Sport

Ik ben Imad ‘The Problem Child’ Hadar

"Ik moet mijn moeder nu wassen op plekken waar zij zich voor schaamt. Maar ik zie het als een zegen."

door Sam van Raalte; foto's door David Meulenbeld
30 juli 2018, 10:23am

David Meulenbeld

In deze serie laat VICE Sports jonge, opkomende vechtsporters aan het woord. Dit keer is dat Imad Hadar, de 21-jarige kickbokser uit Rotterdam. ‘The Problem Child’ vecht als lichtzwaargewicht bij Glory. Op Kop van Zuid vertelt hij over het verlies van zijn laatste wedstrijd tegen Manny Mancha, waarom hij daarna wisselde van trainer en zijn moeilijke thuissituatie.

Dit is het verhaal van Imad Hadar.


“In de eerste ronde van mijn partij tegen Manny Mancha voelde ik mijn rechterhand tintelen. Ik wist dat hij gebroken was. Ik had te hard geslagen. De pijn kwam pas in de rust tussen de eerste en tweede ronde. Het zal toch niet, dacht ik. Het ging net zo lekker, Manny had al acht tellen gehad. Ik dacht dat ik hem in de tweede ronde met een hand ook wel aankon. Maar dat ging niet. Mijn hele arm viel uit.

Het optillen van mijn arm werd heel erg zwaar. Ik dacht: als ik straks een trap op die arm krijg, dan lijkt het alsof Manny het heeft gedaan. Dus ik hield het erbij en stopte er zelf mee. Het klinkt misschien makkelijk als ik het zo zeg, maar ik heb daar tranen om gelaten. Dit gevecht moest de ommekeer voor mij worden, na een minder debuut bij Glory. Maar goed, je gezondheid gaat boven alles, ook boven de winst.

Veel mensen denken dat ik daarna van Gym Michel Tholel naar Hemmers Gym over ben gestapt omdat ik had verloren, maar dat is niet zo. Mijn lichaam gaf gewoon aan dat ik meer nodig had dan de training die ik bij Michel kreeg. Ik probeerde het eerst nog bij Michel te zoeken, door anders te gaan trainen. Daar was hij het niet mee eens. Hij heeft zijn manier van trainen en dat respecteer ik. Van december tot maart heb ik ermee geworsteld in mijn hoofd. Mijn lichaam kreeg niet wat het wilde.

Ik kan mijn gevoel niet goed uitspreken, dus ik heb het daar lang met mijn vader over gehad. Hij maakte een samenvatting van wat ik wilde zeggen en ging met me mee naar Michel. Na drie maanden was het moment daar. Mijn vader nam het woord. “Michel, dit is wat Imad wil, maar hij kan het niet zeggen,” zei mijn vader uiteindelijk. Ik vond het heel sterk wat Michel toen zei: “Misschien ben ik niet voldoende voor jou, misschien is een andere trainer dat wel.”

Daarvoor moet je stevig in je schoenen staan. Want het levert een trainer heel wat duizenden euro’s op als hij een topvechter heeft. Michel heeft heel veel tijd in mij geïnvesteerd en dat hij me dan zo gunt om verder te gaan, vind ik heel sterk. Hij zei: “Geen probleem jongen. Ik sta achter jouw keuze en zal altijd van jou houden. Imad, jij zal sowieso een hele grote vechter worden. Dat komt door jouw mentaliteit, hoe je je huidige situatie opzij kunt zetten om keihard te trainen.”

Die situatie waar Michel het over had, is privé. Daar wil ik het nu voor het eerst en laatst over hebben. Toen ik dertien was, kreeg ik te horen dat mijn moeder kanker had. De doktoren zeiden dat ze nog een paar maanden te leven had. We zijn nu acht jaar verder. Na heel wat behandelingen en operaties, zijn we nu op het punt aangekomen dat ik mijn moeder was en douche, omdat ze zelf niet meer kan lopen. Om die reden slaap ik heel veel bij mijn ouders.

Mijn moeder is mentaal een hele sterke vrouw. Vroeger gaf ze op scholen Nederlandse les aan vrouwen die de taal niet goed konden beheersen. Op een gegeven moment heeft mijn moeder afasie gekregen. Ze kan niet meer helder praten. Nederlands is ze helaas kwijt. Arabisch praten lukt nog wel, dan zoeken we een beetje naar woorden. Maar nog steeds is ze een hele sterke vrouw, in alles wat ze doet en zegt. Ik denk dat andere mensen die in haar schoenen hadden gestaan, het allang hadden opgegeven.

We wonen op twee hoog. Mijn moeder kan niet lopen en is best een gezette vrouw. Iedere keer dat ze even naar buiten wil, til ik haar helemaal naar beneden. En als ze weer naar binnen moet, til ik haar omhoog. We proberen gewoon alles eruit te halen wat erin zit, zodat zij ook buiten komt en bezig blijft. Dan gaan we naar de stad, kleren kopen, een ijsje eten. We proberen alles te doen wat gezonde mensen doen. Ze moet zoveel mogelijk vergeten dat ze ziek is, en de positieve dingen van het leven zien.

We lachen nog steeds. Kijk, mijn moeder kan haar urine soms niet tegenhouden in bed. Dan kom ik binnen en zeg ik: “Ben je weer bezig, bedplasser?” Dan lacht ze zich daar gewoon helemaal rot om. Overal halen we het positieve uit, of het nou chemo is of wat dan ook. Soms kom ik met een ei het ziekenhuis binnen, dan maak ik dat kapot op mijn vaders hoofd. Dan wordt mijn vader heel kwaad en moet mijn moeder zo hard lachen dat ze bijna flauwvalt. Dat zijn de momenten die je je herinnert. Het is een rottijd, maar we hebben ons ook kapot gelachen.

Ons gezin is gelukkig heel sterk. Mijn pa heeft me heel sterk gemaakt, moet ik zeggen. Het geeft me ook kracht dat mijn zusje van zestien zich staande houdt. Zij komt gewoon steeds met hartstikke goede cijfers van school, ondanks alles. We zijn geboren winnaars. Daarom kan je het eigenlijk niet merken dat ik mijn eigen moeder moet wassen op plekken waar ze zich eigenlijk voor schaamt, of dat ik haar luiers aan moet doen. Maar we zien dat ook als een zegen, want toen ik klein was heeft zij mij ook negen maanden gedragen.

Zij heeft mij ook gewassen, mijn luiers verschoond en mijn kots opgeruimd. Dus ergens haal ik er voldoening uit, dat ik dat nu een beetje terug kan doen voor mijn moeder. Ik kan nooit alles terugdoen, maar ik ben blij dat ik haar op die manier kan helpen. Af en toe schaamt zij zich ervoor, dan kijkt ze heel teleurgesteld uit haar ogen. Maar wanneer ik het heb gedaan en naar buiten loop, ben ik trots op mezelf, dat ik zoiets kan doen voor mijn moeder. Dat is een zegen.

Ik zie mijn moeder nog vrijwel iedere dag lachen, zo sterk is ze. Ze is blij dat ik op een leeftijd ben gekomen dat ik mijn zaakjes op orde heb. Voor mijn zusje geldt precies hetzelfde verhaal. Mijn moeder maakt zich geen zorgen voor als ze ons moet achterlaten. Het enige wat ze nog wil zien, is een baby’tje. Dat gaat ze ook ongetwijfeld meemaken. Ik hoop dat het binnenkort zal gebeuren. Dat is mijn droom, vader worden. Ik ben nog jong, maar als het gebeurt, gebeurt het.

Ik zag vorig jaar een nieuwsbericht voorbij komen dat Rico Verhoeven kort na elkaar vader was geworden en zijn eigen vader had verloren. Laten we eerlijk zijn, dat zijn dingen die in je hoofd gaan spelen. Als je dan een titel kunt verdedigen en door kunt gaan in wat je doet, zegt dat heel veel over iemand. Daar neem ik echt een voorbeeld aan. Dat geldt ook voor Jamal Ben Saddik, die kanker heeft gehad en op het hoogste niveau blijft meedraaien. Dat zijn echt motiverende dingen.

Nu weten mensen die mij volgen hopelijk dat ik soms heel stil en op de achtergrond ben, omdat ik wat rust in mijn hoofd wil hebben. Ik heb heel erg met mijn thuissituatie lopen worstelen, zeker toen ik nog een puber was. Ik had weleens periodes dat ik wekenlang niet naar de training ging, omdat ik bij mijn moeder wou zijn. Maar mijn moeder wil juist het allerliefst dat ik kampioen word, dus ik zal er alles aan doen om dat voor haar werkelijk te maken. Ik heb daar nu de balans voor in mijn hoofd.

Ik vertel dit allemaal niet omdat ik wil dat er rekening mee wordt gehouden. Ik vind het belangrijk dat ik transparant ben naar de mensen die mij volgen. Al zijn er maar vijfhonderd geïnteresseerd in het verhaal dat ik heb, voor die vijfhonderd doe ik het dan. Ik hoop dat het een les is, dat je goed moet zijn met je ouders en de kleine dingen moet waarderen. Wens niet om een Ferrari. Die gaat je niet gelukkig maken. Als ik nu kon kiezen voor een schuld van 100.000 euro, maar dat mijn moeder dan gezond was en ik een keer met haar kon hardlopen, zou ik dat meteen kiezen.

En voor de mensen die in dezelfde situatie zitten, zeg ik dit: probeer altijd het positieve te zien in het leven. Probeer iedere dag door te brengen met een grote glimlach op je gezicht. Je zult vanzelf beseffen dat je de kleine dingen moet waarderen. Als er iets groots gebeurt, is dat mooi meegenomen, maar het gaat om de kleine dingen. En de gezondheid gaat voor de winst. That’s it.”