Raquel van Haver en de verhalen achter haar rauwe schilderijen

“In Trinidad werd mijn werk een ‘mooie weergave van de omgeving’ genoemd, maar hier in Nederland ging het bij hetzelfde schilderij meteen over armoede en rafelrandjes.”

|
nov. 26 2018, 2:12pm

Een paar maanden terug had ik mezelf per ongeluk buitengesloten. Ik woonde nog niet zo lang in Heesterveld Creative Community, een gemeenschap in Amsterdam-Zuidoost, en belde aan bij de buren, een zekere R. van Haver. Een man deed open en ik vroeg of ik via zijn balkon naar het mijne kon klimmen. We liepen door de woonkamer en ik groette een vrouw die op de bank lag. Er zat slechts een dunne richel tussen onze balkons, maar toch bood de man aan om er voor mij overheen te klimmen – gelukkig heeft hij dat gelaten want het is vrij hoog. Pas een paar weken terug realiseerde ik me dat de vrouw op de bank Raquel van Haver moest zijn, misschien wel de meest succesvolle Nederlandse kunstenaar van onder de dertig.

Afgelopen jaar was Van Haver een van de drie winnaars van de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst en in het Stedelijk Museum Amsterdam is nu een solotentoonstelling van haar werk te zien. De schilderijen van Van Haver zijn groot, grof, kleurrijk en rauw (woorden waar geen enkele omschrijving van haar werk aan lijkt te kunnen ontsnappen) en zijn geïnspireerd door haar ervaringen in de Bijlmermeer en werkperiodes in Afrika en het Caribisch gebied. Ik sprak Van Haver tijdens de opbouw van de tentoonstelling in het Stedelijk, om te horen hoe haar leven het afgelopen jaar is veranderd en welke verhalen er achter haar schilderijen schuilgaan.

Raquel van Haver - Stedelijk
Raquel van Haver, We do Not sleep as we Parade all Through the Night..., 2018. Olieverf op jute, zelfgemaakte verf, karton, teer, plastic, houtskool, krijt, gel, hars, haar, posters, papier, telefoons, kroonkurken, as, sigaretten, kralen, vloei en tip. Met dank aan de kunstenaar. Foto: Gert Jan van Rooij

Creators: Laten we beginnen met de simpelste vraag: hoe gaat het?
Raquel van Haver: Het gaat echt heel goed, ik krijg extreem veel energie van het opbouwen. Vorig jaar heb ik veel gereisd, naar Londen, Abu Dhabi, Lagos, met allemaal kleine openingen, maar dit is zo anders, intens. Het is de grootste show die ik ooit heb gehad en er mag zoveel, ik heb veel meer ruimte voor experiment en grote gebaren. Ik heb een hele zaal omgebouwd en een type prints laten maken waarvoor ik zelf helemaal geen geld had.

Wanneer je jouw naam intypt bij Google is de derde suggestie inmiddels ‘Raquel van Haver kopen’.
Ja echt supergrappig, al heb ik op dit moment echt oogkleppen op en focus ik me op deze show. Ik merk wel dat er meer galeries en verzamelaars aan me trekken, maar die hou ik nog even op afstand: op dit moment heb ik echt oogkleppen op en focus ik me op deze show. Ik ben zeven à acht jaar geleden begonnen met het maken van foto’s die nu in deze show verwerkt zitten, en heb een half jaar elke dag veertien uur in de studio gezeten. Als ik nu tijdens de opbouw mijn aandacht verlies, zou al dat werk voor niets zijn.

Is het succes je levensstijl aan het veranderen?
Ik zit nu vooral vaker thuis. Vroeger ging ik meer de stad in en nu moet ik gewoon elke dag om zes uur op. Ik ben serieuzer geworden, en richt me meer op de lange termijn. Drie jaar terug heb ik besloten om te stoppen met mijn bijbanen en vanaf dat moment begon alles ook heel goed te gaan. Ik ben gemiddeld denk ik zes maanden per jaar weg en dan probeer ik een half jaar weer hier te zijn. Maar volgend jaar wordt echt een gekkenhuis.

Foto: Martijn van Nieuwenhuyzen
Foto: Martijn van Nieuwenhuyzen

Nu sta je in het Stedelijk. Dat museum werd eerder dit jaar door KIRAC bekritiseerd vanwege de identiteitspolitiek die het met haar programmering zou bedrijven.
Dat zag ik inderdaad in die laatste video van ze, maar ik ben toen in slaap gevallen.

Dat lijkt me een helder commentaar.
Nee, ik was echt supermoe. Het was drie uur ‘s nachts en ik had een hele lange dag gehad. Toen ik het zag dacht ik: oké cool, oké cool, maar ergens in het midden realiseerde ik me dat ik weer vroeg op moest.

Ik was er benieuwd naar omdat de directeuren van cultuurfondsen in augustus hebben aangegeven dat ze specifiek geld gaan inzetten voor inclusiviteit en diversiteit. Dat voornemen is ook terug te zien in de manier waarop het Stedelijk jouw tentoonstelling presenteert, en als autonoom maker word je daarmee onderdeel van zo’n agenda.
Voor mij is het fijn dat ik in zo’n agenda pas, ik ben blij om mijn werk te kunnen tonen. En omdat het Stedelijk zich daartoe moet verhouden, ontkom ik er ook niet aan. Ik ben ook blij dat instellingen een breder publiek willen aanspreken, ze hebben een voorbeeldfunctie naar de buitenwereld toe.

Aan de andere kant ben ik ook gewoon iemand die kunst maakt, dus waarom zou ik me daartoe moeten verhouden? Veel van mijn onderwerpen zijn sociaal, maar ik ben bovenal een schilder. Voor mijn werk doe ik onderzoek aan de hand van foto's, maar zodra ik begin te schilderen is het sociaal bewuste eigenlijk al weg, omdat ik van al die foto’s een eigen beeld maak. Soms vraagt iemand ook wat ik eigenlijk terug doe voor de verschillende groepen mensen die ik schilder. Maar in hoeverre ben ik dat verplicht? Bij een project in Zimbabwe met Admire Kamudzengerere, over volksverhalen en taboes, heb ik een aantal kunstenaars van daar naar hier gehaald en aan Nederlandse kunstenaars voorgesteld, en nu probeer ik daar weer Nederlandse kunstenaars naartoe te brengen. Maar geef ik dan in mijn schilderen iets terug?

Er wordt weleens gezegd dat ik me dan verschuil door te zeggen dat de schilderijen een fantasie zijn en geen weergave van een sociale realiteit, maar ik probeer als persoon wel iets terug te doen. Het naar binnen brengen van iemand met mijn verhaal en achtergrond is ook al belangrijk, en ik denk ook dat het verbinden van verschillende gemeenschappen als rode draad door mijn werk loopt.

Zaalopname Raquel van Haver – Spirits of the Soil, 2018. Stedelijk Museum Amsterdam. Foto: Gert Jan van Rooij
Zaalopname Raquel van Haver – Spirits of the Soil, 2018. Stedelijk Museum Amsterdam. Foto: Gert Jan van Rooij

Krijg je soms de neiging, als je vanwege zo’n kader wordt binnengehaald, om er als een soort Trojaans paard tegenaan te schoppen?
Ja, dat gebeurt ook. Ik ben geadopteerd, dus het is voor anderen heel moeilijk om te bepalen waar ze me plaatsen, en dan kan je altijd wel ergens tegenaan schoppen. Iedereen maakt hokjes en kijkt op een andere manier. In Trinidad werd ik bij een show als ‘Latijns-Amerikaanse kunstenares uit Nederland’ geïntroduceerd, die een mooie weergave van de lokale omgeving maakt, maar hier in Nederland gaat het bij dezelfde schilderijen meteen over armoede en rafelrandjes. Onze beeldtaal is zo anders. Hier in Nederland is een houten kraampje meteen een symbool van armoede, maar daar kan het ook gewoon iets praktisch zijn. Er wordt op zeker drie manieren naar mijn werk gekeken: de Europese, de Zuid-Amerikaanse en de Afrikaanse manier.

Domeniek Ruyters, de hoofdredacteur van Metropolis M , schreef dat je schilderijen “naar Nederlands kunstbegrip nogal recht voor z'n raap zijn”.
Ik zie dat als iets positiefs. Mijn achtergrond is ook Colombiaans, dus ik vertel net een ander verhaal. Ik zie overal ook andere dingen. Toen ik in Zimbabwe was, waar alles heel dor is, werden mijn schilderijen oranje en grondkleur, terwijl ik Trinidad vooral veel in het blauw schilderde. In Lagos werd alles heel groen door de planten die ze daar hebben, en in Amsterdam wordt alles op den duur wat grijs. Daarom is het voor mij zo belangrijk om te reizen. Maar tegelijkertijd vind ik het moeilijk als iets niet-Nederlands wordt genoemd, want wat is niet-Nederlands?

Zoals je zelf aangeeft zijn je werken vaak een collage van verhalen en ervaringen. Kan je dat eens laten zien bij een paar werken?
Ja hoor.

Het eerste werk waar we voor gaan staan is ‘A Shrine of a Deity: L’enyin ise aye Lo Ku’, een werk dat Van Haver speciaal voor het Stedelijk met een kostbare diasec-techniek uitvoerde.

Raquel van Haver, A Shrine of a Deity: L’enyin ise aye Lo Ku, 2018. Foto van collage, diasec. Met dank aan de kunstenaar. Foto: Hans Wilschut
Raquel van Haver, A Shrine of a Deity: L’enyin ise aye Lo Ku, 2018. Foto van collage, diasec. Met dank aan de kunstenaar. Foto: Hans Wilschut

Deze vrouw hier in het midden is een vrouw uit Lagos, de leidster van de groep area boys die je om haar heen ziet – een soort gangsters, die soms ook goede dingen doen. Ze regelt letterlijk alles wat er in de buurt gebeurt. Als de area boys wiet hebben verkocht dan moeten ze bij haar een afdracht doen, maar ook als iemands computer gemaakt moet worden dan regelt zij dat iemand dat doet. Ze zit op het midden van het plein in een stalen kasteeltje en kan eigenlijk niet meer weg.

Binnen Lagos, een stad die te snel is gegroeid en waar geen toezicht meer is op de buurten, heeft zij met haar area boys een eigen systeem opgezet om te overleven. Vooral in het centrum gaat deze traditie van leiderschap over van moeder op dochter. Vroeger kwamen alle marktvrouwen naar Lagos toe en die vormden daar verschillende marktstraten, een voor vis, een voor schapen etcetera. Uiteindelijk zijn die straten ook officiële straten geworden. De dochters van de marktvrouwen die vroeger de leiding hadden over een marktstraat, maken nu de dienst uit.

Bij de leidster is dat ook zo, maar eigenlijk heeft ze niets anders te doen dan daar te zitten. Deze hele collage is een uitbeelding van haar leven. De area boys spelen vaak spelletjes, dus je ziet het geld en het bier dat ze daarbij drinken. Daarnaast zie je kleding van hun markt en meerdere ventilatoren. Als je daar geen elektriciteit hebt of geen diesel en olie voor een generator, dan lig je gewoon dood in bed en kan je niet bewegen, want het is heel warm. De ventilator werd voor mij een symbool voor luxe, daarom zitten ze als een soort aureolen achter de hoofden van de mannen.

Het tweede werk waarvoor we gaan staan is ‘Change the Rhythm of the Dancehall… It’s Still the Same Groove’, een groot schilderij in Van Havers kenmerkende stijl.

Raquel van Haver, Change the Rhythm of the Dancehall… It’s Still the Same Groove, 2018. Olieverf op jute, zelfgemaakte verf, karton, teer, plastic, houtskool, krijt, gel, hars, haar, posters, papier, kroonkurken, kralen. Met dank aan de kunstenaar. Foto: Wim Hanenberg.
Raquel van Haver, Change the Rhythm of the Dancehall… It’s Still the Same Groove, 2018. Olieverf op jute, zelfgemaakte verf, karton, teer, plastic, houtskool, krijt, gel, hars, haar, posters, papier, kroonkurken, kralen. Met dank aan de kunstenaar. Foto: Wim Hanenberg.

Dit doek is geïmpregneerd met teer, daaroverheen zitten krijttekeningen, daarna heb ik de dikke delen toegevoegd. Bij het maken lag het schilderij nog op de grond en lopend goot ik emmers met verdikte olieverf toe. Na vijf zes dagen was dat droog en kon ik verder met dunnere olieverf. Hier en daar stopte ik er nog plastic, kraaltjes en nephaar in.

Thematisch is dit werk opgebouwd uit feestjes in Amsterdam-Zuidoost, Trinidad, Cuba en Zimbabwe. Het zijn het soort feestjes waarbij vrienden en familie bij elkaar komen. Er wordt naar muziek geluisterd, iedereen gaat dansen, mensen worden dronken en er is dan altijd een moment dat iedereen all out gaat en dat je overal op de wereld dat moment kan hebben vind ik zo leuk – het is iets heel menselijks. De rode drinkbekers die je ziet zijn bijvoorbeeld ook een symbool daarvoor, die zijn overal op de wereld hetzelfde. Alle mensen die je ziet heb ik met snapshots gevangen. Die vrouw die op het schilderij met een vlag staat stond in het echt bijvoorbeeld met een glas in d’r hand.

Soms herkennen mensen zich ook in een schilderij. Een keer had ik voor een oud schilderij stiekem een vrouw in de metro gefotografeerd, en toen was ze toevallig bij de opening van de tentoonstelling Zwart van Roet in het MC Theater. Ze stond precies onder het schilderij en ik zag haar omhoog kijken, en dacht de hele tijd: merkt ze het nou? Ze voelde wel iets maar kon er niet de vinger op leggen.

Raquel van Haver, Dem Smoke and Blaze under Royal regime, 2018. Olieverf op jute, zelfgemaakte verf, karton, teer, plastic, houtskool, krijt, gel, hars, haar, posters, papier, kroonkurken, sigaretten, kralen. Met dank aan de kunstenaar. Foto: Wim Hanenberg.
Raquel van Haver, Dem Smoke and Blaze under Royal regime, 2018. Olieverf op jute, zelfgemaakte verf, karton, teer, plastic, houtskool, krijt, gel, hars, haar, posters, papier, kroonkurken, sigaretten, kralen. Met dank aan de kunstenaar. Foto: Wim Hanenberg.

In een interview met Robert Vuijsje zei je dat je op de kunstacademie moeite had met het feit dat er enkel focus was op de Westerse kunstcanon. Heb je inmiddels een eigen canon gecreëerd?
Ik heb de afgelopen jaren een aantal kunstenaars leren kennen van ongeveer tussen de 28 en 40, die allemaal een sterk verlangen hebben om verhalen te vertellen op een documentaire-achtige manier die dicht bij hen zelf blijft, maar op een heel eigen manier wordt verteld. Van Sheena Rose Ayanna Jackson uit Barbados tot Zanele Muholi uit Zuid-Afrika tot Gareth Nyandoro uit Zimbabwe. Het valt me op dat het vaak kunstenaars zijn die het ook internationaal heel goed doen. Ze reizen de wereld rond en zien van alles, waardoor hun beeldtaal universeel wordt. Ik denk dat het ook belangrijk is dat we een kunsttaal hebben die niet alleen maar regionaal is.

Dankjewel!

De tentoonstelling 'Spirits of the Soil' is tot en met 7 april 2019 te bezoeken in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Hier vind je meer informatie.

Raquel van Haver, One Drop... Your Heart Might Skip a Beat for Many Reasons…, 2018. Olieverf op jute, zelfgemaakte verf, karton, teer, hout, houtskool, krijt, gel, hars, haar. Met dank aan de kunstenaar. Foto: Wim Hanenberg.
Raquel van Haver, One Drop... Your Heart Might Skip a Beat for Many Reasons…, 2018. Olieverf op jute, zelfgemaakte verf, karton, teer, hout, houtskool, krijt, gel, hars, haar. Met dank aan de kunstenaar. Foto: Wim Hanenberg.
Meer VICE
VICE-kanalen