Tech by VICE

Onderdrukte Bengaalse moslims worden nu ook verdreven door het klimaat

Miljoenen Bengaalse moslims lijden onder het anti-moslimbeleid van de regering, maar vanwege de klimaatcrisis dreigen ook hun huizen overstroomd te raken.

door Chandrani Sinha, Zach Lowry, Sam Wolff
08 oktober 2019, 10:35am

Studenten in het district Barpeta beklimmen een zandbank nadat ze klaar zijn met school. Foto’s: Zach Lowry en Sam Wolff

Als je op de hoogte wil blijven van onze beste stukken zonder je suf te scrollen, schrijf je dan in voor onze wekelijkse nieuwsbrief.

De Indiase staat Assam werd vorige maand wereldnieuws vanwege iets wat op het eerste gezicht vrij alledaags lijkt: een volkstelling.

Het ging om een nieuw nationaal bevolkingsregister, dat als doel heeft illegale immigranten op te sporen. Mensenrechtenorganisatie zijn bang dat het tot discriminatie zal leiden: het is namelijk de vraag of deze mensen zich nog wel Indiërs mogen blijven noemen, en of ze hun rechten niet zullen verliezen. Er zijn in elk geval 1,9 miljoen mensen niet opgenomen in het nieuwe bevolkingsregister.

Als ze hun burgerschap kwijtraken, verliezen ze ook het recht om te werken, te stemmen, of hulp te ontvangen. Het nationale bevolkingsregister werd in de internationale pers onder het “hindoe-nationalisme” van president Narendra Modi en zijn partij Bharatiya Janata geschaard. Mensenrechtenorganisaties vonden de volkstelling exemplarisch voor de antimoslimagenda van de partij. Eerder werden ook de autonome bevoegdheden van Kashmir ingetrokken, de enige deelstaat waar de meerderheid van de bevolking uit moslims bestaat.

Voor de Bengaalse moslims in Assam is er echter nog meer aan de hand. Los van dat ze moeten bewijzen dat ze Indiërs zijn, wordt ook hun leefomgeving bedreigd door de gevolgen van klimaatverandering. Het weer wordt onvoorspelbaarder, de erosie hardnekkiger. Hun huizen dreigen weg te spoelen.

1570123222044-9
Een boer en zijn zoon winnen jute in de rivier Brahmaputra. Jute is na katoen de meest gebruikte natuurlijke vezel ter wereld, en wordt gewonnen uit planten van het Corchorus-geslacht. Foto’s: Zach Lowry en Sam Wolff

Assam wordt in tweeën gespleten door de rivier Brahmaputra, die op sommige plekken meer dan een kilometer breed is. In de rivier liggen veel zandbanken, ook wel bekend als chars. Deze chars worden gevormd als het sediment uit het Himalaya-gebergte door de stroom van de rivier wordt meegenomen en zich ophoopt in de plooien van de rivierbedding. Het eiland dat ontstaat verdwijnt vervolgens ook weer na een tijdje door erosie.

De chars zijn een uniek geologisch fenomeen, en al ruim honderd jaar het thuis van Bengaalse immigranten en hun nakomelingen. Deze mensen verhuizen van zandbank naar zandbank en leven van de landbouw – ze winnen bijvoorbeeld jute uit de planten die er groeien.

Firoza Khatun’s husband abandoned her family after their char eroded decades ago. Since then, she has raised her children alone, and continued to pay taxes on the submerged land in hope that it may emerge and she can pass it on to her children. “My heart won’t let me leave this place.”
Nadat hun char jaren geleden weg was geërodeerd, werd Firoza Khatun door haar man verlaten. Hierna voedde ze hun kinderen alleen op, en bleef ze belasting betalen voor het ondergedompelde stuk land in de hoop dat het weer boven komt drijven, en ze het door kan geven aan haar kinderen. “Ik kan deze plek niet verlaten.” Foto’s: Zach Lowry en Sam Wolff

Ondanks dat de rivier instabiel is, wonen er meer dan twee miljoen Bengaalse moslims, die samen zo’n 2.600 chars bewonen. Maar nu hun leefomgeving op zowel fysiek als juridisch vlak bedreigd wordt, is het de vraag hoelang nog.

Ze wonen er al generaties lang, maar moeten nu ineens bewijs leveren dat ze historische banden met de staat Assam hebben. Hun burgerschap hangt af van hun schooldiploma’s, stambomen en eigendomsaktes van hun grond. Zoals een van hen zei: “Je papieren zijn meer waard dan de grond zelf.”

Land patta (land deed) documents, often decades old and damaged from floodwater, are crucial to NRC verification process.
Eigendomsakten van grondbezit, die meestal decennia oud zijn en door het water beschadigd zijn geraakt, zijn zeer belangrijk voor het verificatieproces van het nationale bevolkingsregister. Foto’s: Zach Lowry en Sam Wolff

De negentigjarige Monser Ali weet nog dat Tarabari – ooit de grootste scheepshaven in de rivier – erodeerde na een aardbeving in 1950. “Mensen stapten aan boord van boten en schepen die ze ergens ver hiervandaan zouden brengen, en ondertussen huilden ze heel hard,” zegt hij. “We zagen hoe hun levens werden verzwolgen door de zee.”

Het is niet eenvoudig om op een char te leven, vanwege de vergankelijkheid en de schaarste. Door de moesson kunnen huizen, scholen en moskeeën gemakkelijk worden weggeveegd, en vanwege erosie is het onmogelijk infrastructuur aan te leggen. Het kan zo een uur duren om met een motorboot bij een eiland te komen, en vier uur om naar het ziekenhuis te gaan.

Omdat het zo afgelegen is, kan de overheid diensten als onderwijs en zorg verwaarlozen zonder dat er een haan naar kraait. De traditionele, islamitische kleding en het Bengaalse dialect van de bevolking – dat ze deels te danken hebben aan hun geïsoleerde positie – wordt door mensen van het vasteland vaak aangegrepen om ze als illegale immigranten uit Bangladesh neer te zetten. De geografische afstand tussen de eilanden onderling, maakt het bovendien niet makkelijk voor deze gemeenschap om zich te organiseren.

Monser Ali, 90, from Kakdhuwa Char.
Monser Ali (90) van de char Kakdhuwa. Foto’s: Zach Lowry en Sam Wolff

Omdat het zo ingewikkeld is om te bewijzen dat je steeds op verschillende stukken grond woont, is de gemeenschap kwetsbaar voor aanvallen op hun burgerschap. “Je land is je identiteit,” zegt een leider van de gemeenschap, die anoniem wil blijven vanwege de politiek beladen sfeer. “Als je land van je wordt afgenomen, word je een makkelijk doelwit voor mensen die je identiteit willen uitwissen.”

Rupjan Nessa, a women’s rights leader, works to raise awareness about the effects of isolation on education in her char. “On chars, girls get married at 13 or 14. In the mainland, a girl gets married when she is educated and of the right age. The girls from here understand that, and want to get married to a mainland boy. They know that if they can do so, their environment would change and the next generation would get education too.”
Mensenrechtenactivist Rupian Nessa wil mensen bewuster maken van de gevolgen van zo geïsoleerd leven op het onderwijs. “Meisjes op chars trouwen op hun dertiende of veertiende. Op het vasteland trouwen meisjes wanneer ze onderwijs hebben gehad, en een normale leeftijd hebben bereikt. Daar zijn de meisjes hier zich bewust van, en daarom willen ze trouwen met een jongen van het vasteland. Als dat lukt, kan hun eigen omgeving namelijk ook veranderen, en krijgt de volgende generatie misschien beter onderwijs.” Foto’s: Zach Lowry en Sam Wolff

Wat het voor veel mensen ook lastig maakt om hun papieren rond te krijgen, is dat ze deze lang niet altijd goed kunnen lezen. Omdat er zoveel armoede heerst en mensen ontheemd zijn geraakt, is het vaak lastig om toegang te krijgen tot goed onderwijsmateriaal, legt Kanak Boruah uit, die lesgeeft op de Dakshin Godhun-school in het district Barpeta. Op de chars is ongeveer 20 procent van de mensen geletterd, en op die van hem zelfs maar 6 procent. Dat maakt het voor veel mensen bijna onmogelijk om te begrijpen wat er in hun documenten staat, laat staan dat ze snappen hoe ze zich door het complexe verificatieproces moeten zien te loodsen.

Moinul and Haidar Ali sit on the riverbank of Bhangnamari Char as the bamboo wreckage of their local school, built in 1948, is loaded onto ships for sale in the mainland. The school was destroyed during intense flooding in July.
Moinul en Haidar Ali zitten op de grond van hun char Bhangnamari. Ondertussen worden de restanten van hun school, die gebouwd werd in 1948, op boten geladen om vervolgens op het vasteland verkocht te worden. De school werd verwoest door een grote overstroming in juli. Foto’s: Zach Lowry en Sam Wolff

“De overheid zegt dat het campagnes op tv heeft laten zien over het proces achter het bevolkingsregister,” zegt Saddam Hassein, een 23-jarige student die leraar wil worden. “Maar hoeveel van deze huishoudens hebben überhaupt een tv? Hoeveel mensen kunnen de krant lezen? Mensen gaan pas snappen hoe het proces in elkaar zit als er speciaal wat voor ze op de eilanden wordt georganiseerd.”

Als mensen het papierwerk niet bij elkaar kunnen krijgen, nemen ze vergaande maatregelen om toch nog hun identiteit te beschermen. Toen het water in juli in veel huizen tot aan het plafond stond, weigerden de bewoners hun huis te verlaten – zonder documenten was dit fysieke eigendom hun laatste hoop om hun burgerschap te behouden.

1570123187710-7
Op 31 augustus 2019 kijkt een groep mannen het nieuws, om te weten of er nog nieuwe ontwikkelingen zijn geweest rondom het nationale bevolkingsregister. Ondertussen verwerken vrouwen hun jute, zodat ze op de markt verkocht kunnen worden. Foto’s: Zach Lowry en Sam Wolff
On August 31st, 2019, residents of Assam visit their local Foreigners Tribunal to check if they have been included in the updated draft of the National Register of Citizens.
Op 31 augustus 2019 bezochten mensen uit Assam hun lokale tribunaal om erachter te komen of ze in het nieuwe nationale bevolkingsregister waren opgenomen. Foto’s: Zach Lowry en Sam Wolff

Anderen blijven gewoon belasting betalen voor stukken land die al lang verdwenen zijn. “Als ze bij de overheid klagen dat hun land weg is maar ze er nog steeds voor betalen, zijn ze bang dat hun burgerschap juist onder druk komt te staan,” zegt een dorpshoofd. “Als ze niet meer betalen, neemt de overheid hun grond in – en daarmee ook hun identiteit.”

Deze geografische discriminatie vindt zijn oorsprong in de Britse kolonisatie. Nadat de theeteelt in het midden van de negentiende eeuw was geëxplodeerd, transformeerde het Britse rijk de topografie van de vallei rondom de Brahmaputra volledig. Er waren honderdduizenden Bengaalse arbeiders naar het gebied getrokken om op de theeplantages te werken. Om te voorkomen dat dit voor conflicten tussen de verschillende bevolkingsgroepen zou zorgen, introduceerde het Britse rijk het zogeheten lijnsysteem in 1920, een verzameling regels op basis waarvan de Britten stukken land afbakenden waar verschillende gemeenschappen in verdeeld zouden worden.

Voor de Bengaalse migranten, die zich op en rondom de rivier moesten vestigen, was het lastig om goed bewoonbare grond te vinden. De zandbanken werden niet ingenomen door de oorspronkelijke bewoners van Assam, en de grond bleek opmerkelijk vruchtbaar te zijn: het was vooral geschikt om rijst en jute te verbouwen. Zoals een dorpshoofd in het district Gauhati zegt: “De Bengaalse migranten zochten stukken land die ze op dezelfde manier konden verbouwen in Bengalen. Ze raakten gescheiden van het vasteland, en zo ontstond hun identiteit.”

A field of kaisha on New Tarabari char. The local root grass naturally accumulates sediment, and for generations char dwellers have cultivated the plant to mitigate land erosion.
Een kaisha-veld op de char van Tarabari. Kaisha is een lokale grassoort, die van nature voorkomt op sediment, en mensen hebben het generaties lang gecultiveerd om landerosie tegen te gaan. Foto’s: Zach Lowry en Sam Wolff

Doordat er in de afgelopen halve eeuw een uitgestrekt netwerk van dammen, dijken en kanalen is aangelegd dat de natuurlijke rivierstroom vertraagt, is de Brahmaputra uitgegroeid tot gigantische industriële doorgang. Doordat er meer smeltwater uit het Himalaya-gebergte komt door klimaatopwarming, is het waterniveau gestegen, en is de sedimentafzetting toegenomen.

Binnen een dag kan er een hele char in het water afbreken. De seizoensgebonden overstromingen zijn grilliger en gevaarlijker geworden, waardoor ook de landbouwgrond aan de rand van de rivieren geërodeerd raakt. Gezinnen pakken hun spullen en verplaatsen hun volledige bestaan. “Vroeger voelden de ouderen aan wanneer er een overstroming aankwam,” zegt Jabbar Ali, een boer uit het district Barpeta. “Maar nu heeft niemand enig idee. Het kan elk moment gebeuren.”

Miljoenen mensen hebben hierdoor een onzekere toekomst. Char-bewoners reizen van nature al veel rond, maar gemeenschappen die geen kant op kunnen en gedwongen zijn om zich op het vasteland te vestigen, krijgen daar te maken met veel wantrouwen en achterdocht.

Morjina Khatun, 24, fled to an IDP camp in Goalpara district after her char completely eroded in 2014. “We have no way to return. No matter how hard it is, we have to stay here now. But the heart lives there. The summer and winter passes, but not our fate.”
Morjina Khatun (24) vluchtte naar een IDP-kamp in het district Goalpara, nadat haar char in 2014 volledig verdween. Foto’s: Zach Lowry en Sam Wolff

Char-bewoners proberen vaak werk te vinden op markten op het vaste land, maar worden daar regelmatig gediscrimineerd: ze krijgen minder loon en worden slecht behandeld. De 28-jarige Yunish Ali, die op Hatigaon-markt in Guwahati werkt, zegt dat hij geen andere keuze had dan in de stad te werken, nadat hij zijn landbouwgrond kwijt was geraakt. Hij verdient dagelijks zo’n 350 tot 500 roepies (4,5 tot 6,4 euro), maar wordt vaak maar gedeeltelijk uitbetaald, of soms zelfs wekenlang helemaal niet.

Mensenrechtenorganisaties zijn bang dat als de Indiase overheid in staat is om deze mensen hun burgerschap te ontnemen, de kans ook groot is dat het geen verantwoordelijkheid zal nemen om iets voor ze te doen. Zoals Hassein uitlegt: “Zolang de mensen niet voor hun eigen rechten op kunnen komen omdat ze zo’n onderwijsachterstand hebben, zullen ze ook niks krijgen.”

Young women, uprooted by river erosion and presently living in a camp for displaced persons, sing hymns at a widely-attended after-school program. The program is the only opportunity for people in the camp to practice Islam as a community.
Jonge vrouwen, ontheemd door riviererosie, wonen in een speciaal kamp. Ze zingen bij een naschoolse activiteit. Dit is de enige gelegenheid voor mensen uit het kamp om hun geloof te praktiseren. Foto’s: Zach Lowry en Sam Wolff

Dit artikel verscheen oorspronkelijk bij VICE US