De gehate Egyptische politie strijd al zes achtereenvolgende dagen, of 144 uur tegen de jonge voorhoede van het land. Het land brand, wurgt en bloed zich langzaamaan richting een (sommigen zeggen tweede) revolutie.
Het arsenaal van de strijders bestaat uit stenen, .22 kogels, vuurwerk, Molotovcocktails, rubberen projectielen, stokken en knuppels, maar voor het grootste deel uit een onbegrijpelijke hoeveelheid gas: CS, CR, CN, cyanide en arsenicum – veel ervan al tientallen jaren oud uit Italië, de VS en China, wat het des te giftiger maakt. De gaspatronen regenen onophoudelijk neer op de menigte op Tahrirplein en rond het Paleis van Justitie, waar de grootste, donkerste geheimen van het land bewaard zijn. In Alexandrië werd een gaspatroon van korte afstand afgevuurd op de nek van een demonstrant waardoor hij vrijwel meteen overleed.
Wanneer de gaspatronen niet effectief genoeg blijken om de rellende menigte te verspreiden, haalt de politie wagens die de troep de lucht in spuiten. De arme inwoners rond Tahrir worden daardoor blootgesteld aan een deken van gas dat blindheid, overgeven en epileptische aanvallen veroorzaakt en wie weet wat nog meer over een jaar of 10.
Een week geleden ging Egypte nog rustig richting algemene verkiezingen en een vredige, onvermijdelijke overwinning voor het Moslimbroederschap, de machtigste politieke partij in het land. De bedoeling was dat de verkiezing net zo reglementair zou verlopen als onlangs in Tunesië. Maar met de verkiezingen in de nabije toekomst (28 november) besefte het Broederschap dat zelfs met een democratische overwinning, ze nog steeds onder de Militaire Hoge Raad zouden moeten regeren. Afgelopen vrijdag organiseerden ze dus een enorm protest tegen een grondwetswijziging die de Hoge Raad probeerde door te voeren, waardoor ze boven de democratisch gekozen regering zouden komen te staan. De vredige demonstratie maakte het leger duidelijk dat het Broederschap aanzienlijke macht heeft, en ze gaven toe.
Terwijl het Broederschap en de Hoge Raad vochten om de macht in het land, vergaten ze compleet de belangrijkste kiezers: de vrienden en familie van de revolutionairen die vochten en stierven om de verkiezingen mogelijk te maken.
Anders dan in Tunesië en Libië – die beiden het corrupte regime volledig uit de regering verwijderden – verving de Egyptische revolutie slechts de ene dictator met een andere die aangewezen werd door een militaire raad. In andere tijden zou de revolutie gewoon een coup genoemd worden. Daarnaast hielp het ook niet dat de Hoge Raad – naast het land slecht te besturen – duizenden demonstranten en bloggers arresteerde en vasthield zonder te berechten.
Iedereen eist het onmogelijke: de demonstranten willen af van het tirannieke regime die in stand wordt gehouden door de VS en een groot deel van de economische macht in handen heeft, terwijl het Leger eist dat de demonstranten naar huis gaan, wat ook onmogelijk is gezien de martelaren en de duizenden gewonden. Bovendien beseffen de burgers maar al te goed dat dit hun laatste kans op een echte democratie zou kunnen zijn. Ook al laten peilingen zien dat Egyptenaren de Hoge Raad als leiders afkeuren, zijn er velen die een toekomst zonder regering vrezen.
Ik sprak een man die als accountant werkt over de situatie, tussen de tak tak tak van rubberen kogels op muren om ons heen. Hij was niet erg blij met de situatie. “Het Leger is georganiseerd, ze krijgen dingen voor elkaar. Denkend aan Turkije: het duurde lang voor ze een democratie hadden, maar uiteindelijk liet het leger los.” De demonstranten hier willen echter geen 30 jaar wachten.
Ze willen vrijheid en ze willen het nu. “De mensen eisen de ondergang van deze beschamende raad,” zingt de menigte. “We gaan nergens heen. Hij moet maar gaan!” schreeuwen ze, refererend aan Maarschalk Mohamed Hussein Tantawi, het hoofd van de Hoge Raad van Strijdkrachten.
Iedereen op Tahrirplein weet precies wat ze willen – het Leger uit de macht – maar het moeilijk om demonstranten te vinden die een plan hebben over wat er dan moet gebeuren. En dit is het probleem: Egypte zit in een impasse. Het is moeilijk om je te concentreren op politiek als tientallen slecht bevoorrade veldziekenhuizen als paddestoelen uit de grond springen om de eindeloze stroom patiënten van de frontlinie op te vangen. In ziekenhuizen die zich dichterbij die frontlinie bevinden zijn er al medewerkers overleden gewond geraakt en overleden aan het gas.
Op het plein zelf juichen de mensen de strijders toe, ze eten suikerspinnen, slapen onder dekens die uit heel Egypte komen en roken ongezond veel sigaretten, die best lekker smaken na weer een golf traangas. In tegenstelling tot de revolutie, toen het plein even het middelpunt van Egypte was, kijkt iedereen nu uit naar de straten tussen Tahrir en het Ministerie van Binnenlandse zaken.
Gisteren dwongen de demonstranten de politie terug tot achter de tanks en militairen die voor het Ministerie staan. Vreemd genoeg richten de demonstranten hun woede niet op de soldaten, maar op de politieagenten die al zo veel doden op hun geweten hebben. Godsdienstige goedzakken in mooie gewaden proberen nog vrede te waarborgen, maar als de zon ondergaat en iedereen bukt om te bidden, schiet de politie alweer een lading gasgranaten af. Demonstranten gooien nog stenen terug, maar vluchten als die beantwoord worden met schoten.
Ambulances racen af en aan in het donker, en de strijd woedt maar voort. Na een lange nacht vechten wordt er weer een overeenkomst gesloten en biedt de Hoge Raad hun verontschuldiging aan. Maar voor de mensen op Tahrir is dat niet genoeg. Op vrijdag zal er een massale demonstratie plaatsvinden. in de tussentijd bouwt het Leger betonnen barricades rond het Ministerie en iedereen bereid zich voor op de strijd.
Ik loop door de donkere gaswolken op Tahrir heen en de fel verlichte straten van Caïro in, waar het leven gewoon doorgaat. Het is bizar. Niemand gaat hier dood, niemand gooit stenen of schiet traangas, maar om de hoek raast de strijd door.
Op de straten Monsour en Mohammed rust het lot van dit land in de handen van de vechtlustige jeugd die hun droom niet willen opgeven: de regering verstoten met hun vieze, stoffige handen.