angst ogen open illustratie tosca van der weerden roze
Illustratie: Tosca van der Weerden / Amnesty International
Identiteit

Waarom aangifte doen na een verkrachting zo ongelooflijk moeilijk is

“Mijn advies: ga in ieder geval het informatief gesprek voeren, om te kijken wat ze kunnen doen. Ook al heb je het gevoel dat er te weinig bewijs is, doe het dan alsnog."
26.6.20

Julia* (25) verstijfde tijdens haar verkrachting. Ze had op reis een jongen ontmoet, die ze drie maanden geleden in een Amsterdams café weer tegenkwam, vertelt ze aan de telefoon. “We dronken wat, en die avond nam ik hem mee naar huis. In eerste instantie wilde ik met hem naar bed, maar tijdens de seks deed hij het condoom gelijk af. Ik zei dat ik het niet fijn vond, dat ik dit niet wilde. Hij luisterde niet en bleef doorgaan. Ik dacht alleen maar: ik wil dat hij weggaat, maar het kwam niet uit m’n mond. Mijn lichaam schoot op slot, ik kón niet schreeuwen. Het voelt alsof hij een deel van me heeft afgepakt.”

Advertentie

Als je wordt verkracht, is het volgens de wet pas strafbaar als kan worden bewezen dat er geweld of dwang is gebruikt. Maar in werkelijkheid is er lang niet altijd sprake van geweld bij zo’n situatie: 70% van de slachtoffers ‘bevriest’ tijdens een verkrachting. Ook kan er bijvoorbeeld sprake zijn van drogering.

Minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) vindt dat dit anders moet. Hij wil de wet uitbreiden met ‘seks tegen de wil’ als een nieuw strafdelict. Wat die wetgeving wil bewerkstelligen − onvrijwillige seks strafbaar maken − is heel goed, maar de uitvoering is volgens mensenrechtenorganisatie Amnesty International halfslachtig. Voor ‘seks tegen de wil’ kan je een maximumstraf van zes jaar krijgen, terwijl dit bij verkrachting twaalf jaar kan zijn. Amnesty vindt dat slachtoffers hiermee ook onvoldoende worden gesteund; alsof wat zij hebben meegemaakt minder erg is dan verkrachting. Ze roepen Minister Grapperhaus op om onvrijwillige seks in de wet als verkrachting te erkennen.

De meeste slachtoffers van verkrachting zijn vrouw: in Nederland is meer dan 10% van de vrouwen verkracht. Op dit moment doen maar weinig slachtoffers aangifte: naar schatting wordt 30% gemeld bij de politie. Volgens cijfers die het AD opvroeg bij politie en justitie kwamen er van januari tot oktober vorig jaar 1224 mensen bij de politie om melding te maken van een verkrachting. Daarvan leidden 499 meldingen tot aangifte. Bij 172 van die aangiftes kwam het tot een rechtszaak, en 102 keer tot een veroordeling.

Advertentie

Dat zijn opvallend weinig veroordelingen. Ik bel strafrechtadvocaat Leonie van der Grinten (30) om te vragen hoe dat kan. “Het is lastig, omdat een zedenzaak vaak in een intieme setting plaatsvindt. In principe is één getuige, geen getuige, en dat is echt een probleem. Want hoe bewijs je dat er sprake was van dwang?”

Dat betekent niet dat een slachtoffer van verkrachting de zaak altijd bij voorbaat verliest, benadrukt Van der Grinten. “Het is echt niet zo dat de verkrachter alleen veroordeeld wordt als alles zwart op wit staat. Er zijn allerlei dingen die kunnen meespelen als steunbewijs. Als het slachtoffer na de verkrachting iemand emotioneel opbelt, wordt dat in het dossier meegenomen, of bijvoorbeeld als er extreem hardhandige porno wordt aangetroffen op de computer van de verdachte.”

Dat niet alle slachtoffers uiteindelijk aangifte doen, komt vaak omdat het voor hen een te pijnlijk proces is. “Het is voor slachtoffers moeilijk om aangifte te doen, omdat je meerdere keren in detail moet vertellen wat er is gebeurd. Ook vindt er soms een lichamelijk onderzoek plaats, wat heftig kan zijn. In het merendeel van de gevallen is de verkrachter een bekende van het slachtoffer, wat aangifte tegen iemand doen nog lastiger kan maken.”

Dat het een bekende was, speelde ook bij Julia een rol. “Ik ben bang dat het uitkomt in de stad waar ik woon. Aangifte doen heb ik sowieso niet overwogen. Ik trek het niet om zo’n traject in te gaan, en heb tijdens m’n verkrachting niet geschreeuwd of gehuild. Dat neem ik mezelf nog steeds kwalijk. Hoe weet hij dat hij mijn grens is overgegaan? Ik denk dat hij zich van geen kwaad bewust is − hij was fucked up, van de drank en drugs. Misschien dat als hij een beter mens was geweest, hij had doorgehad dat het tegen m’n zin in was.”

Advertentie

Hoe kan je het beste juridische stappen zetten na een verkrachting? Van der Grinten: “De eerste stap is juridisch advies vragen aan een specialist. Veel mensen stappen naar een Juridisch Loket, dat kan ook, maar zij zullen je doorverwijzen naar de politie. Als je bij de politie een melding hebt gemaakt, krijg je een informatief gesprek met de afdeling Zeden. Dat is nog geen aangifte, maar een gesprek waarin je kort uiteen kunt zetten wat er is gebeurd, en je de regels en procedure van een aangifte uitgelegd krijgt. Daarna krijg je twee weken bedenktijd. Na die 14 dagen kan het informatieve gesprek worden omgezet in een officiële aangifte. In tegenstelling tot wat veel mensen denken kun je een aangifte niet meer terugtrekken. De officier van justitie bepaalt of de zaak wordt doorgezet of niet. De kans dat een aangifte tot een veroordeling leidt is niet altijd groot. Als er te weinig bewijs is voor een veroordeling, kan het gebeuren dat je je onheus bejegend voelt door de rechtbank en de hele procedure. Dat noem je secundaire victimisatie. Als de zaak wordt geseponeerd, kan je altijd nog de artikel 12-procedure starten. Dan vraag je, samen met een advocaat, of het gerechtshof je zaak alsnog wil laten voorkomen.”

Merel* (23) stapte wel naar de politie, maar het leidde niet tot een aangifte. Op haar zestiende werd ze een jaar lang seksueel misbruikt door een oudere jongen van school. “Hij had naaktfoto’s en -video’s van mij, en dreigde dat hij de foto’s online zou zetten als ik er iets van zou zeggen. Ik was zo bang, hij had totale macht over me. Op mijn zeventiende ging ik in een andere stad studeren. Na een half jaar kreeg ik nachtmerries en raakte ik in een depressie. Ik kreeg de diagnose PTSS en ben jarenlang in therapie geweest. Een halfjaar geleden voelde ik me ineens heel krachtig. Na jarenlange schaamte, denken dat het mijn schuld was, voelde ik voor het eerst het onrecht dat mij was aangedaan. Ik wilde dat hij gestraft werd. Ik heb de politie gebeld en gezegd dat ik aangifte wilde doen. Een maand later had ik een gesprek met twee vrouwen van de zedenpolitie. Na mijn verhaal zeiden ze: ‘Misschien is het niet verstandig om aangifte te doen. Zo’n traject kan veel oproepen, traumatiserend zijn. Het is nu heel mooi hoe goed het met je gaat. Wees daar dankbaar voor.’ Ze zeiden dat een paar mails en Whatsapp-berichten onvoldoende bewijs waren, dat het zijn woord tegen de mijne zou zijn. Ik was verdrietig, ik voelde me niet gezien. Heel naar, alsof ze me het recht op aangifte ontnamen. Júist van de politie wilde ik horen dat het goed was dat ik er was. Het voelde alsof ze de strijd niet voor me aan wilden gaan, een strijd die ik wilde voeren. Na twee weken bedenktijd, zei ik daarom dat ik het alsnog wilde doen. Ik legde uit dat ik het recht heb om dit te doen en het een stukje afsluiting zou zijn. Toen ze me weer zeiden dat de kans dat het zou lukken heel klein was, dacht ik: ja, hoe gaat het ooit lukken als zij niet achter mijn aangifte staan? Ik zei: ‘Ik vind het heel jammer, dan doe ik het niet.’”

Merel is zeker niet de enige die dit zo ervaart. Deze week verscheen het onderzoek ‘Verschillende Perspectieven’ van Justitie en Veiligheid (J&V). Hieruit blijkt dat “de werkwijze van zedenrechercheurs niet aansluit op de behoefte en verwachtingen van slachtoffers, en daardoor tot frictie leidt”. Op de site van J&V staat dat die negatieve ervaringen met name op drie specifieke momenten voorkomen: tijdens het informatieve gesprek, omdat de zedenrechercheurs veel nadruk leggen op de onmogelijkheden van een zaak; rondom de bedenktijd, omdat slachtoffers het als een drempel ervaren zelf weer contact te moeten leggen; en na het doen van aangifte, omdat slachtoffers zich onvoldoende geïnformeerd voelen over het onderzoek. Eind dit jaar wil J&V weten welke maatregelen de politie heeft genomen om dit te verbeteren.

Ondanks dat het je als slachtoffer vaak niet makkelijk wordt gemaakt, is het in sommige gevallen wel beter om toch aangifte doen, zegt Van der Grinten. “Mijn advies: ga in ieder geval het informatief gesprek voeren, om te kijken wat ze kunnen doen. Ook al heb je het gevoel dat er te weinig bewijs is, doe het dan alsnog, al is het maar zodat de politie de cijfers in de gaten kan houden. En zodat er een melding in het systeem komt te staan.”

Merel* is wat dat betreft toch blij dat ze naar de politie is gestapt. “Ik ben trots dat ik deze stap heb durven te zetten. Anders zou het altijd door mijn hoofd spoken: wat nou als ik wél aangifte had gedaan? Ik vind het heel fijn dat er een melding is gedaan, dat er iéts staat. Zijn naam en geboortedatum staan genoteerd. Als er weer een meisje zijn naam noemt, is er misschien meer bewijs. Dat is iets wat de laatste tijd door m’n hoofd spookt: misschien heeft hij dit bij meerdere meisjes gedaan, terwijl hij nog vrij rondloopt. Misschien dat ik nog een keer advies vraag bij Centrum Seksueel Geweld, maar voor nu geef ik mezelf even wat rust. Gelukkig gaat het nu goed met me. Ik hoop echt dat er verandering in het aangiftetraject komt, misschien is het delen van mijn verhaal een begin.”

*Beide voornamen zijn gefingeerd. Namen bekend bij de redactie.

Heb je een ongewenste seksuele ervaring meegemaakt? Het telefoonnummer van Centrum Seksueel Geweld is 0800-0188. Of check hun website voor meer informatie: www. centrumseksueelgeweld.nl. Ook kun je terecht bij Slachtofferhulp Nederland (0900-0101) en de Nationale Politie (0900-8844)