Slachtoffers verkrachting
Linker- en rechterfoto door Martine Kamara. Middelste foto met dank aan Natascha.

Verkrachting is verkrachting, ook als er geen ‘nee’ is gezegd

In een wetsvoorstel van Grapperhaus zou seks zonder instemming 'seks tegen de wil' gaan heten. Wij spraken verkrachtingsslachtoffers over waarom het zo belangrijk is om dat gewoon verkrachting te noemen.
7.10.20

Pas op: dit artikel bevat expliciete beschrijvingen van seksueel geweld.

Gisteren protesteerden activisten en slachtoffers van seksueel geweld tegen plannen om de ‘verkrachtingswet’ aan te passen. Met resultaat, want waarschijnlijk krijgt minister Ferdinand Grapperhaus, die het wetsvoorstel indiende, geen meerderheid voor zijn ‘seks tegen de wil’-wet.

Het zit zo: in het huidige wetboek staat dat er pas sprake is van een verkrachting als geweld of dwang bewezen kan worden. Slachtoffers die dus de moed hebben verzameld om naar de politie te stappen, moeten kunnen bewijzen dat ze ‘nee’ hebben gezegd, wat bovendien nog eens onderbouwd moet worden met een getuigenis van een derde persoon. Ook wordt er gelet op blauwe plekken of andere fysieke tekens van dwang.

Maar deze wet sluit het grootste deel van slachtoffers van seksueel geweld uit. Zeventig procent van alle Nederlandse slachtoffers – en dat zijn er naar schatting zo’n 100.000 per jaar – bevriest tijdens een verkrachting of seksueel-geweldsdelict, waardoor ze zich niet kunnen verzetten en er dus ook geen sporen van dwang zijn.

Dat zorgt er dus voor dat daders van dit soort misbruik vaak niet vervolgd kunnen worden. Een serieus probleem, vooral als je bedenkt dat 1 op de 5 Nederlandse vrouwen slachtoffer is van seksueel geweld.

Nederland ondertekende in 2018 het Verdrag van Istanbul en het VN-vrouwenverdrag, wat inhoudt dat Nederland maatregelen moet nemen om geweld tegen vrouwen aan te pakken. Daarom wil minister Grapperhaus een nieuw strafbaar feit introduceren: seks tegen de wil. Dit zou dan gaan over seksueel geweld waarbij het slachtoffer geen ‘nee’ heeft gezegd, of zich niet heeft verzet. Qua strafduur zou een dader hier de helft van de straf voor een verkrachting voor kunnen krijgen.

Alhoewel het een stap in de goede richting zou zijn om dit soort geweld ook te erkennen, is er volgens Amnesty International een hoop mis met dit wetsvoorstel. Zo zou seks zonder instemming niet alleen strafbaar moeten zijn, maar ook als verkrachting erkend moeten kunnen worden – en er zou daarom een zelfde straf tegenover moeten staan.

VICE sprak drie slachtoffers van verkrachting die ook tegen het wetsvoorstel van Grapperhaus zijn en vroeg ze waar zij tegenaan liepen toen ze aangifte probeerden te doen.

DSC02959.jpg

Marcelle op de demonstratie Amnesty International, foto door Martine Kamara

Marcelle, 36

Zestien jaar geleden ging ik een avond stappen met een groep vrienden. Om drie uur sloten de cafés, en we besloten om met z’n allen terug te keren naar ons jeugdhonk om daar te slapen. Onderweg raakte ik aan de praat met een jongen die ik die avond had leren kennen. Toen mijn vrienden uit het oog verdwenen, begon hij me te zoenen. Ik deed voorzichtig mee. Zijn grip werd alsmaar steviger en het zoenen werd steeds ruwer en dominanter. Wat er daarna gebeurde, herinner ik me slechts in fragmenten. Ik herinner me dat het sneeuwde, dat mijn benen pijn deden van de kou en dat ik bleef hopen dat het ging ophouden. Uiteindelijk heeft hij me urenlang verkracht. Het lukte me niet om hem hardop te vragen om op te houden. Ik heb me geen enkele keer kunnen verzetten.

De volgende ochtend fietste ik naar vrienden van mijn ouders die daar in de buurt woonden. Zij hadden meteen door dat er iets aan de hand was en samen gingen we naar de politie, waar ik mijn volledige verhaal moest vertellen. Op dat moment zaten mijn dijen nog onder de blauwe plekken, en alles voelde ontzettend beurs.

Ik had het gevoel dat ik mezelf moest verdedigen tegenover de politie – niet alleen door de vragen die zij me stelden, maar ook door de vragen die ik mezelf stelde. Ik vroeg me af of ik misschien te sexy gekleed was, en ondanks het feit dat ik die avond amper alcohol op had, stelde ik mezelf de vraag of ik toch niet te veel had gedronken. Ook snapte ik niet waarom ik hem niet had tegengehouden, of simpelweg ‘nee’ had gezegd.

De politie vertelde me dat ik ‘een klassieke verkrachting’ had meegemaakt, maar dat ik te weinig bewijs had om er een zaak mee te kunnen winnen; omdat we allebei meerderjarig zijn, zou het zijn woord tegen het mijne zijn.

Dat gesprek is nog lang blijven nadreunen in mijn hoofd.

Uiteindelijk duurde het tien jaar voordat ik me durfde te realiseren wat er daadwerkelijk gebeurd was. Ik had posttraumatische stress en ik belandde in een burn-out. Pas toen ik accepteerde dat het niet goed met me ging, durfde ik voor het eerst het woord ‘verkrachting’ te gebruiken. Ik ging in therapie, waar ik leerde dat er tijdens een verkrachting zoiets bestaat als een ‘vriesreactie’, waarbij het slachtoffer alles in stilte ondergaat en zich niet verzet. Dat komt bij zeventig procent van de slachtoffers voor. Al die tijd was ik zo kwaad geweest op mijn lichaam, omdat het zich niet verzet had. Maar nu begreep ik dat mijn lichaam me juist had beschermd voor nog meer gevaar.

In het wetsvoorstel van minister Grapperhaus staat dat zoiets als wat ik heb meegemaakt, niet officieel geldt als verkrachting. Omdat ik geen ‘nee’ heb gezegd spreek je, volgens de minister, over ‘seks tegen de wil’. En volgens hem zou dat minder strafbaar zijn dan een verkrachting.

Ik heb jarenlang gestreden om eindelijk te kunnen accepteren dat ik verkracht ben, en nu zou dat woord opeens niet gelden voor wat ik heb meegemaakt? Een wet kan niet plotsklap alles veranderen, maar het bepaalt wel de moraal van morgen. Het kan een signaal zijn voor toekomstige daders.

DSC03046.jpg

Legien op de demonstratie Amnesty International, foto door Martine Kamara

Legien, 43

Het duurde twintig jaar voordat ik aan iemand durfde te vertellen dat ik verkracht ben. Maar toen ik eindelijk naar de politie stapte, had ik niet genoeg bewijs om er een zaak van te maken. Ik had er nooit aan gedacht om sporen te verzamelen of foto’s te maken, en de dagboeken waarin ik de verkrachting had beschreven, kon ik niet meer terugvinden.

De man die me verkrachtte was een hulpverlener van mijn ouders. Ik was zestien, hij was volwassen. Toen hij me begon aan te raken, bevroor ik volledig. Ik ben van Javaans-Surinaamse afkomst, waardoor ik altijd geleerd heb respect te hebben voor oudere mensen en al helemaal voor mensen in functie. Ik durfde dus geen ‘nee’ te zeggen. Dit zorgde ervoor dat hij me twee keer heeft kunnen verkrachten zonder ook maar een beetje verzet.

Wat ik op mijn zestiende heb meegemaakt, heeft alles beïnvloed: mijn school, studiekeuzes, carrières en mijn persoonlijke leven. Pas toen ik zelf kinderen kreeg, besloot ik dat het tijd was om erover te praten. Ik vertelde mijn partner dat ik ‘onvrijwillig ontmaagd’ was. Hij zei: “Dat is geen ‘onvrijwillige ontmaagding’, het is verkrachting.” Later leerde ik dat het heel vaak voorkomt dat mensen die verkracht zijn zich niet herkennen in dat woord, ‘verkrachting’. Het is heel moeilijk om te accepteren dat je daadwerkelijk een slachtoffer bent. Ook durven slachtoffers vaak geen hulp te zoeken omdat ze zich schamen. Verkrachting is nog steeds een taboe-onderwerp.

Ik vind het fijn dat de minister de verkrachtingswet wil aanpassen voor slachtoffers die achter het net vissen, maar de uitdrukking ‘seks tegen de wil’ is problematisch. Seks is alleen maar seks als er instemming is – anders spreek je van verkrachting. Grapperhaus zei onlangs dat er bij verkrachting altijd een stok of hulpmiddel wordt gebruikt. Als je dat denkt, sluit je veel ervaringen van slachtoffers uit.

Als de definitie van wat een verkrachting is destijds anders was geweest, en ik er ook iets over geleerd had, weet ik zeker dat ik ik veel sneller in actie was gekomen.

Ik geloof dat je met een wetsverandering de mentaliteit van daders kan veranderen. Twintig procent van de jonge mannen vindt bijvoorbeeld dat als er geen ‘nee’ gezegd is tijdens een verkrachting, dit verzachtende omstandigheden zijn. Ik vind dat een vorm van victim blaming, waarbij je de schuld legt bij het slachtoffer en niet bij de dader.

IMG_7519.jpg

Foto met dank aan Natascha

Natascha, 43

Ik ben negen jaar lang seksueel misbruikt door mijn neef. Het begon op mijn zesde en eindigde pas toen ik op mijn vijftiende de moed had verzameld om hem te zeggen dat ik onze moeders zou inlichten als hij me nog één keer zou aanraken.

Op de momenten dat mijn neef me aanraakte, distantieerde ik me volledig van mijn eigen lichaam. Daardoor is er nooit, zelfs niet toen ik wat ouder was, sprake geweest van geweld of tegenspraak van mij.

Het duurde uiteindelijk 26 jaar voordat ik het aan iemand kon vertellen. Toen ik drie jaar geleden werd aangerand door een collega, kwamen alle herinneringen meteen boven. Ik heb toen alles aan mijn moeder verteld en ik ben naar de politie gestapt. Ook schakelde ik slachtofferhulp in – zij vertelden me dat ook het binnendringen van vingers ook onder verkrachting valt. Eindelijk kon ik een naam geven aan wat me was overkomen.

De politie zei me vrijwel meteen dat ik niets ging bereiken met mijn aangifte. Ook waren ze ontzettend streng over de manier waarop ik mijn verhaal vertelde: ‘geen zijsporen, blijf bij de kern van het misbruik.’ Uiteindelijk werd me door het OM verteld dat mijn neef niet vervolgd zou worden. Het was mijn woord tegen het zijne. De enige getuige, mijn nicht, wilde geen verklaring afleggen, en er was verder geen bewijs van geweldpleging.

Door onderscheid te maken tussen verkrachting en ‘seks tegen de wil’, doe je alsof er een duidelijk verschil is tussen de schade die een slachtoffer kan oplopen. De focus op het verschil tussen ‘wel of geen geweld’, overschaduwt alle andere details van een verkrachting die vaak zo cruciaal zijn voor het verhaal van een slachtoffer. Waarom is de politiek in godsnaam zo bang om seksuele misdrijven voor eens en altijd echt aan te pakken?

Het gevoel van onrecht is vreselijk, maar ik ben blij dat ik me eindelijk heb durven uitspreken. Ik kan nu pas verwerken wat me ooit is aangedaan, en rouwen om alles wat mijn neef me heeft afgepakt.

DSC03012.jpg

Legien en Marcelle demonstreren samen met andere slachtoffers van verkrachting. Foto door Martine Kamara.