leven. Het vaakst denk ik aan een wedstrijd tegen SC Cambuur. Mijn moeder was over uit Ghana en kwam een wedstrijd kijken in het stadion. Precies in die wedstrijd wist ik te scoren. Het was een moment van puur geluk. Het waren sowieso geweldige jaren om samen te spelen met grote voetballers als Dusan Tadic, Quincy Promes, Hakim Ziyech en Nacer Chadli. Ik zie het als een eer dat ik met zulke spelers op het veld heb gestaan. Ik bid regelmatig dat het bij die gasten goed gaat in hun carrière. Ik ga het andere mensen niet misgunnen, ook niet nu het bij mij allemaal wat minder loopt.

Shadrach Eghan
Shadrach Eghan krijgt een knuffel van Quincy Promes. Foto via Pro Shots.

Twee seizoenen geleden tekende ik bij Go Ahead Eagles. Na een seizoen kwam er een nieuwe trainer bij de club (John Stegeman, red.), die zijn eigen middenvelders wilde halen. Ik kon transfervrij op zoek naar een nieuwe werkgever. Ik wilde het liefst zo snel mogelijk weer ergens voetballen en iedereen laten zien wat ik in mijn mars heb. In die periode raakte ik soms teleurgesteld in mezelf: waarom moet uitgerekend ik in deze situatie zitten? Er was een aantal keer interesse van Europese clubs, maar steeds kreeg ik uiteindelijk dezelfde excuses te horen. “We hebben al te veel middenvelders” of “er is te weinig geld.”

Na een half seizoen zonder club werd ik ineens gebeld door een zaakwaarnemer. Hij vertelde me dat hij me naar Al-Zawraa kon brengen. Ik kende die club niet, maar hij vertelde me dat het de grootste club van Irak was. Ik dacht: wat? Voetballen in Irak? Dit kan niet waar zijn. Over Irak hoorde ik altijd alleen nieuwsberichten over ruzies en oorlogen. Toen ik mijn familie vertelde over de interesse was hun reactie precies hetzelfde: “Voetballen in Irak!?” Ze zouden voor me bidden dat alles goed zou komen.

Zelf begon ik meteen met researchen op het internet. Ik kwam erachter dat de club uit Bagdad komt en in een safe zone van de stad ligt. Het scheen een van de veiligste gebieden van Irak te zijn. Die zaakwaarnemer en de directeur van Al-Zawraa drukten me op het hart dat ik me geen zorgen hoefde te maken. Ze stuurden me vooraf het contract op en het geld was erg goed. Ik hou er sowieso van om veel van de wereld te zien, dus ik accepteerde het aanbod. Waarom ook niet? Kort daarna zat ik in het vliegtuig naar Bagdad.

Nadat ik was geland, ging ik met de auto naar het hotel. Onderweg zag ik veel gesluierde vrouwen en compleet andere gebouwen dan ik in Nederland en Afrika gewend was. Ik kon ook duidelijk zien dat er oorlog was geweest. Ik zag ingestorte gebouwen, maar ik had verwacht dat het een grotere puinhoop zou zijn. Om de haverklap moesten we stoppen voor een security check. Daar stonden bewakers met wapens, vaak kleine handgeweren, maar soms droegen ze ook een AK-47 bij zich. Ik zat niet te trillen in de auto van angst, maar het was natuurlijk wel raar om te zien. Tegelijkertijd voelde ik me er ook wel veilig door.

De club had een luxe hotel voor me geregeld in een safe zone van de stad. In dat gedeelte was alles vrij normaal. Er waren mooie hotels, winkels, groentezaakjes, supermarkten en restaurants. Voor elke training werd ik opgehaald door een auto. Om uit het gebied van mijn hotel te gaan, moest ik steeds langs zo’n security check. Rondom het trainingscomplex kwam ik weer langs een security check, om weer een veilig gebied in te gaan. Soms moest ik de auto uitstappen en werd ik gecontroleerd, maar meestal keken ze alleen even naar binnen of we geen gevaarlijke spullen bij ons hadden. De chauffeur liet zijn papieren aan de bewakers zien, waarna we weer verder mochten rijden. Ze wisselden nog wat woorden in het Arabisch, maar daar verstond ik weinig van.

De taalbarrière was ook meteen mijn grootste probleem in Irak. Voor de training kwam de trainer altijd de kleedkamer binnen om een praatje te houden. Na zijn toespraak stond iedereen op om te doen wat de trainer net had uitgelegd. Ik verstond er niks van en deed altijd maar na wat de rest deed. Op het trainingsveld ging dit niet anders. Bij een pass-en-trapvorm was het een kwestie van analyseren wat de spelers deden, om het vervolgens te kopiëren. De trainer sprak een heel klein beetje Engels, maar de spelers bijna niet. Ze probeerden nog wel met me te communiceren, maar het kwam niet verder dan: “What is your name?” of “How are you?” We lachten dan naar elkaar, maar ik voelde me niet helemaal op mijn gemak.

Shadrach Eghan op de training van Al Zawraa.
Shadrach Eghan op de training van Al Zawraa. Foto via Eghan.

Bij Al-Zawraa was ik ook de enige zwarte speler in de selectie. Ze bedoelden er niks kwaads mee, maar ik merkte wel dat ze een beetje verrast waren om mij te zien. Ze moesten gewoon even aan me wennen. Ik trok me er verder weinig van aan, maar het hielp natuurlijk niet om me meer op mijn gemak te voelen. Er was wel nog een jongen uit Marokko, die tegelijk met mij naar de club werd gehaald. Hij heette Omar Mansouri en vanaf het moment dat we elkaar aankeken, dacht ik direct: wij zijn Afrikaanse broeders.

Met Omar ging ik nog weleens de deur uit om bijvoorbeeld Irakees te eten, maar het grootste deel van mijn tijd zat ik op mijn hotelkamer. Ik voelde me weleens eenzaam daar, maar gelukkig zat Omar in hetzelfde hotel. Hij had een PlayStation bij zich, waarmee we regelmatig potjes FIFA speelden om de verveling tegen te gaan. Verder belde ik veel met familie en vrienden, keek ik films en voetbalwedstrijden op tv, zoals FC Twente in de Keuken Kampioen Divisie.

Shadrach Eghan
Shadrach Eghan in Bagdad. Foto via Eghan.

Uiteindelijk heb ik zelf maar één vriendschappelijke wedstrijd gespeeld voor Al-Zawraa. Ik stond die pot in de basis, speelde lekker en we wonnen met 2-1. De trainer was erg tevreden over mijn optreden en gaf me complimenten over mijn spel. Op het veld ging het allemaal prima, maar de taal bleef een probleem. Het werd een nog groter probleem toen mensen van de club bij het hotel ineens een nieuw contract onder mijn neus schoven. Ze stonden erop dat ik mijn krabbel zou zetten, alleen was dat contract in het Arabisch. Ze hadden geen Engelse variant en konden me ook niet uitleggen wat er precies in het contract stond. Ik vond het toch niet echt leuk in Irak, dus toen heb ik gezegd dat ik dan liever weg zou gaan. De club deed er gelukkig niet heel moeilijk over, dus na een maand vloog ik terug naar Nederland.

Vanaf het moment dat ik weer voet op Nederlandse bodem zette, voelde ik me weer helemaal thuis. Ik dacht: wow, wat een verschil. Momenteel ben ik op bezoek bij mijn familie in Zweden en train ik mee met een club op het tweede niveau, BK Olympic. Ik wil het liefst zo snel mogelijk een club vinden en hoop in Nederland aan de slag te kunnen. Ik voel me er prettig en ben gewend aan de cultuur en het leven. Er is contact geweest met SC Cambuur en Helmond Sport, maar helaas gaven zij uiteindelijk aan dat ze al genoeg middenvelders hadden.

Eerlijk gezegd had ik na mijn vliegende start in Nederland bij FC Twente wel verwacht dat ik rond deze leeftijd bij een van de grootste clubs van Europa zou spelen. Ik doe er alles aan om weer terug te komen op mijn oude niveau. Ik maak me geen zorgen en probeer zoveel mogelijk te blijven lachen. Ik weet dat het binnenkort weer goed komt. Het is anders gelopen dat ik had verwacht, maar alsnog zijn er heel veel mensen in Afrika die in mijn schoenen zouden willen staan. Ik ben dankbaar voor alle kansen die ik heb gekregen.