Travel

Zeven fotojournalisten om in de gaten te houden


Leerlingen van de Meng Jie School voor Blinden, in het Chinese Hebei. Bekijk de volledige serie hier

Dit artikel verscheen eerder in het Photo Issue van ons magazine.

De media-industrie van vandaag is anders dan een paar decennia geleden: er is voor fotografen minder tijd en geld beschikbaar om heel diep in belangrijke onderwerpen te duiken en ze met een creatieve blik te documenteren. In 2007 kwamen de leden van het Magnum Photos-collectief samen om de uitdagingen die dit verschuivende paradigma met zich meebrengt te omarmen en aan te gaan. Hieruit kwam Magnum Foundation voort, dat intensieve begeleiding, distributiehulp en samenwerkingsmogelijkheden biedt via verschillende beurzen en subsidies.

Videos by VICE

Met dit programma ontwikkelen we een sterk netwerk voor documentaire fotografen wereldwijd. De beste manier om te begrijpen waar de Magnum Foundation precies voor staat, is door je op deze foto’s te storten. Je ziet hier het werk van een van de eerste leerlingen, Shehab Uddin, naast dat van een van de meest recente: Pedro Silveira. Vanaf de Indiaase en Braziliaanse straten bieden hun regionale stemmen ons een blik van binnenuit op problemen die voor de hele wereld relevant zijn. Tanja Habjouqa, die steun kreeg voor haar werk in Palestina, begeleidt nu jonge fotografen uit het Midden-Oosten. Pete Pin heeft zijn documentaireproject uitgebreid tot een snel groeiende samenwerking met de Cambodjaanse diaspora en de opkomende generatie van Cambodjaanse Amerikanen. Dankzij deze combinatie van steun en betrokkenheid vormen deze verhalen een scherp tegengeluid van de heersende ideeën.

De naam Magnum Photos, dat is opgericht voor en door fotografen om onafhankelijkheid en artistieke excellentie te waarborgen, is uitgegroeid tot een synoniem voor diepgaande documentaire fotografie. Waar veel hedendaagse fotografen zich richten op collages en samenwerkingen, steunt de Magnum Foundation opkomende vormen van documentaire fotografie. We zijn dankbaar voor de fotografen, zowel in dit blad als erbuiten, die de nieuwsgierigheid aanwakkeren, onderbelichte mensen in de schijnwerpers zetten, en ons inzicht geven in de complexe culturen van vandaag. Via de authentieke ervaringen die zij vastleggen worden we allemaal gestimuleerd om kritisch naar de wereld te blijven kijken.

— SUSAN MEISELAS EN HET MAGNUM FOUNDATION-TEAM

PETE PIN
Begin jaren tachtig vestigden bijna 150 duizend Cambodjaanse vluchtelingen zich in Amerika, voornamelijk in buurten die gekweld werden door armoede en geweld. Cambodjaanse Diaspora is een lopend project dat de integratie van Cambodjaanse Amerikanen volgt over meerdere generaties. Dertig jaar na dato is de nasleep van de genocide nog steeds te voelen in de Cambodjaanse gemeenschap in Amerika. Hele generaties zijn erdoor getekend; families zijn gefragmenteerd en er heerst onder Cambodjanen een veelzeggende stilte over het onderwerp.

Veel overlevenden spreken niet over hun ervaringen, omdat ze niet weten wat ze erover moeten vertellen, maar ook omdat ze een andere taal spreken dan hun CambodjaansAmerikaanse kinderen. De stilte wordt verscherpt door het intergenerationele trauma – de ouderen hebben de moordvelden overleefd – hun Amerikaanse kinderen de gevaren van de achterbuurten in de steden.

The Bronx in New York, september 2011. De 25-jarige Sonny Vaahn met een identificatiebewijs voor vluchtelingen, die zijn familie ontving toen ze een kamp bij de Thais-Cambodiaanse grens in vluchtten na de genocide in Cambodja. Foto door Pete Pin.


The Bronx, augustus 2011. Om Savaeth (58) in de tuin van de familie Vaahn.


OLGA KRAVETS
In 2009 kondigde Ramzan Kadyrov trots aan dat “de vrede Tsjetsjenië bereikt had”. Het hoofd van de Tsjetsjeense Republiek kwam in 2004 aan de macht, toen Poetin hem aanwees als waarnemend president van Tsjetsjenië, na de dood van Kadyrovs vader. Vanaf zijn dertigste had Ramzan Kadyrov de vrije hand in Tsjetsjenië, zolang hij de rebellen maar op afstand wist te houden.

Officieel gezien is Tsjetsjenië nog steeds deel van Rusland, als resultaat van twee oorlogen, maar de Russische grondwet wordt hier selectief toegepast. Als de overheid niet blij met je is word je gemarteld, de huizen van familieleden van rebellen worden in de as gelegd op bevel van de president, en uitgesproken mensenrechtenactivisten hebben te maken met gevaarlijke knokploegen, die hun kantoren in de fik zetten en ze mishandelen. Alcohol wordt alleen nog in vijfsterrenhotels verkocht aan rijke buitenlanders, en Kadyrov kreeg 60% van de bevolking op de been voor een ‘Liefde voor Profeet Mohammed’-demonstratie.

Toen er ooit gevraagd werd naar de herkomst van zijn geld waarmee hij zo chique leefde in zijn Turkse wolkenkrabbers, gaf Kadyrov een inmiddels berucht antwoord: “van Allah”.


Een kebabmaker in een buitenwijk van Grozny, voor het restaurant waar hij werkt.


Studenten van de Russisch Islamitische Universiteit in Grozny (de mannen vooraan, de vrouwen achterin) luisteren naar een college van een gastmullah uit Jordanië.


Een koor van schoolmeisjes draagt een lied op aan Akhmad Kadyrov, de vader van de huidige Tsjetsjeense leider. Ramzan heeft 10 mei uitgeroepen tot Remembrance Day in Tsjetsjenië, om z’n deportatie en dood te herdenken. Hij kon 9 mei – de dag dat Kadyrov eigenlijk vermoord werd – niet kiezen omdat Rusland die dag het einde van de Tweede Wereldoorlog viert.


SHEHAB UDDIN
De vijftien- tot twintigduizend straatbewoners van Dhaka behoren tot de meest kwetsbare en verwaarloosde bevolkingsgroepen van Bangladesh. Ze hebben weinig middelen om te overleven in een politiek, sociaal en economisch klimaat dat ze negeert. Hun grootste zorgen zijn voedsel, kleding en een plek om te slapen. Ze leven in het heden – ze hebben geen verleden en geen toekomst. Ze doen verschillende klusjes om bij te verdienen (ze werken als portiers, riksjatrekkers, schoonmakers, sekswerkers en vuilnisrecyclers), elk met verschillende voor- en nadelen. Ze zijn zich bewust van hun identiteit als mens.

Hun populatie is in het laatste decennium even snel gestegen als de populatie van Dhaka in het algemeen. Veel nieuwkomers komen van het plattenland, waar overstromingen het leven onmogelijk maken en bovendien steeds vaker voorkomen als gevolg van klimaatverandering. Anderen hebben nauwelijks geld en worden aangetrokken door de vele mogelijkheden in de stad. Hoe het ook zij, voor de toekomstige toestromen straatbewoners zal de verhuizing niet tot het betere leven leiden waar ze op hopen.


Mugda Stadium, Dhaka, Bangladesh, 2010. Lili Begum wordt wakker terwijl de zon opkomt, klaar voor een dag afval verzamelen. Met haar familie leeft ze onder het Mugda Stadium. Ongeveer vijfhonderd mensen zoeken onderdak onder het stadion. De meeste van hen komen uit Gaibandha, een van de armste gebieden van Bangladesh.


Kawran Bazaar, Dhaka, 2010. Twee jonge jongens, Arshadul en Shumon, spelen samen op een avond in Kawran Bazaar. Arhsadul zoekt oud papier tussen het afval, om te verkopen; Shumon steelt om te overleven. Ze zijn goede vrienden.


Mugda Stadium 2010. Rezina en haar familie terwijl ze terugkeren naar Dhaka na een bezoek aan kennissen in Gaibandha. Families hebben vaak het gevoel dat ze in het diepe worden gegooid als ze voor het eerst vanaf het platteland naar de stad emigreren. Toch hebben ze er vertrouwen in dat ze zich staande zullen houden. De familie emigreerde een paar jaar geleden naar de hoofdstad, op zoek naar werk. Nu trekt Khabir goederen op een riksja, en verzamelt Rezina afval dat ze kan verkopen aan straatventers. Hun dochter studeert aan Amrao Manush, een zorgcentrum voor daklozen. Hun zoon verdoet zijn tijd met niets doen.


PEDRO SILVEIRA
Meer dan vijf miljoen slaven werden voor 1850 naar Brazilië gevoerd. Tegenwoordig is het grootste deel van de bevolking zwart, maar de Afrikaanse nakomelingen worden sociaal nog steeds onderdrukt. Dit project probeert de vroegere en huidige strijd voor grondrechten in Brazilië te onderzoeken, net als de door de historie gedreven spanningen tussen zwarte en blanke mensen waar we wereldwijd nog steeds mee geconfronteerd worden.

Het verhaal is gebaseerd op een quilombo-vertelling* over de aankomst van Afrikaanse families in Bahia. Nadat een slavenschip voor de Braziliaanse kust gezonken was, bouwden de overlevenden een gemeenschap, ver van de velden van de slavendrijvers. Maar aan het begin van de achttiende eeuw vonden Portugese kolonisten vlakbij dit gebied goud en werd de lokale bevolking als slaven de mijnen ingestuurd. Brazilië schafte slavernij af in 1888, maar de geschiedenis van deze regio is representatief voor de sociale onderdrukking waar zwarte families vandaag de dag nog steeds mee te maken hebben.

* Quilombo is de Braziliaanse naamgeving voor een gemeenschap van gevluchte slaven, in het koloniale tijdperk.


Barra do Brumado, Bahia, Brazilië. De meest dierbare bron die de gemeenschap heeft is water. Dezelfde bron wordt gebruikt voor drinken, koken, planten en om in te baden.


Daiana Nascimento in Barra do Brumado.


TANYA HABJOUQA
Het werk van Habjouqa gaat over onderwerpen als burgerrechten, mensenrechten en gender in het Midden-Oosten. Zo probeert haar subjecten met een bepaalde gevoeligheid te benaderen, maar ook met oog voor het absurde. Deze foto’s zijn onderdeel van de serie Occupied Pleasures en laten het bizarre leven zien dat de 48-jaar durende bezetting van Gaza, Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever heeft voortgebracht. Tegelijkertijd gaat het over de schoonheid ervan, omdat de Palestijnen niet toestaan dat het leed hun leven bepaalt.

Met beelden van een belegerde Gazastrook, waar een bootrit van vijf minuten het summum van vrijheid is, tot een tropische studio die fungeert als exotische reisfantasie, laten de foto’s zien dat er in humor vaak tragedie zit en dat men in Palestina ondanks de onderdrukking nooit stopt met dromen over een leven waar meer mogelijk is. Zo was er een ijverige bewoner van Gaza die zich zijn recht om lief te hebben niet liet ontnemen, en via smokkeltunnels zijn jonge Jordaanse bruid naar binnen smokkelde.

“Het was net als in een Bollywoodfilm,” vertelde hij. “Ze kwam trillend uit de tunnel, helemaal onder de aarde. Ik rende naar haar toe en overlaadde haar met zoenen.” Habjouqa zegt dat dat moment haar zo heeft geraakt, dat het haar inspireerde om die kleine momentjes van geluk en licht, die de Palestijnen letterlijk aan het eind van de tunnel vinden, vast te leggen.


Na het slopende verkeer bij het Qalandia-checkpunt rookt een jonge man even een sigaretje in zijn auto, op de laatste avond van de ramadan. Hij neemt een schaap mee naar huis voor het aanstaande Suikerfeest.


Hayat Abu R’maes, 25, en Nabila Albo, 39, nemen studenten mee voor yoga en wandelingen in de buitenwijken van Bethlehem. Soms gaan ze er speciaal voor naar plekken in de natuur (een populaire plek is bij de Romeinse ruïnes) waar kolonisten de Palestijnen via intimidatie weg proberen te houden. Ze noemen dat “innerlijk verzet”.


Studenten van het speerwerpteam van de al-Qudsuniversiteit maken een einde aan hun laatste training voor de zomervakantie in de stad Abu Dis in de Westelijke Jordaanoever, vlakbij de Israëlische muur.


POULOMI BASU
“Het is al donker en nergens brandt licht. Ik ben heel erg bang dat er iemand komt.” Radha Bishwa Karma is nog maar zestien jaar, maar eens per maand wordt ze verbannen naar een halfbakken hutje diep in de bossen in het westen van Nepal. Het enige dat ze op haar kerfstok heeft is dat ze menstrueert.

Karma is een van de onaanraakbaren, oftewel een ‘onpure’ vervuiler die men zou moeten mijden en vervolgen, omdat ze tijdens haar menstruatie ongeluk zou brengen voor haar gemeenschap. Volgens Chhaupadi, een bijgelovige traditie die voortkomt uit het hindoeïsme waarin vrouwen die ongesteld zijn worden verbannen, zijn menstruerende vrouwen onrein. Nepal heeft het in 2005 offi cieel verboden, maar die beslissing heeft weinig betekenis in de afgelegen, voormalig Maoïstische streken Surkhet en Achham, waar de praktijk vandaan komt en nog op grote schaal wordt uitgeoefend.

Het ritueel van verbanning en de aanverwante praktijken worden vaak gezien als onschuldig, en blind nageleefd zonder dat de mensen zich beseffen dat ze daarmee een eeuwenoud genderonderscheid in stand houden. Dit is bijvoorbeeld te zien in het Rishi Panchami-festival, dat plaatsvindt in Kathmandu. Tijdens het festival wordt een vrouw herdacht die is gereïncarneerd als prostituee, omdat ze zich niet had gehouden aan de menstruatierestricties. Daarom moet ze boeten voor haar zonden door zich 365 keer te wassen met koeienmest en –urine. Ook hoger opgeleide vrouwen doen mee aan dit ritueel, omdat ze het zien als een onschuldige traditie die verder losstaat van de bredere context van vrouwenonderdrukking.

In werkelijkheid wordt er echter een beeld in stand gehouden dat vrouwen onpuur zijn, en legitimeert het zodoende Chhaupadi, ondanks dat het tegen de wet is. Voor meisjes als Karma is Chhaupadi schadelijk en gevaarlijk. “Godinnen zijn vrouwen, toch?” zegt ze. “Als zij bloeden mogen ze in de tempel blijven. Waarom wij niet?”


Vrouwen in Surkhet wonen tijdens het jaarlijkse Rishi Panchami-festival in Kathmandu het ritueel bij waarbij de zonden die worden begaan tijdens de menstruatie worden weggewassen.


Devi Ram Dhamala, een traditionele geneesheer uit Surkhet in Nepal, met een van zijn patiënten. Traditionele genezers gebruiken vaak extreem verbaal en fysiek geweld om jonge meisjes te genezen die ziek zijn tijdens hun menstruatie. Dat doen ze omdat ze geloven dat ze zijn bezeten door kwade geesten.


Radha Bishwa Karma, 16 jaar oud, in Surkhet.


Karma wordt vlakbij Surkhet verbannen tijdens haar menstruatie: “Mijn ouders werken in India. Mijn oma laat me niet thuisblijven. Als ik thuiskom wordt ze vaak woest, en krijg ik geen eten van haar. Soms hoop ik dat mijn moeder hier was om me mee naar huis te nemen of om me medicijnen te geven, vooral als ik pijn heb.”

Thank for your puchase!
You have successfully purchased.