sterke verhalen

Hoe Guy Tavares een dodelijke explosie naast z'n huis negeerde

"Opeens hoorde ik een keiharde knal, en daarna 'Aaaah! Aaaaah!' En ik dacht: nét goed."
21.9.17

In deze serie vragen we interessante mensen naar hun allersterkste verhaal. In aflevering 3 het verhaal van Guy Tavares, de Haagse cultlegende, muzikant en producer, en oprichter van onder andere Bunker Records, dat dit jaar 25 jaar bestaat. Guy vond het "potsierlijk" om een stoer verhaal op te hangen, liever vertelde hij een lullig, maar tegelijkertijd naargeestig verhaal.

Begin jaren negentig woonde ik in een kraakpand in het buurtje in Den Haag waar nu de Muzentoren staat. Dat kraakpand was in de oorlog nog een nazibordeel geweest – dat weten we doordat we tijdens het slopen van de vloeren condooms vonden, en kranten waar dat in stond. Hoe dan ook, die buurt was in die tijd één groot stuk braakliggend terrein. Haast alle gebouwen stonden leeg of waren afgebrand, de meeste ramen waren ingegooid, en er woonden een paar krakers, een paar kunstenaars en de vrijmetselarij had ook een pand waar ze soms vergaderingen hielden. Op straat zag je alleen junks, psychiatrische patiënten, zwervers, en af en toe wat politie. Het was een geweldige plek waar alleen maar debiele dingen gebeurden, alsof het één doorlopende bizarre sketch was, een soort Fawlty Towers, Young Ones en Rembo & Rembo door elkaar.

Advertentie

Op een dag kort na oud & nieuw lag ik met gierend hoge koorts in bed, op de eerste verdieping van het pand vlakbij het raam aan de straatkant. Opeens hoorde ik een keiharde knal, en daarna "Aaaah! Aaaaah!" En ik dacht: nét goed.

Je hebt altijd van die lui die hun vuurwerk nog niet hebben opgemaakt op oudjaarsavond, en die dan de dagen erna nog gaan lopen knallen. Ik kan sowieso niet tegen vuurwerk, ik háát vuurwerk, ik word er net zo paranoïde van als een hond. Als iemand z'n hand eraf knalt, of z'n ogen eruit, heb ik daar geen enkele medelijden mee. Daarom dacht ik dus: nét goed, en bleef rustig in bed liggen.

Nou moet je bedenken dat je nog geen mobiele telefoons waren, dat er ongeveer niemand in die buurt woonde en dat er eigenlijk maar één vaste telefoon was, en dat die naast mijn kamer hing. Als iemand een ambulance had kunnen bellen was ik het.

Op een gegeven moment ging het geschreeuw over in een heel hoog [Guy zet een heel hoog stemmetje op]: "Help meee! Help meee!" Het klonk heel creepy. Maar wat vooral raar was, was dat het precies zo klonk als in het nummer Spider and the Fly van een Amerikaanse garagepunkband uit de jaren zestig.* Zo'n nummer dat op een verzamel-LP stond, echt een cultnummer dat alle krakers en punkers in die tijd kenden.

Dat kwam weer uit de sciencefictionhorrorfilm The Fly, een cultfilm uit de jaren vijftig. Echt debiel, maar het klonk precies zo.

En toen dacht ik opeens: ooh, het is gewoon een grap! Iemand die een bom af laat gaan en vervolgens precies zoals in die film gaat lopen jammeren. Het was des te meer reden om tevreden in mijn bed te blijven liggen. Tot ik een ambulance hoorde. Toen dacht ik: dit is wel weer typisch. Ik besloot om toch eens uit het raam te kijken. Ik zag het bushokje he-le-maal opgeblazen. Al het glas lag eruit. Voor het bushokje zag ik een oudere man liggen, en precies op het moment dat ik keek zag ik hoe de ambulancebroeders nee schuddend een doek over die man z'n hoofd legden. Daarna werd hij de ambulance in gereden.

Ik heb nooit meer kunnen achterhalen wat er is gebeurd. Maar die man was absoluut morsdood, anders leggen ze geen doek over je hoofd. En ik had kunnen bellen, misschien was hij dan wel gered, ik weet het niet. Het is een van de naargeestigste dingen die ik heb meegemaakt in deze fantastische buurt.

*Het nummer Spider and the Fly is van de band The Monocles en staat op het verzamelalbum Pebbles Volume 3 "The Acid Gallery". Deze informatie en het bijbehorende youtubefilmpje zijn na publicatie toegevoegd.