In de jaren tachtig was hij een nationale bekendheid, maar Karate Bob is inmiddels een kluizenaar die zich verstopt in Amsterdam. Ik kende hem niet toen hij kort geleden opeens weer op de voorpagina’s verscheen, met het nieuws dat de immigratiedienst hem het land uit wil hebben omdat hij staatsgevaarlijk zou zijn en ongewenst vluchteling is. Als ik meer van hem wilde weten, moest ik dus zo snel mogelijk bij hem langsgaan. Via via kon ik een afspraak met hem maken op zijn krakkemikkige zolder. Een duik in het leven van Karate Bob is springen in een poel spanning en sensatie, halve waarheden, boze geruchten en treurige misère. De oude verhalen over Slobodan Mitric – zijn echte naam – zijn spannend en doorspekt met moord, vluchtpogingen en internationale spionage, maar de laatste jaren is de Joegoslaaf langzaam als een nachtkaars aan het uitgaan. Een gekke, kleurrijke druipkaars misschien, maar wel een nachtkaars. Om hem heen zijn er een paar mensen die op dagelijkse basis zorgen dat hij in leven blijft, maar op afstand bromt een overheid dat het nu toch echt tijd is dat Mitric uit Nederland vertrekt. Terug naar zijn geboorteland, waar het nu Servië heet. Voordat dat kan gebeuren, bezoek ik hem op zijn zolder van een oud schoolgebouw.
Slobodan Mitric is geboren in wat hij zelf omschrijft als “een politiek gezin”. Hij zou als jongetje zelfs generaal Tito ontmoet hebben, destijds de leider van Joegoslavië en de man die het land bij elkaar hield. In Slobodans twintiger jaren, zo vertelt hij me, knapte hij klusjes op voor de Joegoslavische geheime dienst. Hij was een ster in karate, wat hem geknipt voor het werk maakte. Binnen de geheime dienst begon iemand hem Karate Bob te noemen, en die naam zou hij de rest van zijn leven met zich meedragen.
Videos by VICE

Portret door Daan Mol
Zijn grootste opdracht tot dan toe komt in december 1973, als hij de taak krijgt om een politieke rivaal van generaal Tito, Vlado Dapčević, te vermoorden. Volgens Karate Bob gebeurt er dan het volgende: hij voelt zich vereerd en neemt de klus voortvarend ter hand door naar Amsterdam te vertrekken, wat hij als uitvalsbasis gebruikt. Dapčević zit op dat moment in Brussel en Mitric ontvoert hem. In de twee en een half uur daarna raakt hij met hem aan de praat. Slobodan Mitric besluit om hem vrij te laten, want hij vindt het geen aantrekkelijk idee meer om een oppositieleider te vermoorden. “Vanaf dat moment was ik niet meer veilig,” vertelt Mitric met een heerlijk Servisch accent onder het licht van een TL-buis. Achter hem flikkeren twee kaarsjes.
Hij gaat terug naar Amsterdam, en vreest constant voor zijn leven. “Ik was 25, jong en naief. Ik hoopte eigenlijk dat ze het me wel zouden vergeven.” Maar daar lijkt het niet op, als hij in een restaurant zit en er een man op hem afkomt: “of ik buiten even met hem kon komen praten.” Hij loopt achter de man aan de stoep op, als hij een geweer uit een auto ziet komen. “Ik ben meteen naar binnen gerend en via het toiletraam naar buiten geklommen. Ik dacht: die gasten lopen vast om het pand heen nu, dus ik ben weer teruggeklommen via het keukenraam en via de voorkant ontsnapt.”
Volslagen paranoïde beweegt hij zich door de stad, op kerstavond 1973. “Ik werd naar restaurant Mostar gelokt,” vertelt hij. Daar aangekomen ziet Mitric opnieuw de man die hem in het andere restaurant vroeg om mee naar buiten te komen. Ik vraag hem waarom hij niet gewoon binnen bleef in plaats van naar restaurants te gaan, en of hij op dat moment een wapen had. Mitric wil niet ingaan op mijn vragen. “Het staat allemaal in mijn boek,” zegt hij, en hij wil graag doorgaan met zijn verhaal. “Ik zag hem zijn pistool pakken, en ik had op dat moment een wapen gekregen van de Nederlandse regering.” Ik probeer hem te onderbreken om te vragen wat de Nederlandse regering hiermee te maken heeft, maar Karate Bob valt moeilijk te onderbreken. “En op dat moment werd er op me geschoten. Ik aarzelde geen moment en schoot terug.”
Die avond vallen er drie doden. Een vrouw die volgens Mitric een wapen lijkt te pakken, krijgt een kogel door haar oog maar overleeft het op wonderbaarlijke wijze. Slobodan zegt verantwoordelijk te zijn voor twee doden, niet drie. “Ik was bang – er werd op me geschoten, dus ik schoot terug.” Ik bedenk me dat ik nog nooit eerder bewust met iemand gepraat heb die mensen van het leven beroofd heeft. “Als ik dat niet had gedaan,” stelt Mitric, “had ik hier nu niet gezeten.”
Hij geeft zich over als hij op het Museumplein wordt vastgereden door de politie en door zijn pols wordt geschoten. De volgende dag is de schietpartij groot nieuws in alle kranten. Zoiets had Nederland al een tijdje niet gezien, en er wordt meteen gedacht aan een afrekening binnen de Joegoslavische maffia. Karate Bob houdt vast aan zijn lezing en de rechter gaat daar enigszins in mee. Uiteindelijk moet hij de gevangenis in voor drievoudige doodslag – geen moord. De rechter vindt het aannemelijk dat hij inderdaad lid is van de Joegoslavische geheime dienst, maar heeft het idee dat Mitric ook naar de politie had kunnen gaan als hij vreesde voor zijn leven. Hij krijgt achttien jaar cel en komt na twaalf jaar vrij.
Het verhaal van Mitric is spannend en boeiend, maar voor het waarheidsgehalte ervan moet ik afgaan op oude kranten, recente tijdschriften en Slobodans jongensachtige groene ogen. Het helpt niet dat Mitric constant zijspoortjes inslaat, bijvoorbeeld overhoe een Nederlands geheim agent in de oorlog fout was. Over de infiltratie van de Nederlandse regering. Over een operatie in Congo. Ik wil hem graag geloven, maar hoe meer hij spreekt, hoe minder hij zegt.
Midden jaren tachtig komt Mitric vrij, en begint hij boeken te schrijven. Zo heet een boek over zijn aanslag bijvoorbeeld Geheim Agent van Tito. De ondertitel mag er ook zijn: Hij wilde niet doden, hij moest. De stijl van de voorkant is duidelijk: Mitric is een ijskoude killler en doet het met mooie vrouwen. Niet veel later moet hij opnieuw de gevangenis in voor verkrachting – “een complot” volgens de karateman. In de jaren daarna gaat het beter met hem: hij ontmoet de kunstenares Iris de Vries, die de liefde van zijn leven wordt. Op oude posters inzijn huis staan foto’s van het stel. Op een van de kleine fotootjes zie ik Mitric voor het eerst lachen.
In 2006 overlijdt Iris. “Vermoord in het ziekenhuis,” noemt hij het zelf. Haar dood komt in een periode waarin hij altijd vreest voor uitzetting. Mitric’ status op dat moment is dat hij niet welkom is in Nederland – hij is een zogenaamd ‘ongewenst vluchteling’ – maar dat het te gevaarlijk voor hem is om terug te gaan. Hij zegt zelf dat de kans bestaat dat hij gemarteld en vermoord zou worden, maar de Nederlandse overheid denkt daar inmiddels anders over. Volgens de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en het ministerie van Justitie is het nu veilig genoeg voor Mitric om terug te keren. Sinds een aantal jaren is iemand bij de IND het vuurtje weer aan het opstoken en krijgt Mitric brieven dat hij het land moet verlaten. In november 2013 kreeg hij te horen dat er geen alternatief meer was: hij zou desnoods gedwongen moeten vertrekken.
Maar waarom Slobodan Mitric nu het land uitmoet is eigenlijk onduidelijk. Mitric is een schim van wat hij ooit was. Hij is een kluizenaar die al drie jaar niet meer op straat is geweest, en op een vervuilde zolder zijn lichaam verwaarloost. Hij heeft ieder vertrouwen in de buitenwereld verloren, en heeft er ook nauwelijks een band meer mee. Overal in zijn huis hangen foto’s van Iris, en in de hoek heeft hij een heel lief altaartje voor haar gemaakt. Haar kunst staat aan weerszijden van zijn zolder. Bovendien is hij zo ziek als een hond. Zijn voeten zijn zo opgezwollen als marshmellows, waardoor hij niet meer normaal kan lopen. Zijn tanden zijn zo goed als verdwenen omdat hij geen medische zorg krijgt. Er is weinig meer van hem over.

Een altaar voor Iris met jeugdfoto’s.
Je kunt je dus voorstellen dat de IND iets beters te doen heeft dan deze man uit te zetten. Maar het helpt niet dat Mitric wilde verhalen over koning Willem Alexander, Theo van Gogh, en complotten binnen het kabinet de wereld in blijft slingeren. Wat dat betreft is de IND nog vrij soepel. Er zijn al zoveel deadlines verstreken, en nog steeds is hij niet uitgezet. “Er is nog een laatste strohalm,” zo legt zijn advocaat Henri Sarolea via de telefoon uit. Hij heeft al wel eens de elektriciteitsrekening voor Mitric betaald en blijft hem helpen: “We zijn op zoek naar een dokter die hem kan keuren. Als hij niet in staat is om te reizen, dan kan hij blijven.” Maar Karate Bob doet moeilijk. Hij vertrouwt de artsen van de IND niet, ook al is dat een goede kans om een keer naar zich te laten kijken. Volgens De Telegraaf wordt binnen de muren van het ministerie van Justitie gezegd dat Slobodan Mitric staatsgevaarlijk is. De perswoordvoerder van het ministerie zegt me daarentegen dat ze niet weet hoe de krant aan die informatie komt. Op de vraag waarom Mitric terugmoet, krijg ik een standaardantwoord: hij is ongewenst vluchteling, heeft geen verblijfsvergunning, zijn land is nu veilig, hij moet terug.
Een van de mensen die zich nog bekommeren om Slobodan is Liesbeth, en ze zit naast hem tijdens het interview. Liesbeth is een lieve vrouw die regelmatig vanuit Deventer naar Amsterdam rijdt om te kijken hoe het met Slobodan gaat. “Hij weet te veel,” legt ze de situatie uit. “Met zijn kennis en boeken controleerde hij de overheid, en daarom willen ze nu van hem af. Hij weet zoveel zulke smerige dingen – de politiek is een slangenkuil. Wat er allemaal gebeurt is zó erg dat mensen het niet kunnen geloven.”
Maar Slobodan Mitric geloven vergt nou eenmaal een hoop inlevingsvermogen. Als wat Karate Bob de wereld instuurt waar zou zijn, dan zouden we leven in een wild netwerk van moordlustige politici, geheime diensten die regeren met ijzeren vuist en criminele netwerken die in dienst staan van de staat. En er zou één man zijn die via de achterdeur informatie heeft over al deze netwerken: Karate Bob zelf. Het blijft een mysterie wat een mens wel en niet moet geloven van zijn verhalen. Sommige feiten zijn na te trekken, anderen komen van websites waar ook verhalen staan over de Bilderbergconferentie en ‘de waarheid’ achter 9/11.
Wat de heftigheid van Mitric betreft is een voorval uit het jaar 2000 een mooi voorbeeld. In die tijd was het VARA-programma Het Zwarte Schaap te zien, waarin omstreden personen en hun slachtoffers werden geïnterviewd. De oplichter Ari Olivier, die ook ‘Heer Olivier’ genoemd wordt, wordt in de uitzending beschuldigd van oplichting en het inschakelen van ongure types om zijn vuile zaken op te knappen. Ook de naam van Karate Bob wordt genoemd. “’s Avonds heel laat, op een heel raar uur,” legt een wat pedante maar angstige mevrouw in het programma uit, “stappen die Karate Bob en Heer Olivier opeens samen mijn deur binnen.” Karate Bob zag er volgens haar “heel shabby” uit en had zwarte glacé handschoenen aan. Later zou Karate Bob haar nog een keer hebben bezocht en hebben verklapt dat hij eigenlijk de opdracht had om haar om zeep te helpen, op bevel van Ari Olivier.
Heer Olivier kan in het programma een lach niet onderdrukken: “Ik heb Karate Bob leren kennen nadat we uit de gevangenis kwamen. Hij had geen geld, geen auto en geen pistool, dus daar moest voor gezorgd worden – maar ik heb hem nooit gestuurd.”
De uitzending gaat verder, maar Slobodan Mitric laat deze minuut televisie niet over zijn kant gaan. Hij blaast het feit dat zijn naam in het programma genoemd is op tot epische proporties, en wil een schadevergoeding van één miljoen euro van de VARA krijgen. Ook is het voor hem een aanleiding om een vier uur durende documentaire te maken, die moet aantonen hoe de boven- en onderwereld met elkaar zijn verbonden. De film gaat over “de succesvolle pogingen van de overheid om Slobodan Mitric […] als straatarme, rechteloze, ongewenste vreemdeling langzaam te laten verkommeren.” Hij eist ook dat de omroep de film in zijn volle vier uur durende glorie vertoont.
Hoe dan ook is het na al die jaren wel de realiteit dat hij straatarm aan het verkommeren is. Na de dood van Iris heeft Mitric bijna niks en niemand meer over. Iris had een bijstandsuitkering, wat een beetje inkomen opleverde. Tegenwoordig ontfermen nog een paar mensen zich over hem. Allereerst is er Liesbeth, die hem kwiek en vol energie wil meehelpen om de overheid te ontmaskeren. Dan is er nog Francesca, en jonge vrouw die voor Slobodan eten meeneemt en hem een hondje cadeau heeft gedaan uit de dierenwinkel waar ze werkt. Het hondje kwispelt tijdens mijn bezoek onophoudelijk over het hoge zoldertje. Ook zit zijn uitgever, Robert Jan Kelder, bij ons gesprek. Voor de gelegenheid heeft hij een protestbordje meegenomen: Karate Bob zou ooit een ontvoering van (toen) kroonprins Willem Alexander hebben voorkomen, en nu is het tijd voor de koning om zich sterk te maken voor Karate Bob. Dat heeft onze koning tot op heden nog niet gedaan. Het is makkelijk om cynisch te doen over de wilde verhalen die er over tafel vliegen, maar dit zijn wel mensen die hun vrije tijd opofferen om te zorgen voor een arme, zieke man.

Een protestbord rust tegen Iris, de overleden geliefde van Slobodan.
Zit ik hier tegenover een man wiens levensverhaal uitgebreider is dan een gemiddeld werk van Tolkien, of zit ik tegenover een fantast die met dit soort verhalen zijn leven nog een beetje zin probeert te geven? Ik vraag hem wat hij ervan vindt dat er nog een paar mensen zijn die om hem geven. “Dit zijn mijn helden. Mijn pleegdochter, mijn vriendin, mijn vriend.” Karate Bobs dagen zijn geteld. Als hij niet van zijn bed gelicht wordt en wordt teruggestuurd om in Servië eenzaam te sterven, dan bezwijkt hij in ons land wel aan zijn slechte gezondheid. Hij is al jaren niet meer in de buitenlucht geweest, zijn grote liefde is dood en het enige dat hij overheeft is zijn computer, zijn wilde verhalen en een paar mensen die het niet kunnen aanzien wat er van hem geworden is. Ik vraag hem wat hij eigenlijk van die bijnaam vindt – Karate Bob. “Die naam is van vroeger, omdat ik met karate ooit een pistool uit iemands handen heb getrapt. Maar mijn echte naam is eigenlijk heel mooi. Slobodan betekent vrijheid.”
Meer
van VICE
-

(Photo by Paras Griffin/Getty Images) -

(Photo By Raymond Boyd/Getty Images) -

Photo: Nataliia Dubnytska / Getty Images -

(Photo by Tim Mosenfelder/WireImage)