Sports

Mijn tijd als Nederlandse voetballer in de Indonesische gevangenis

"Het leek soms wel of ik een terroristische aanslag had gepleegd."

door Diego Michiels; zoals verteld aan Dave Aalbers
22 november 2019, 2:52pm

Foto's via Diego Michiels. 

Van alle gevangenissen ter wereld zijn de Indonesische misschien wel de naarste om in te zitten. Naast de gebruikelijke bendes en verkrachters die er verblijven, zijn de Indonesische gevangenissen berucht om hun corrupte cipiers. In die omstandigheden zat de Nederlandse voetballer Diego Michiels (29) vier maanden vast.

Michiels is in Nederland een redelijk onbekende voetballer. Hij groeide op in Deventer en speelde als rechtsback achttien potjes voor Go Ahead Eagles. Negen jaar geleden liet hij Nederland achter zich voor een avontuur in zijn vaderland Indonesië. Daar werd hij Indonesisch international en hij speelt er nu nog steeds, voor de club Borneo FC. In 2012 moest hij er vier maanden de bak in, vanwege een vechtpartij.

In gesprek met VICE blikt Michiels voor één keer terug op zijn belevenissen in de Indonesische gevangenis. Dit is zijn verhaal.


Aan het einde van 2012 was ik op trainingskamp met de nationale ploeg van Indonesië. In die tijd was het lange leve de lol, ik ging bijna elke avond de stad in. Zo ook op de bewuste zaterdagavond dat het misging. Rond twee uur ‘s nachts stond ik in een discotheek met een kameraad te praten toen ik ineens een bierglas in mijn nek kreeg. Even later gebeurde dat weer, en dit keer zag mijn vriend wie het had gedaan. Samen met mijn mattie ben ik op die jongen afgestapt. Het liep uit op een vechtpartij: binnen en buiten de discotheek hebben we met groepen tegen elkaar gevochten.

De volgende ochtend was ik nog half dronken. Voor het slapen had ik op mijn hotelkamer nog een halve fles whiskey naar binnen gegoten. Tijdens de middagtraining zag ik dat er meer camera’s en journalisten langs het veld stonden dan normaal. Kutzooi, dacht ik. Dit is geen goed teken. In de avond was ik al op roddelprogramma's op televisie te zien geweest. Later op de avond kwamen er tien auto’s aanrijden. Er stapten meerdere politieagenten tegelijk uit. Ik probeerde nog weg te rennen, maar tevergeefs.

Met een hoop bombarie werd ik meegenomen naar het politiebureau. Ik maakte me nog niet zoveel zorgen en verwachtte binnen drie dagen wel weer buiten te staan. Ik moest een verklaring afleggen op het politiebureau, maar daar werd al snel beweerd dat we met een hele groep één man in elkaar hadden geslagen. Dat klopte niet, want anders had die jongen halfdood moeten zijn, terwijl hij nu alleen zijn oogkas had gebroken. Drie dagen moest ik uiteindelijk in de politiecel blijven. Vijf andere maatjes die er die avond ook bij waren, verbleven daar ook. We sliepen in kleine cellen, waar we elkaar warm moesten houden. We hadden een lege plastic waterfles als kussen en sliepen op een stuk hout. De splinters staken op een gegeven moment uit mijn rug.

Op de derde dag werd ik geroepen door een deurwacht. Ik hoopte op goed nieuws, maar in plaats daarvan kreeg ik er nog minimaal dertig dagen celstraf bovenop. Samen met die vijf maatjes werd ik overgeplaatst naar een groter politiebureau. Toen we daar binnen liepen, kwamen alle gevangen richting de tralies om naar de nieuwelingen te kijken. Het leek net een film. Mijn matties begonnen ineens te fluisteren: “Problemen, problemen!” Er zat binnen blijkbaar een bende van een man of tien met wie die jongens buiten al ruzie hadden gehad. Tering, dat heb ik weer, dacht ik toen.

Ik werd in mijn eentje in een heel klein celletje gezet. In de betonnen vloer zat een gat, wat een toilet moest voorstellen. Na een uur zag ik dat al mijn vrienden weer uit hun cellen werden gepikt. Ze werden teruggebracht naar het eerste politiebureau, terwijl ik alleen achterbleef. Al snel kwam een aantal bendeleden voor de tralies van mijn celletje staan om me te intimideren. Gelukkig was de celdeur op slot. Na een tijdje begon ik ontzettend te snakken naar een sigaret. Ik vroeg daarom aan een van die bendeleden: “Broer, mag ik een peuk alsjeblieft?” Hij vond dat ik wel lef had en gooide een pakje peuken naar me toe. Ik stak er eentje op en deed net alsof ik zijn pakje niet wilde teruggeven. Hij werd helemaal gek en begon als een gorilla aan die tralies te hangen. Ik ging helemaal stuk.

Na een maand in de politiecel moest ik voorkomen. Daar zag ik voor het eerst mijn maatjes weer. “Komen we vrij?”, vroeg ik. Ze begonnen keihard te lachen. We stonden namelijk op het punt om overgeplaatst te worden naar een grote gevangenis in Jakarta. Met een stuk of tien gevangenen zaten we met handboeien aan elkaar geketend en werden we naar de gevangenis gebracht. Daar moesten we door onze hurken gaan zitten, terwijl de gevangenen de nieuwelingen kwamen inspecteren. Ineens begon een gevange keihard tegen een cipier te schreeuwen: “Wie laat Diego zo zitten? Maak hem en zijn vrienden los, en snel een beetje.” Die cipier deed dat meteen, en daarna gaf die gevangene hem nog een klap op zijn bek.

We bleken geluk te hebben. Ik kende buiten de gevangenis een gozer, wiens broer een grote maffiabaas in Indonesië was. Uitgerekend die maffiabaas zat daar in de gevangenis met zijn bende. Dankzij die gasten hoefden wij bijvoorbeeld niet met een bordje op de foto en hoefden we ook onze kop niet kaal te scheren. We hebben echt mazzel gehad dat die jongens onze rug hadden. Op een gegeven moment moest ik naar de kamer van die maffiabaas komen. Van hem wil je niet weten wat hij buiten allemaal heeft uitgespookt. Maar doordat ik zijn broertje kende, was hij voor mij juist heel goed. Hij zorgde er bijvoorbeeld voor dat wij een eigen cel kregen. Een van zijn handlangers trapte een andere groep uit hun cel, zodat wij erin konden.

Al snel merkte ik dat de cipiers in de Indonesische gevangenis niks te vertellen hebben en dat met geld alles mogelijk is. Zo had ik een telefoon, waarmee ik videogesprekken kon voeren. Arme mensen zitten met honderden in een cel, maar door meer te betalen kunnen gevangen een grotere kamer krijgen. Ik heb onze eigen kamer ook helemaal kunnen inrichten met allerlei spullen. Ik had een dikke plasma-televisie, wifi en een PlayStation. Er hingen zelfs discolampen. Ik ben ook op kamers van andere mensen geweest, waarvan sommigen meer weg hadden van een vijfsterrenhotel. Een van de gevangenen had een enorm aquarium in zijn cel, waar allerlei dure vissen in zwommen.

De gevangenen kregen een keer per dag een maaltijd: nasi goreng, rijst of soep. Met geld was het mogelijk om eten van buiten te krijgen. In de avond kwam er namelijk altijd een man langs met een menukaart. Bij hem kon je van alles bestellen: McDonald's, of KFC. Als je maar betaalde, ging hij het voor je halen. Er was ook een kleine supermarkt in de gevangenis waar je drinken en sigaretten kon kopen. Je kon zelfs alcohol krijgen, daarvoor hoefde je alleen een dealtje te maken met een cipier.

In die gevangenis in Jakarta heb ik dingen gezien die ik nooit meer zal vergeten. Ik heb bijvoorbeeld iemand halfdood op de grond zien liggen met een spuit in zijn arm. Dat was heftig, net als de rattencel waar verkrachters en dat soort types in werden gegooid, zonder daglicht, en waar ze met z’n allen moesten pissen en schijten in hetzelfde gat. Ook in mijn eigen cel was het ondanks de luxe behoorlijk ranzig. Er liepen ‘s nacht kakkerlakken over mijn benen. Er liepen ook ratten rond, die zo groot waren als katten.

De gevangenis zat vol met rare figuren. Er was bijvoorbeeld een gozer met een heel laag iq, die altijd ninjasterren bij zich had. Hij liet andere gevangenen of beveiligers een plank vasthouden en dan smeet hij die sterren er keihard in. Dat was echt een psychopaat, die ook regelmatig uit het niets mensen sloeg. Er liep ook altijd een gozer rond met een headset op zijn kop, die dacht dat hij dj was. Om hem moest ik altijd keihard lachen.

Gedurende mijn tijd in de gevangenis moest ik een stuk of achttien keer voorkomen. Het leek soms wel of ik een terroristische aanslag had gepleegd. Telkens als ik voor de rechter kwam, ontbrak er weer een getuige en kon ik weer terug naar de gevangenis. Ik werd er helemaal gek van, ik dacht niet dat ik ooit nog vrij zou komen. Op tv werd er zelfs over gesproken dat ik met een beetje pech een straf van negen jaar kon krijgen. Ik had geen concrete einddatum in mijn hoofd, waardoor het leek alsof mijn gevangenisstraf een eeuwigheid duurde. Na drie maanden en twintig dagen kreeg ik eindelijk het nieuws dat ik vrij zou komen. Voordat ik naar buiten mocht, wilde de baas van de gevangenis wel geld zien. Dat heb ik toen maar gegeven. Twee minuten later stond ik buiten.

Het was vreselijk kut daarbinnen, begrijp me niet verkeerd, maar ik had mijn draai er ook wel gevonden. Ik heb geen problemen gehad en had genoeg te eten. Alles ging zijn gangetje, eigenlijk. Ik had in de gevangenis contact gehouden met mensen van de nationale ploeg en mooie verhalen opgehangen. Ik vertelde dat ik binnen niets anders deed dan voetballen, joggen en krachtoefeningen. In werkelijkheid lag ik op mijn kamer te roken en te gamen. Eenmaal buiten kon ik na drie dagen weer aansluiten bij de nationale ploeg. Na een paar sprintjes op de eerste training was ik helemaal dood. De gevangenis had weinig goeds gedaan voor mijn conditie.

Ik had een hoop goede voornemens toen ik weer vrij was. Ik wilde stoppen met drinken en me volledig focussen op het voetbal. Na een aantal weken ging ik toch weer volle bak zuipen en het nachtleven in. Ik heb ook nog twee keer vastgezeten, maar dat was steeds maar drie dagen. Een keer had ik mijn schoonmaker een paar schoppen onder zijn reet gegeven omdat hij een Macbook, een horloge en geld uit mijn huis had gejat. De andere keer deelde ik een kopstoot uit in een nachtclub. Ik was zo dronken dat ik me inbeeldde dat iemand me probeerde aan te vallen.

In die tijd spoorde ik totaal niet als ik dronken was. Ik weet nog dat ik in mijn periode bij Borneo FC een keer om zes uur ‘s ochtends terugkwam van het stappen. Ik viel in een diepe slaap op mijn hotelkamer, terwijl we op het punt stonden om richting het vliegveld te gaan voor een uitwedstrijd. De assistent-trainer heeft me toen wakker gemaakt, maar ik begon in mijn dronken bui tegen hem te schreeuwen. Ik gaf hem uit het niets een vuist, vol op zijn hoofd.

Na al die incidenten was de voorzitter van Borneo FC, Nabil Husein Said Amin, op een gegeven moment wel klaar met me. “Ik heb er alles aan gedaan om je op het juiste pad te krijgen, maar het lukt me gewoon niet,” zei hij. Ik voelde me daar zwaar kut over. Ik had hem namelijk al meerdere keren beloofd dat ik mijn leven zou beteren. Hij betaalde me nog tot het einde van het seizoen, maar daarna hoefde ik niet meer te komen. Ik ging na dat seizoen op zoek naar een nieuwe club, maar ineens belde de baas van Borneo FC me toch weer op. Hij wilde me toch een nieuwe aanbieding doen, maar wel met minder salaris. Ik nam het meteen aan: puur om aan hem te bewijzen dat ik kon veranderen.

Inmiddels zijn we twee jaar verder en is het aardig gelukt. Ik speel nog altijd bij Borneo FC, ga nooit meer naar discotheken en drink hooguit thuis een biertje. De whiskey en alle andere onzin is verleden tijd. Ik ben getrouwd met een Indonesische vrouw. Ik zit bijna iedere avond met mijn vrouwtje op de bank en ze is nu in verwachting van onze eerste dochter. Alle gekkigheid is voorbij.

Dit is een verhaal uit de serie VICE Sports Avonturiers, waarin Nederlandse sporters vertellen over hun ervaringen in het buitenland. Zie hier alle verhalen uit deze serie.

-

Naast onze geschreven verhalen en video's hebben we nu ook een podcast: De Wereld van VICE Sports. De afleveringen zijn hier te luisteren bij Apple of hier op Spotify:

Tagged:
go ahead eagles
Diego Michiels