dieren

Dit zijn de leukste beestjes die je gewoon in je woonkamer kunt vinden

Je hoeft niet op vliegvakantie om je te kunnen vergapen aan de wonderen der natuur.

door Amarens Eggeraat
21 mei 2020, 6:00am

Beeld door FollowTheFlow. Illustraties door Amarens Eggeraat.

Onze zomer ziet er dit jaar anders uit. Misschien keek je in februari nog uit naar een veertiendaagse tropentrektocht langs de Mekong, een walvissenexcursie rondom Kaap de Goede Hoop of een soortgelijke vakantie vol sensatie en grote wilde zoogdieren. Maar inmiddels lijkt zelfs een midweekje op een camping in de Ardennen een onbereikbare luxe.

Dat is natuurlijk erg jammer, maar ook een uitgelezen kans om de natuur in je eigen huis eens wat meer aandacht te geven. Want je hoeft echt niet in een diepzeetrog te duiken of naar oerbossen rond de evenaar af te reizen om zeldzame en opwindende dieren aan te treffen: er krioelt van alles door je eigen huis wat het bewonderen waard is.

zilvervisje amarens eggeraat

Het zilvervisje

Zilvervisjes zijn grijze platte beestjes met lange, elegante voelsprieten. Je ziet ze vaak als je ‘s nachts moet plassen. Als je het licht aandoet, dan schieten ze weg langs de muur om te schuilen in de schaduw. Als je ze platdrukt met een stukje wc-papier blijft er bijna niets van ze over, behalve een onbestemd hoopje stof. Zilvervisjes kruipen waarschijnlijk al honderden miljoenen jaren in bijna onveranderde vorm over deze aarde, in feite zijn het levende fossielen. In de afgelopen dertig jaar hebben ze stilletjes de gehele Nederlandse woningbouw veroverd, want ze houden van goede isolatie, behangstijfsel en vochtig beton. Volgens dichter en bioloog Albert Weijman, betrokken bij het Kennis- en Adviescentrum Dierenplagen, heeft het weinig zin om het zilvervisje te bestrijden-als je het huis minder vochtig maakt, verdwijnen ze vanzelf. “Ze hebben zich zo goed aan de mens weten aan te passen,” zegt hij. “We noemen ze plaagdieren, maar ik zou ze liever superdieren noemen”.

trilspin amarens eggeraat

De grote trilspin

De grote trilspin is een echte binnenspin, want in een stevige wind maken ze met hun fijngebouwde lijfje weinig kans. Volgens spinnenkenner Peter Koomen kwamen de spinnen aan het begin van de twintigste eeuw nog amper in Nederland voor: oorspronkelijk leefden ze in donkere holtes tussen rotsblokken bij beekjes in het Middellandse Zeegebied. Heel langzaam, van huis tot huis, heeft de trilspin zijn weg naar het noorden gemaakt.

trilspin foto peter koomen


Mannetjestrilspin met 'bokshandschoentjes'. Foto door Peter Koomen.

Hier vind je ze tegen het plafond van je badkamer, waar ze slordige webben maken en hun lange poten heen en weer zwaaien als je aan het douchen bent. Het is vrij makkelijk om mannetjes van vrouwtjes te onderscheiden. “Bij mannetjes lijkt het net of ze een paar bokshandschoentjes voor hun kop hebben hangen,” zegt Koomen. “Maar dat zijn eigenlijk hun spermaoverdrachtsorganen, een soort reservoirtje met een injectienaald, waarmee ze hun sperma in de geslachtsopening van het lichaam van het vrouwtje kunnen aanbrengen.” Vrouwtjes blijven vaker op een plek hangen, mannetjes zwerven door je hele huis heen. Overigens heten ze “trilspin” omdat ze heel hard heen en weer gaan bewegen als ze in gevaar zijn. Dat zie je als je ze zachtjes aanraakt met een potlood. “Zo voorkomen ze dat een predator hun lijfje te pakken kan krijgen. Een poot kunnen ze eventueel wel missen, daar hebben ze er toch acht van,” aldus Koomen.

motmugje amarens eggeraat

Het wc-motmugje

Deze harige vliegbeestjes werden pas in 2008 in Nederland opgemerkt, toen ze uit verwarmingsroosters in gebouwen van de UvA kwamen gekropen. Maar waarschijnlijk waren ze er al veel langer. Het motmugje plant zich gretig en verbazingwekkend snel voort in stilstaand troebel water, vandaar dat een slecht functionerend riool ervoor kan zorgen dat ze met honderden tegelijk uit een wc-pot naar boven komen. De vleugeltjes van het motmugje zijn bedekt met een waterafstotend laagje, waardoor ze niet snel verdrinken. Ze steken niet, maar aan hun vettige haartjes blijven wel stukjes poep en andere smerigheid uit het riool kleven.

Het papiervisje

Het papiervisje lijkt qua uiterlijk zo veel op het zilvervisje, dat ze zonder microscoop bijna niet van elkaar te onderscheiden zijn. Het grootste verschil is dat papiervisjes hun tijd liever in een droge omgeving doorbrengen – je vindt ze eerder in een doos met oude Donald Ducks dan in een gootsteen. Net als zilvervisjes leven papiervisjes van miniscuul kleine brokjes eiwit en vezels, maar ze nemen daarnaast wel eens een hapje van een onbetaalbaar archiefstuk. Ook leven papiervisjes langer: ze kunnen wel acht jaar worden, wat enorm oud is voor een insect.

De langpootmug

De langpootmug is de lijfelijke uitdrukking van het woord ‘woepsie!’ Ze bewegen zich voort alsof ze permanent aan het wegvluchten zijn van een bruiloft waar ze zes flessen champagne hebben leeggedronken en vervolgens per ongeluk de jurk van de bruid in brand hebben gestoken. Langpootmuggen steken niet, ze eten zelfs nauwelijks: hun chaotische lichaam is uitsluitend bestemd voor voortplanting. De larves van de langpootmug heten emelten en zien eruit als grijze, leerachtige drolletjes. Emelten eten juist ontzettend veel en gevarieerd: ze zijn bijvoorbeeld dol op de wortels van gras en eten in de kortste keren een gazon naar de knoppen.

De roodbaardbromvlieg

Je kent de roodbaardbromvlieg (ook wel blauwe vleesvlieg genoemd) wel: het is die vlieg die met zoveel geluid je kamer binnen komt zetten dat-ie meteen alle aandacht op zich vestigt. Vervolgens werpt hij zich met een misselijkmakende tik tegen je raam, keer op keer. Bromvliegen hebben ergens wel iets gezelligs, maar hun levenscyclus is vrij onsmakelijk: ze leggen hun eitjes het liefst in rottend vlees, soms zelfs in de open wond van nietsvermoedend schaap, waarna de maden zich gulzig een weg naar buiten eten.

De huiszebraspin

De huiszebraspin is een gedrongen spinnetje met zwart-wit gestreept lijfje en een verrassend ontwapenende gezichtsuitdrukking. Je vindt ze tegen buitenmuren, waar ze zenuwachtig heen en weer rennen en af en toe een salto maken. De huiszebraspin maakt geen web, maar overvalt zijn prooi door ze op een geslepen manier te bespringen – ze behoren dan ook tot de springspinnen. Koomen noemt dit zijn favorieten, omdat ze een heel goed gezichtsvermogen hebben en zich om een slimme manier gedragen. Ook kun je ze in de ogen kijken. “Springspinnen hebben grote glimmende ogen, net als zeehondjes,” zegt Koomen. “Alleen hebben zij er dan meer.”

De weerschijnvlinder

Sommige vlinders zijn beeldschone fladderprinsjes die uitsluitend bloemennectar nippen, maar er zijn ook vlinders die wat stevigers nodig hebben om hun eieren te kunnen leggen. De weerschijnvlinder bijvoorbeeld, met z’n prachtig diepblauwe vleugels, haalt graag de nodige mineralen uit rottende dierenlijkjes, stront en mensenzweet. Vandaar dat ze nog wel eens op je arm neerstrijken en met hun snuit over je huid beginnen te tasten. De weerschijnvlinder was twintig jaar geleden nog vrij zeldzaam in Nederland, maar ze worden nu steeds vaker waargenomen.

De getijgerde lijmspuiter

Lijmspuiters zijn een soort spinnetjes, maar in plaats van acht ogen hebben ze er maar zes. In de tropen vind je veel verschillende soorten, maar in Nederland maar eentje: de getijgerde lijmspuiter. Koomen noemt het ‘een heel raar beestje’. “Hun gifklieren hebben zich ontwikkeld tot een lijmklier,” zegt hij. “Dus waarschijnlijk is hun gif door de evolutie heen zo plakkerig geworden dat ze hun prooien ermee konden vastplakken. Ze kunnen dat plakkerige gif uit hun gifkaken spuiten door die sidderend heen en weer te bewegen, zodat het in een zigzagbeweging over hun prooi wordt uitgespoten, die dan wordt vastgenageld aan de grond.” Koomen vertelt dat hij dit weleens heeft gezien, toen hij een lijmspuiter in een potje had weten te vangen en die een fruitvliegje zonder vleugels voorschotelde. “Ik zag ‘m rondlopen totdat-ie op het fruitvlieg stuitte, toen deinsde hij even achteruit en toen was het al gebeurd,” zegt Koomen. “In een flits van een seconde is de lijm over het vliegje heen gespoten.”

Fruitvliegje spuugspoor foto Peter Koomen
De getijgerde lijmspuiter vangt een weerloos fruitvliegje. Foto's door Peter Koomen.

De bruine snuituil

De bruine snuituil is een nachtvlinder, die ‘s nachts van bloem tot bloem vliegt en overdag doodstil tegen je keukenraam zit. Z’n beige-bruine vleugels vormen een bijna perfect driehoekje, waardoor hij het uiterlijk heeft van een vintage rok die te lang in de etalage heeft gehangen. Er zijn veel heel veel verschillende soorten snuituil, elk met een eigen patroontje op hun vleugels: zo is er een hopsnuituil, een gepluimde snuituil, een baardsnuituil en zelfs een bosbessensnuituil. Maar ‘bruine snuituil’ is verreweg het leukst om te zeggen.

Tagged:
insecten
dierenrijk
Zomervakantie