MURDA HQ
Roberto Brundo 

Murda is de aanhouder die eindelijk heeft gewonnen

De rapper is sinds vorig jaar een superster in Turkije, en leeft nu het leven wat hij zichzelf altijd heeft beloofd.
Wouter van Dijk
Amsterdam, Netherlands
17.9.20

De aanhouder wint, dat is een aloude wet. Sticks rapte het, en Jiggy Djé rapte dat Sticks het rapte. Laatstgenoemde deed dit op Dat Doen We Niet Meer, wat niet alleen dé culthit van 2014 was, maar ook de introductie van $hirak als aanstormend talent en, zo bleek later, een van de belangrijkste momenten in de carrière van Murda.

Het eerste serieus te nemen project van Murda was de Turkse Pizza EP in 2008. Elf tracks, geproduceerd door SirOJ en deels gedragen door skits van Willie Wartaal, Vieze Freddie en Youssef & Kamal. Het was een leuk, cocky project, maar bovenal een goede warmloper voor – in my not so humble opinion – een van de beste debuutalbums die de Nederlandstalige hiphop tot op de dag van vandaag kent: De Kassier: Een Monnie Album.

Het nummer De Kassier is een van de beste bewijzen van dat succes, en het uitstralen daarvan leidt tot nog meer succes. De Murda die je daar hoort is arrogant, succesvol, rijk en de hoofdrolspeler in een bioscoopfilm (Gangsterboys) – en dat die film zelfs voor Nederlandse begrippen slecht was, en je toen in de muziekindustrie slechts een paar grijpstuivers kon verdienen als je het vergelijkt met nu, maakt eigenlijk niets uit. Het werd namelijk op een manier verteld waardoor je het geloofde, en daar gaat het om.

Het probleem is hier wel dat deze theorie alleen standhoudt als het daadwerkelijke succes dat ook doet. En dat was hier niet zo. Murda maakte nog relatief succesvolle albums met Hef, met wie hij op tour ging onder de naam Bangbros, maar de top van de rots kwam nooit meer zo dichtbij als in de tijd van De Kassier.

Op wat (bescheiden) successen na – Dat Doen We Niet Meer, het prachtige Mijn Liefde Stopt Nooit, wat bijdragen op hits van anderen – waren het magere jaren. Tot, schijnbaar uit het niets, een hele andere bron werd aangeboord. Na een aantal samenwerkingen met Turkse superster Ezhel werd Murda in 2019 ineens écht de ster die op De Kassier schreeuwde om gehoord te worden. Zijn eerste Turkse album, Doğa, werd een succes waar je oren van gaan klapperen. Het bracht hem tegelijkertijd op de eerste, tweede én derde plek in de Turkse charts. De aanhouder die wint.

Twee weken geleden kwam zijn tweede Turkse project uit, ook samen met Ezhel: Made in Turkey. Ik belde hem op om het te hebben over hoe hij de weg weer omhoog vond.

VICE: Voel je je trots op dit moment?
Murda: Ja man, natuurlijk. Ik ben trots op alles wat ik maak. Maar als je ziet hoeveel mensen er nu lekker op gaan, wordt je gevoel sterker. We hebben echt iets gemaakt dat een significante verschuiving in Turkse cultuur betekent. Ezhel en ik zijn een nieuwe wave begonnen.

Zie je al jongere rappers hetzelfde doen?
Ik zou niet zeggen dat ze nu al op de wave springen, maar ik zie nu al wel dat er mensen klaarstaan om de fakkel over te nemen, ja.

Je bent nu in Nederland. Wat gebeurt er in jou als je het vliegtuig uitstapt?
Dan ben ik gewoon thuis, toch? Ik woon hier. M’n huis staat hier. M’n auto is hier. Al m’n vrienden zijn hier. Ik voel me totaal geen ander mens, nergens eigenlijk. Maar misschien komt dat ook doordat ik van kleins af aan al contact heb gehad met iedereen.

Ik ben geboren in Amsterdam. De eerste school waar ik heen ging was het Montessori-college in Amsterdam-Noord. Toen ik zes was verhuisden we naar Eindhoven, en daar ging ik naar een internationale school. Na een paar jaar kwam ik thuis van school en vertelden m’n ouders dat we naar Spanje zouden verhuizen. Ik dacht: aight, ja toch, let’s go. Toen ik weer weg moest uit Spanje heb ik wel als een bitch gehuild. Maar van Nederland naar Spanje niet.

Dit was allemaal voor het werk van je vader?
Ja. Mijn vader is een echte zakenman, die in Nederland, Spanje en Turkije z’n brood heeft verdiend. In Madrid had hij een groot, goedlopend restaurant in een van de duurdere wijken van de stad. En dat is best wel gek, want hij is eigenlijk acteur en regisseur, en m’n moeder ook. Ze hebben allebei de kunstacademie gedaan in Amsterdam. Toen ik werd geboren zaten zij diep in de theaterwereld. De eerste vijf jaar van m’n leven heb ik doorgebracht in oefenruimtes en podia. Tot m’n zevende heb ik geleefd op prikkels uit die creatieve omgeving. Weet je hoe speciaal het is om je ouders op een podium te zien? Daar werd ik verliefd op het podium, en zei ik tegen m’n ouders: “Ik ga de eerste Turk zijn die een Oscar of een Grammy wint.”

Wel een gekke stap. Van een theatergezelschap in Amsterdam naar een restaurant in Madrid. 
Ja, maar dit heeft me wel geleerd dat kunstzinnige, creatieve mensen ook zakelijk kunnen denken. Ik vind het heel speciaal dat hij die dingen allebei heeft kunnen doen.

Lijk je op je vader? 
Ja. Ik denk dat ik ook creatief ben, en we zijn ook allebei erg loyaal. Zorgzaam. Hij is wel minder emotioneel dan ik, die kant heb ik dan weer van m’n moeder. Als mijn hoofd weer eens heet is, bel ik m’n vader. Zijn kalmte is heel speciaal. Ik probeer net als hij te zijn als ik met mijn dochter praat, en ik hoop dat dat een beetje lukt.

Jullie verhuisden na een paar jaar van Madrid naar Istanboel.
Ja. Dat vond ik verschrikkelijk, ik heb gehuild als een kleine bitch. Turkije was in mijn ogen een land om op vakantie te gaan, maar toch niet om te wonen? Ik kwam daar ook huilend aan. Mijn vader haalde me op, en zijn chauffeur zei tegen me dat ik nog harder zou gaan huilen op de dag dat ik ooit Turkije zou verlaten. Hij vertelde me dat Istanboel een magische stad is, en je er nooit meer uit komt zodra je wordt meegenomen in die magie. En hij had zwaar gelijk, bro. Het is het centrum van de wereld.

Maar de magie heeft ook mindere kanten. Ik was op een gegeven moment met de verkeerde mensen aan het hangen, en m’n leven ging niet de goede kant op. Toen hebben m’n ouders besloten dat ik beter terug kon gaan naar Eindhoven, om daar m’n school af te maken. Toen dat was gelukt, merkte ik wel dat een academische carrière ‘m niet zou gaan worden voor mij.

Wat wilde je wel doen? 
Wat ik wel moest gaan doen wist ik niet, tot ik Spacekees ontmoette. Toen ik hem hoorde rappen bij hem thuis merkte ik dat muziek een groot deel van mijn basis is, ik was het alleen een beetje uit het zicht verloren. Hoe hij achter de microfoon stond in die tijd was ziek, alles schreeuwde “I’m the fucking man”. Die dag, de eerste keer dat ik dat zag, vertelde ik tegen mezelf dat ik me ook zo goed wilde voelen.

Rond die tijd was ook de allereerste show van Kanye in Nederland. Dame Dash was daar, John Legend, Miri Ben-Ari op de viool. Paradiso was uitverkocht, en het was de allerbeste show die ik ooit had gezien. Daar kreeg ik hetzelfde gevoel. Ik draaide me om naar m’n toenmalige vriendin en zei dat dit was wat ik wilde.

Ik heb in Eindhoven een tijdje een huis gedeeld met Fresku. We schreven veel, en hij was daar toen al veel beter in dan ik, dus hij coachte mij. Oefenen, oefenen, oefenen, tot ik het gevoel had dat ik vet genoeg was om achter de microfoon te gaan staan bij Kees. Ik durfde dat niet man. Jiggy was daar de hele tijd, en Tenshun. Er kwamen zoveel van dat soort fucking guys die veel verder waren dan ik. Maar na een tijdje ging het beter, en toen ik Jiggy vertelde dat ik naar Amsterdam ging verhuizen om een EP te maken met SirOJ, vroeg ik hem of hij het wilde uitbrengen. Zo werd het de tweede release op Noah’s Ark.

Dat werd de Turkse Pizza EP, een soort publiekslieveling, en toen kwam De Kassier, wat leek op het perfecte plaatje.
Het leven was toen erg mooi. Nu kon ik m’n ouders meenemen naar de première van een film waarin ik de hoofdrol speelde. Toen ik mijn vader vertelde dat ik wilde stoppen met m’n opleiding en me vol wilde storten op muziek, steunde hij mij ook volledig. Sindsdien heb ik vol gas gegeven.

Ineens was er, voor Nederlandse begrippen, enorm veel succes. Totdat het weer wegging. 
Dat was een enorme blow, ja. Nederlandse hiphop was totaal niet waar het nu is. Het momentum wat ik had was vrijwel onmogelijk om vast te houden. Voor New Wave bestonden er geen echte hiphopsterren. Je had wel The Opposites en De Jeugd, maar nu is er een hele generatie vol sterren.

Je raakte hierna behoorlijk in een depressie. Wat wil je daar nu over vertellen?
Dat het nodig was. Het leerde mij in ieder geval dat ik elke val nodig had om nou eens echt aan mezelf te bewijzen dat ik sterker ben dan elke tegenslag. En dat hard werken en doorzettingsvermogen je uiteindelijk weer naar een plek kunnen brengen waar je wel wilt zijn.

Het lijkt me nu makkelijker om dat te zeggen dan toen. Kun je schetsen hoe het is om eventjes aan de top te staan en dat dan kwijt te raken? 
Er was een film, er was een album, er was een uitverkochte tour met Hef. Dat zijn een hoop succesmomenten, maar in die tijd werden we superblij als we per persoon 1200 euro kregen voor een show. Probeer nu nog maar eens een rapper voor dat bedrag uit z’n bed te krijgen. Het draait om perceptie, bro. In het ogen van het publiek was ik misschien eventjes the biggest thing around, maar in realiteit zag je op m’n bankrekening niet zoveel van die gouden film en dat hete album.

De ondertitel van De Kassier was niet voor niets ‘een money-album’. Het ging vrijwel volledig over geld verdienen. Als dat dan wel een succes wordt, maar het geld blijft niet komen, vraag je jezelf ook af of het niet allemaal gelogen was. Dat was niet zo, maar we liepen gewoon in babystapjes.

Heb je toen geleerd dat succes een hol begrip is?
Ja, zeker. En ook dat het uiteindelijk geen moer betekent. Hoe jij in het leven staat en wat voor mens jij bent is zoveel belangrijker. En dat zie je niet als je een muur van status om jezelf heen bouwt. Ik ben toch Murda, een man met een hoofdrol, meneer dure allure? Maar zo’n persona is onmogelijk in stand te houden. Probeer maar eens albums vol te rappen over designerkleding en auto’s als je niet het geld hebt om dat te onderhouden. Het verschil tussen de realiteit en wat ik uitdroeg was te groot, dus ik moest wel stappen terugnemen.

Denk je dat je een monster hebt gecreëerd dat jou uiteindelijk heeft opgegeten? 
Dat niet per se, maar ik denk wel dat ik te vroeg een houding heb aangenomen die creatief gezien nog lang niet welkom was. Er heerste heel erg een doe-maar-normaal-dan-doe-je-al-gek-genoeg-mentaliteit in Nederland. Ik kwam dat als een gekke stunter verstoren, met m’n money, bitches en swag. Wat een boer niet kent gaat-ie zeker niet vreten, maar uiteindelijk denk ik wel dat wij – Hef en ik – hiermee een hele nieuwe generatie hebben geïnspireerd om dit wel te kunnen doen. Maar wat ik zei: het bleek wel nodig uiteindelijk. Daar heb ik geleerd dat de aanhouder wint.

Iedereen gelooft dat de aanhouder wint, op het moment dat het ook daadwerkelijk gebeurt. Maar ik kan me heel goed voorstellen dat het frustrerend is als iemand dit tegen je zegt op het moment dat je nog een verliezende aanhouder bent. 
Nee man, ik zei het elke dag al tegen mezelf. Ook toen. Ik heb nooit getwijfeld aan m’n werkethiek, of de kwaliteit van m’n muziek. Zelfs toen een hele hoop mensen eigenlijk al dachten dat mijn tijd voorbij was.

Het lijkt me best een beklemmende situatie om van jongs af aan het gevoel te hebben dat succesvol zijn de enige optie voor je is, terwijl dat even niet lukt. Het lijkt ook een soort vloek. 
Ja. Ik was in een gat gevallen na De Kassier, en had niet het gevoel dat ik iets anders kon gaan doen. Op het moment dat ik een baantje zou gaan zoeken was ik Murda, de artiest die heeft opgegeven. Zo dacht ik. Maar kijk hoe dom die gedachtes zijn als je aan het eind van de maand je huur moet betalen.

Was je bang op dat moment? 
Zeker. Willen mensen mij nog wel horen? Alles was aan het veranderen. Ineens was Yellow Claw er met die EDM-achtige beats, de game was ziek aan het veranderen. En ik wist niet wat mijn meerwaarde was. Ik maakte ook een tijd weinig muziek. Dit heeft eigenlijk geduurd tot ik Ronnie Flex leerde kennen, en we uiteindelijk Dat Doen We Niet Meer maakten. De manier waarop hij werkte was zoveel vrijer; dat is echt prachtig om te zien. Hij zette gewoon z’n verstand op nul, en daar heb ik geleerd om niet te veel na te denken.

Toch bracht je daarna nog We Doen Ons Best uit, wat je zelf je minst favoriete album noemt. 
Ja. Ik vind het niet vet omdat je daar nog heel erg de zoektocht hoort. Je hoort overal dat ik eigenlijk denk: oké, wat ga ik nou doen? Ik probeerde veel te veel de flow en de vibes van de jeugd van toen op te zoeken. Ik dacht dat dat nodig was om nog relevant te zijn. Pas toen ik daarna met Yung Felix Trabajo uitbracht, merkte ik dat ik me wel kon laten beïnvloeden door andere mensen, maar ook nog steeds iets van mezelf kon toevoegen.

Niet lang hierna kwam Ezhel in het spel. 
Ik had een Turks liedje van mezelf op m’n feed geplaatst, gewoon om te laten zien dat ik dat af en toe deed. Jonna vond dat vet, en tagde Ezhel. En omdat Jonna dat deed, deed iedereen het. Zo zijn we een beetje in de DM gegaan, en vertelde hij me dat hij al naar mijn muziek luistert sinds Turkse Pizza. Na een tour bleef hij wat extra dagen in Amsterdam en hebben we Boynumdaki Chain, AYA en Bi Sonraki Hayatimda Gel gemaakt. Dat klikte gelijk. Ik merkte dat hij hetzelfde effect op mij had als Ronnie: iemand die op het juiste moment in mijn leven kwam, en zijn podium volledig voor mij heeft opengegooid.

Heeft dit voor jou het begrip ‘succes’ een andere dimensie gegeven?
Het heeft me vooral een veel dieper besef van dankbaarheid gegeven, ik sta er nu heel anders in. Ik heb een heel ander leven. Als ik naar m’n dochter kijk, en zie hoe blij zij is en hoe ze zich ontwikkelt, zie ik een succes dat groter is dan de rest. Ik was eerder veel te jong om met alle druk om te kunnen gaan, en na dertien jaar volhouden kan ik nu situaties veel beter inschatten. Zo win je.