ZUID-AFRIKA – DWERGENFEST

Ik was opgestaan om 6.30 uur op een zaterdagmorgen, haalde een fotografe op die ik nog nooit ontmoet had en reed helemaal naar Mpumalanga, in the middle of nowhere, en dat allemaal omdat ik op zoek was naar dwergen. Dwergies, zoals ze in het Afrikaans genoemd worden (of pikkies, in dialect).

Ik, mijn vrouw, mijn vriend Bobby (die op zoek was naar wat avontuur) en de onschuldige, ingetogen fotografe Lisa waren helemaal naar Standerton gereden voor het Dwergie Fees 2010, een festival dat georganiseerd wordt om de 8.000 en meer Zuid-Afrikanen die getroffen zijn door verschillende medische condities resulterend in dwerggroei te vieren en te destigmatiseren.

Videos by VICE

De pers had ons voorgehouden dat er horden kleine mensen aanwezig zouden zijn. Toen we arriveerden in Standerton zagen we misschien 25 dwergen, hoogstens, maar vooral angstige, kleingeestige Zuid-Afrikanen.

“Gisteren hadden we een lekker party. De dwergen hebben de hele nacht gedanst. Ze dansten op tafels en iedereen werd dronken en we hebben allemaal twee uur geslapen,” zegt Oom Theunis, die het Standerton Rivierpark bezit. “Toen ik hoorde dat dit festival vorig jaar in Heidelberg plaatsvond, heb ik de organisatoren gebeld. Waarom zouden ze het niet in Sanderton doen, vroeg ik. Nu zie ik hier veel journalisten uit Johannesburg en Pretoria. Voor ons is dit dus een kans om te laten zien dat Sanderton een goede stad is, het soort plaats waar mensen naartoe zouden moeten komen.

Je mag jezelf gelukkig prijzen als je nog nooit in Standerton geweest bent. Het feit dat het een dorp is waar mensen zoals Oom het een goed idee vinden om een dwergenfestival te houden om zo hun stad op de kaart te zetten, zou je een idee moeten geven over hoeveel er te doen is in Standerton. Dit is een plek die bekend staat om haar massale protesten, die te wijten zijn aan de slechte dienstverlening. Het beste en het slechtste van het platteland en van de industrialisering in een pakket geramd. T-shirts met twee tinten zijn hier nog altijd in de mode, de meerderheid van de blanke, vrouwelijke bevolking schept op met hun beruchte fonteinkapsel en elke straat bestaat uit nepbakstenen huizen die een mislukte benadering weergeven van een mooi, liefdevol voorstadje. Er zijn tuinkabouters, kitscherige fonteinen en er staan goedkope, gepersonaliseerde auto’s op elke oprit.

Het festival begon zaterdag met een optocht door de stad. Voor de vele mensen die hun gepersonaliseerde hot rods en fietsen meebrachten naar het festijn, was het een kans om hun motoren te showen en hun sirenes te luiden. Voor tractorbestuurders was het een kans om deel te nemen aan een van de weinige wereldse activiteiten waarin een tractor een welkome afwisseling is. De familie van Org Smal, de legendarische dwerg aan wie het festival is opgedragen, zat bovenop een aanhangwagen, getrokken door een tractor, die leek op het soort transport waarmee je een concentratiekamp in gereden werd. De optocht was vreemd en de mensen van Standerton konden er alleen maar met wijd geopende ogen naar staren. Maar dat de massa raar keek was niet te wijten aan enige vorm van fundamenteel wantrouwen ten opzichte van het abnormale volkje. Er waren simpelweg niet genoeg dwergen om het doel van de optocht duidelijk te maken. De locals vroegen zich waarschijnlijk af waarom een paar dozijn dwergen in godsnaam ongebreideld op hot rods en tractors door de hoofdstraat gereden werden. Het was stof voor nachtmerries.

Nog even over die kerel die ik net al noemde, Org Smal. Om het volledigde verhaal van de Dwergie Fees te kennen, moet je de invloed van Org begrijpen.

Org Smal was een performer, en een echte ladies’ dwerg. Een rolmodel voor de dwergengemeenschap die het eerste Dwergie Fees organiseerde in 1989. Er waren naar verluidt 65, 000 mensen. Voor hem was het festival een manier om zijn mededwergen naar voor te schuiven, en hen een moment van glorie te bezorgen door hen te vertellen dat ze trots moesten zijn in plaats van beschaamd.

Oudere Zuid-Afrikanen herkennen Smal omwille van zijn rol in de televisieserie Arendse, terwijl kinderen van de jaren ’80 zullen gniffelen om het feit dat Smal de man was in het kostuum, en zo bij gebrek aan beter, de ster was van de show Zet, een van de meer surrealistische elementen van de pre-democratische SABC televisie. Het ronde, harige, oranje schepsel dat met een hoog stemmetje brabbelde en altijd schadelijke shit uithaalde. Hij leek wat op de debiele neef van Alf.

Hoe dan ook, in 1996 reed Smal in Vrijstaat rond toen hij de controle over het stuur verloor en zo deze wereld verliet.

Zijn familie was hier uitgenodigd om zijn leven te vieren, samen met zijn bijdrage aan het accepteren van dwerggroei in Zuid-Afrika. Er is een hele hoop familie die onmiddellijk te herkennen is omdat ze allemaal t-shirts dragen met Org’s gezicht erop en de slogan “klein maar dink groot“.

Ik spreek met Orgs broer, Pompies Smal, die zijn broer mist:

“Org was als een speciaal stuk speelgoed. Hij kon altijd op moeilijk te bereiken plaatsen komen. We stuurden hem vaak onder de wagen om dingen te herstellen. Hij was gevoelig voor ellende en had een groot gevoel voor humor. En hij was sterk. Hij kon ons allemaal aan in een gevecht en hij was heel goed in rugby – zijn kleine gestalte maakte het mogelijk om uit te wijken voor zijn tegenstanders. En hij bracht geluk. Hij bracht altijd vrouwen mee. Hij begon te worstelen en ik volgde hem overal naartoe. Hij gaf me gratis tickets voor de shows en ik had nooit moeite om een date te vinden.”

Ook ontmoette ik Lawrence Smuts, een muzikant en entertainer. Als je hem opzoekt op YouTube, zie je hem een leeuloop doen met the Blue Bulls Babes. Even later speelt hij gitaar en zingt hij. Smuts is op het Dwergie Fees met zijn vrouw Yolandi, die zogezegd een normale gestalte heeft. Ik vraag haar wat ze zo aantrekkelijk vindt aan Lawrence.

“Eerst niets,” zegt ze. “Toen hij tegen me begon te praten, vond ik het raar dat hij zo arrogant was.” Vrouwen voelen zich soms aangetrokken tot arrogante mannen, zeg ik. “Ja, waarschijnlijk,” geeft ze toe. Zijn er problemen als het er op aankomt een relatie te hebben met een dwerg? “Alleen dat mensen anders naar ons kijken. Maar we zijn een normaal koppel.” “Alleen mijn armen en benen zijn klein,” merkt Smuts enthousiast op, “de rest is in proportie.” Bedankt voor de informatie, Lawrence Smuts. Volgende!

We ontmoeten Stefan, uit Pretoria. Hij is een IT-specialist, een metalhead en vrij groot voor een dwerg. Hij zou mij waarschijnlijk aankunnen in een gevecht, maar dat zegt eigenlijk niets. “Het leukste is dat ik hierdoor naar Standerton kon reizen. Ik denk dat het de meest opwindende plaats is in Zuid-Afrika,” zegt hij onbewogen. Ik vraag hem of hij het gevoel heeft dat mensen hem anders behandelen. “Ja, maar weet je, zelfs voor mij is het vreemd om kleine mensen te zien. In het begin denk ik altijd: “What the fuck?” En dan denk ik, “Oh ja, ik ben ook klein.” Je zou backstage moeten zijn geweest bij de verkiezing gisteren. Er was een feestje. Ik ontmoette de kerel die gewonnen had en we kwamen onmiddellijk goed overeen. We keken elkaar aan en omdat we alle twee klein zijn, was die connectie er direct.” Wat vindt Stefan van het festival? “Het is oké, maar er zijn niet genoeg dwergen, weet je wel? Het lijkt eerder op een excuus om te feesten. Hier ga ik niet meer heen.”

We ontmoeten ook twee zussen en een vriendin met vormen van dwerggroei die overduidelijk zeldzamer en serieuzer zijn dan de meeste. Ze hebben benen die niet alleen heel erg klein zijn, maar zijn ook immobiel zodat ze gebonden zijn aan hun rolstoel. De vrouw die het meest aan het woord is, en haar zus, lijden beiden aan de ziekte van Lorain, een zeldzame vorm van dwerggroei die gerelateerd is aan idiophatisch infantilisme, wat dat ook moge zijn. De vrouw is praatziek en kent geen zelfmedelijden, maar ze heeft wel veel te zeggen over de manier waarop ze behandeld wordt, en de manier waarop Zuid-Afrikanen invaliden in het algemeen behandelen. Ze werkt als archivaris in de stadsbibliotheek van Bloemfontein. Ze is zeer luidruchtig over wat ze zelf noemt “de onwil van Zuid-Afrika om om te gaan met gehandicapten.” Ze vindt dat invaliden gegarandeerd werk zouden moeten krijgen omdat velen niet werken. Ze heeft ook het gevoel dat de mensen waarmee ze werkt haar ziekte niet begrijpen, net als de impact die het heeft op het leiden van een normaal leven. “Soms vragen ze me om iets van de bovenste plank te nemen,” lacht ze. Wat ze erger vindt, is het andere uiterste, mensen die denken dat ze niets kan.
“Ik ben getrouwd, ik rijd met de auto, en dat is waarom ik hier ben. Ik wil de boodschap verspreiden dat mensen zoals ik alles kunnen.” Behalve dat ding met die bovenste plank.

We ontmoeten de twee winnaars van de Dwergie Fees kinderverkiezing die de dag ervoor plaatsvond. Ze zijn acht en negen. Een ervan is een meisje, verlegen en niet helemaal zeker waarom iedereen haar blijft lastigvallen. De andere is een zelfverzekerde jongen. Wanneer we vragen of we een foto mogen maken, zegt hij, “Natuurlijk. Voor 100 dollar.” Normale kinderen.

We komen ook verschillende niet-dwergen tegen. Zij zijn absoluut niet normaal. Er is een jongeman die liters cognac naar binnen goot en daarna achterover uit een auto viel tijdens de optocht, waarna hij meteen weer rechtop stond en zichzelf afstofte terwijl er overal bloed hing en zijn lichaam onder de blauwe plekken zat. Er is een kraam waar een man iets verkoopt dat hij “moffie toffie” noemt (homoseksuele toffee). Er zijn mensen die walgelijke blauwe pruiken dragen. Er zijn mensen die er uitzien alsof hun stamboom niet helemaal koosjer is. Er zijn mensen die hun De La Rey t-shirts met zekere trots dragen. Er is een onpeilbare zangwedstrijd. Een of andere kerel vertelt ons dat hij een armworstelkampioen is, alvorens zijn spieren te tonen en vervolgens weg te huppelen om Elvis te gaan coveren op het hoofdpodium. Er zijn mensen die dansen op schlagers, godbetert.

We waren naar Standerton gekomen om freaks te zien en we werden niet teleurgesteld. Maar het waren niet de dwergen. De freaks waren de locals uit Standerton en de journalisten uit de grote stad, en de carnavalvierders die houden van festivals en staren. Het waren de boeren, de verpleegsters, de priesters en de rugbyplayers. En het waren wij.

TEKST: DANIEL FRIEDMAN
VERTALING: SANNE GUNS
FOTO’S: LISA KING

Thank for your puchase!
You have successfully purchased.