Identiteit

Moet ik narcistischer worden om succesvol te zijn?

“In sollicitatiegesprekken komen narcisten erg goed naar voren. Binnen een organisatie worden ze sneller bevorderd tot een leidinggevende functie, ook als ze relevante werkervaring missen.”
13.1.22
Narcisme, succes, Trump
Beeld via Getty.

Je hoort nogal eens dat we in enorm narcistische tijden leven. Van jongs af aan leren we dat zelfpromotie de meest bestendige weg naar succes is, we zijn tegen wil en dank neoliberale micro-entrepreneurs geworden die ons eigen bestaan vermarkten, we kijken op tegen invloedrijke scammers die vooral hete lucht verkopen en schaamteloos narcistische blaaskaken als Donald Trump en Boris Johnson bemachtigen de hoogste verkiesbare functies in het land. En terwijl om ons heen alles kreunend in elkaar stort, krijgen we onze ogen niet losgeweekt van onze eigen gefilterde reflectie op het telefoonscherm. 

Advertentie

Het is geen bemoedigend beeld van onze samenleving, maar we moeten het er maar mee doen. Het lijkt erop alsof je met narcistisch gedrag behoorlijk ver kunt schoppen. Sterker nog: je krijgt soms de indruk dat je in deze wereld eigenlijk niet meer succesvol kan zijn zonder narcisme. Moeten we ons daar eigenlijk niet gewoon bij neerleggen? Zouden we er niet beter aan doen om van narcisten te leren?

Ik leg deze vraag voor aan Eddie Brummelman, onderzoeker en associate professor Developmental Psychopathology aan de Universiteit van Amsterdam en schrijver van het boek Bewonder mij! Overleven in een narcistische wereld (2019). Volgens Brummelman klopt het dat we onszelf in de loop der tijd steeds belangrijker zijn gaan vinden. “Het individualisme is in heel veel plekken op de wereld gestaag toegenomen. Dat betekent dat we meer belang zijn gaan hechten aan onszelf dan aan de groep waartoe we behoren, of dat nou onze vriendengroep, onze familie of onze collega’s zijn. We vinden het belangrijk om aan onszelf te werken en onszelf te vinden.” Daarnaast is er onderzoek dat laat zien dat het narcisme parallel aan die individualisering sinds de jaren zeventig is toegenomen, al is die toename sinds de economische crisis van 2008 afgevlakt. 

Wat in ieder geval vaststaat, is dat de maatschappij waarin we leven van invloed is op hoe narcistisch we ons al dan niet gedragen, aldus Brummelman. “We groeien op in een bepaalde context, en narcisme is geen aangeboren trek die vanaf het begin al vaststaat. Het is een bepaalde overtuiging over jezelf die je ontwikkelt aan de hand van de ervaringen die je opdoet in je leven: met je ouders, je vrienden, de maatschappij in het algemeen. De manier waarop je wordt opgevoed, bijvoorbeeld, of de manier waarop je op school les krijgt, worden heel erg gestuurd door de heersende culturele overtuigingen van dat moment.” Als je als kind vooral meekrijgt dat je eigen ontwikkeling en ontplooiing het allerbelangrijkst zijn, dan kan dat narcistisch gedrag aanwakkeren. 

Advertentie

Het is dus ook niet zo dat narcisten een speciale soort mensen zijn, die op een geheel andere manier functioneren en denken dan de gemiddelde persoon. “Narcisme is een persoonlijkheidstrek,” zegt Brummelman. “Dat wil zeggen: iedereen heeft het in meer of mindere mate. Jij en ik hebben ook narcistische trekken. Maar we zien daar wel grote individuele verschillen in. Helemaal aan het uiterste van het narcistische spectrum bevinden zich mensen die een narcistische persoonlijkheidsstoornis hebben. Die hebben niet alleen hele ernstige narcistische trekken, maar die hebben er ook ernstige last van.”

Mijn vraag of we er goed aan zouden doen om onze innerlijke narcist te omarmen noemt Brummelman een “interessant idee”, maar hij wil allereerst benadrukken dat het bepaald geen pretje is om narcistisch te zijn. “Ik zou het niemand aanraden om proberen narcistisch te worden, of om je kind op te voeden tot een narcist. Als je narcistisch bent, dan vind je jezelf beter dan anderen, je voelt je verheven. Andere mensen vind je niks, minderwaardig. Ze zijn alleen nuttig als ze iets voor jou kunnen doen, als ze je status kunnen geven of in een goed daglicht kunnen zetten. Want ook al kijk je op mensen neer, je kunt alsnog heel erg hunkeren naar de goedkeuring van die mensen.”

Dat maakt het bestaan van een narcist ontzettend stressvol, zegt Brummelman, want je bent voortdurend bezig met het verwerven van sociale status. Hij legt uit dat een narcist daar bepaalde strategieën voor ontwikkelt. “Een deel daarvan vindt plaats in hun eigen hoofd: ze zien de werkelijkheid rooskleuriger dan-ie is. Denk aan Donald Trump die beweerde dat het aantal mensen dat naar zijn inauguratie kwam kijken veel hoger was dan op foto’s te zien was.”

Advertentie

Een ander deel van die strategieën vindt plaats in de interactie tussen mensen. “Daar zie je narcisme eigenlijk vooral tot uiting komen,” zegt Brummelman. “Dat zijn strategieën waarbij narcisten zichzelf op een voetstuk zetten om meer waardering te krijgen. En als dat niet lukt, dan passen ze een strategie toe die daarvan de schaduwzijde is: ze proberen anderen van hun voetstuk te stoten. Dan zie je de neerbuigendheid, de vijandigheid en agressie van narcisme.” Dat is natuurlijk vervelend voor de omgeving, maar ook voor de narcist zelf, die erg veel energie kwijt is aan het wekken van de indruk dat alles supergoed gaat. “Mensen met heel ernstige narcistische trekken, een narcistische persoonlijkheidsstoornis dus, hebben daarnaast vaak ook last van angststoornissen, depressieve stoornissen of verslavingsproblematiek.”  

Toch is er wel een ding wat we van narcisten zouden kunnen opsteken: ze zijn ontzettend goed in de indruk wekken dat ze bepaalde vaardigheden bezitten, ook als ze die in werkelijkheid helemaal niet hebben. Dat geldt overigens voor mannen en vrouwen even sterk, volgens Brummelman. “In sollicitatiegesprekken komen ze erg goed naar voren, binnen een organisatie worden ze sneller bevorderd tot een leidinggevende functie, ook als ze relevante werkervaring missen,” zegt hij. “Ons onderzoek bij kinderen laat zien dat zelfs kinderen met narcistische trekken al worden verkozen tot leiders in hun klas, zelfs als ze eigenlijk helemaal niet zo goed kunnen leidinggeven. Je ziet op allerlei manieren dat mensen met narcistische trekken heel goed in staat zijn om intelligent, slim en competent over te komen, als een echte leider, die soms ook seksueel aantrekkelijk wordt gevonden. Maar als je objectief kijkt, zijn ze even competent als anderen, of zelfs minder competent.” In een fake it till your make it-maatschappij kan zo’n eigenschap erg handig zijn. 

Advertentie

Maar het succes van een narcist is in veel gevallen kortstondig, zegt Brummelman. Dat komt onder andere doordat het voor anderen uiteindelijk niet zo prettig is om in de buurt van een narcist te zijn. Voor een narcist ben je namelijk in de eerste plaats een concurrent, of juist een leverancier van erkenning, complimenten en status. En als je die functie niet meer hebt, dan ben je voor een narcist zo goed als nutteloos. “Narcisme is misschien handig bij het bemachtigen van bepaalde posities, maar niet bij het succesvol zijn binnen die posities. We zien zelfs dat narcisten vaker verstoten worden. Ze zijn niet altijd integer, ze moedigen niet-integer gedrag aan bij de mensen die onder ze werken, ze schuiven zichzelf de grootste bonussen toe, ze handelen impulsief en verzamelen ja-knikkers om zich heen. Ze maken ruzie en bieden geen verontschuldigingen aan, omdat ze dan zouden toegeven dat ze fout zaten. In een competitie kan narcisme je wel helpen om verkozen te worden, maar zodra je eenmaal een bepaalde functie hebt gekregen, helpt narcisme je niet om vooruit te komen. In die zin zou ik mensen eerder aanraden om te werken aan hun echte competenties. Ik denk dat als we narcisten zouden gaan nadoen, dat het ten koste zou gaan van onze sociale relaties, ten koste van ons welzijn en ten koste van ons langetermijnsucces.” 

In plaats van het nabootsen of versterken van narcistisch gedrag, zouden we misschien beter wat vaker kunnen stilstaan bij de vraag waarom we in eerste instantie zo vaak voor narcisten vallen. Volgens Brummelman zijn we notoir slecht in het doorprikken van narcistische illusies. “Dat heeft volgens mij met biologie te maken,” zegt hij daarover. “Er is een theorie over zelfdeceptie – dat is wat narcisten doen, zij denken werkelijk dat ze fantastisch zijn, ook als dat in de realiteit best meevalt. Ze denken echt dat ze heel goed zijn. Evolutionair lijkt dat misschien niet zo nuttig, maar zelfdeceptie helpt bij het voor de gek houden van anderen. Als ik mezelf zie als een echte leider, zonder enige twijfel, dan is het voor mij veel makkelijker om een ander ook daarvan te overtuigen, zonder dat ik de leugen hoef te onderdrukken dat ik niet zo veel van leiderschap af weet.”

We zijn vooral gevoelig voor narcistische charmes als we zelf in een crisissituatie zitten. Wie onzeker is, heeft behoefte aan een sterke leider, iemand die de indruk wekt dat-ie voor je vecht. Maar vervolgens is het maar de vraag of die persoon dat ook daadwerkelijk doet. “Dat zag je bij iemand als Trump,” aldus Brummelman. 

We moeten ons er bewust van worden dat narcisme er is en hoe het werkt – als we begrijpen waarom we ons tot narcisme aangetrokken voelen, kunnen we ons er beter tegen wapenen. “Misschien kan je het vergelijken met deze situatie: je moet een levensreddende operatie ondergaan en je mag kiezen uit twee chirurgen. De ene zegt: je hoeft je geen zorgen te maken, al mijn operaties zijn fantastisch verlopen, er is nog nooit iets misgegaan. En de andere chirurg zegt: aan elke operatie zitten risico’s, ook al zijn ze klein. Dan kies ik misschien wel voor de eerste, terwijl wat die zegt helemaal niet kan kloppen. Ik denk dat als we bang zijn we ons lot graag in de handen leggen van iemand die heel zelfverzekerd overkomt, terwijl het misschien beter zou zijn om iemand die er wat realistischer in staat te vertrouwen,” zegt Brummelman. 

“En ik denk ook dat we daar rekening mee zouden moeten houden in sollicitatiegesprekken, bijvoorbeeld. Dat een gesprek met een kandidaat bijvoorbeeld wordt gecombineerd met het uitgebreid opvragen van referenties. Iemand die sterk narcistisch is laat vaak een spoor van vernieling na bij allerlei organisaties, dat is makkelijk te achterhalen.”